Column

De SER verliest zijn invloed - logisch

De Sociaal Economische Raad is uitgespeeld, de aanvoerder stopt ermee, de spelers kunnen het veld af. Het invloedrijkste economische adviesforum van kabinetten sinds 1950 ziet voorzitter Alexander Rinnooy Kan in september vertrekken naar de wetenschap. In de SER overleggen delegaties van elk elf leden van georganiseerde werkgevers, werknemers en externe deskundigen, zoals hoogleraren economie, over alle mogelijke (economische) onderwerpen. Een unaniem advies heeft, zoals dat heet, draagvlak. Zo maar doen, is dan de vanzelfsprekende kennisgeving aan het kabinet.

Het vervagen van de SER is al een langdurig proces. De Raad heeft relevantie ingeboet door zich met te veel onderwerpen te bemoeien (woningmarkt, nu de gezondheidszorg) die buiten de sociaal-economische kerntaken liggen. Maar de vervliegende invloed heeft ook een onverbiddelijke logica. De SER is opgericht als consensusinstituut in wederopbouwtijd, maar moet nu zijn adviezen slijten in politieke en economische polarisatie. De anti-elitaire onderstroom in politiek Den Haag ondermijnt ook de SER.

In de kerngroep van werkgevers en vakbonden lopen de belangen steeds verder uiteen. Grote werkgevers in het bedrijfsleven zijn multinationals geworden, waarvoor Nederland steeds minder telt. Of zij zijn overgenomen door buitenlandse eigenaren, voor wie Nederland telt als al die andere landen waar zij ook werken. De prioriteiten voor (fiscaal) beleid van de grote ondernemingen sporen ook niet vanzelfsprekend met de eisen van het midden- en kleinbedrijf. En VNO-NCW doet nu soepel rechtstreeks zaken, zonder de SER, met het centrum-rechtse kabinet.

Voor de vakbondsdelegatie dreigt versplintering nu de FNV de centrale sturing deels loslaat. De macht van de bonden brokkelt verder af door het dalende percentage georganiseerden. En de arbeidsmarkt verandert door de vergrijzing, de recessie, de Europese arbeidsmigratie en opkomt van zzp’ers.

Werkgeversdirecteur Niek Jan van Kesteren stelde afgelopen week in deze krant hardop de overlevingsvraag. Heeft de SER toekomst? Zo niet, dan maar ophouden.

Ja, wat is het nut nog van de SER? Het beste argument van de voorstanders is dat de SER wel vaker uitgespeeld leek maar wist terug te vechten naar het centrum van de sociaal-economische macht. Kortom: de SER is nu uitgespeeld, maar je weet nooit, misschien is de raad nog eens nodig. De SER als een verzekeringspolis: onmisbaar bij calamiteiten, maar in de tussentijd veilig opgeborgen in de onderste la.

Het einde van de SER is te vaak voorspeld om nog serieus te nemen, was vorig jaar mijn conclusie. Dus dat zal ik nu niet doen. Maar elders in Den Haag zit een geduchte concurrent. De Eerste Kamer. Ja, een politiek instituut, maar ook een ideaal overlegforum voor deeltijdpolitici met hun verzamelingen van voorzitterschappen van belangenorganisaties. Van huisartsen tot hogescholen, van de bouw tot en met de uitgevers.

Stoppen met de SER betekent niet stoppen met de overlegeconomie. Werkgevers en vakbonden hebben hun eigen overlegsalon in de Stichting van de Arbeid. Daar sloten zij in 2010 bijvoorbeeld het akkoord over nieuwe pensioenregelingen en langer werken, dat vervolgens de FNV splijtte. Maar de behoefte aan centraal overleg, centrale aanbevelingen of afspraken kalft af. De uitgangsposities, prestaties en prognoses in bedrijfstakken, inclusief de publieke sector, verschillen meer en meer. Dat proces gaat gezien de bezuinigingen van het kabinet eerder versnellen. In het bedrijfsleven doen sommige exportsectoren het fantastisch, maar de bouw, het commercieel vastgoed en delen van de detailhandel liggen op hun gat. Decentraal arbeidsvoorwaardenoverleg wordt de nieuwe norm.