De kaste der rode prinsen rukt op

Steeds meer zonen en dochters van China’s invloedrijk communistisch kader bekleden een topfunctie in de partij, het leger, de staatsbedrijven en bij industrieën. „Een uitwas. Ze gedragen zich alsof ze boven de wet staan.”

Maak kennis met juwelenontwerpster en glamourgirl Wan Baobao („leeftijdsloos”) uit Peking. Gebruind op de nieuwe Chinese skihellingen, hoge hakken, zelfverzekerde tred. Staat, net als vriendin en modeontwerpster Ye Mingzi (34), vaak in de Chinese Vogue, Cosmopolitan en de China Daily. Op straat is Baobao verzekerd van starende blikken, Mingzi trouwens ook.

Dat heeft, behalve met hun modieuze verschijning en mediapersoonlijkheid, alles te maken met hun bekendheid als „rode prinsessen”. Iedereen in de Chinese hoofdstad weet dat zij kleindochters zijn van revolutionaire strijders, van een maarschalk en een generaal van Mao Zedong. Dat hun vaders vicepremier waren in postrevolutionaire regeringen. Baobao en Mingzi worden gerekend tot de rode aristocratie.

Allebei hebben zij een uitgesproken hekel aan het etiket ‘taizidang’, prinsenkind, vanwege de negatieve connotaties in de – digitale – volksmond. Zonen en dochters van Mao’s kameraden en van latere topfunctionarissen in de Communistische Partij van China (CPC) heten verwend, geprivilegieerd, arrogant, corrupt en machtsbelust. Feit is dat de rode prinsenkinderen de afgelopen tien jaar een steeds grotere rol spelen in de top van de CPC en in de staatskapitalistische economie. „Politieke macht komt uit de loop van een geweer”, doceerde Mao Zedong tijdens de Lange Mars aan zijn strijders. In nieuw China heeft voor het uitoefenen van politieke en economische invloed het schietklare wapen plaats gemaakt voor relaties, familie en afkomst. Guanxi – het smeden van relaties – is tot een hogere kunstvorm verheven en wie behoort tot de communistische royalty heeft een voorsprong, want hij krijgt makkelijker toegang tot insidersnetwerken in de CPC of behoort daar al toe.

Een rode prins, vicepresident Xi Jinping(58), zal op het 18de Partijcongres in oktober tot partijleider en president benoemd worden als opvolger van Hu Jintao, die net als zeven andere leden van het Politbureau met pensioen gaat. In de strijd om deze topfuncties in de CPC-nomenklatoera spelen rode prinsen een hoofdrol. De vorige week afgezette Bo Xilai (62) die waarschijnlijk onder huisarrest is gesteld en tegenstrever van Xi Jinping is, is ook een rode prins. Beide vaders speelden tijdens de burgeroorlog en de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949 en daarna hoofdrollen in de top van de CPC.

„Ik weet wat de mensen zeggen over mijn achtergrond. Ik zou met een gouden lepel zijn geboren en zou mijn Wan Bao Bao Fine Jewelry niet zelf, maar met hulp van mijn familieconnecties hebben opgebouwd”, vertelt Wan Bao Bao in een koffieshop niet ver van het Zhongnanhai, het afgesloten complex naast de Verboden Stad waar topleiders en hun families wonen en werken. Daar groeide zij ook op voordat zij in de VS en Frankrijk ging studeren.

Haar vriendin Ye Mingzi, getrouwd met een Amerikaanse risicokapitalist, voegt er gedecideerd aan toe: „Ik ben beslist niet alleen succesvol met mijn modebedrijf omdat mijn grootvader behoorde tot de generatie die het nieuwe China heeft opgebouwd. Ik moet, juist met mijn achtergrond, veel harder werken. Want alles wat ik doe wordt onder een vergrootglas gelegd. Begrijp me goed: ik ben trots op hem en vind het een eer zijn kleindochter te zijn. Maar mijn bedrijf is helemaal door mij zelf opgebouwd. China is veranderd en wij hebben geprofiteerd van de nieuwe mogelijkheden, that’s it.”

Baobao en Mingzi zijn symbolen van het nieuwe China. Zij weten dat zij in de schijnwerpers staan en daarom mijden zij het Pekingse nachtleven. Zij willen voorkomen dat zij voortdurend in de roddelrubrieken in de oude en nieuwe media opduiken, want „rode prinsen en prinsessen” spotten is een sport geworden. Op internet verschijnen dagelijks verhalen en foto’s van telgen van bekende politieke families die de clubs bij het Arbeidersstadion in Peking of Xintiandi in Shanghai verlaten, al dan niet met sport- en filmsterren.

„Mijn vader wilde helemaal niet dat ik opgroeide en behandeld werd als een speciaal iemand en zeker niet als rode prinses”, zegt Wan Baobao, „en ik rijd niet rond in een rode Ferrari, zoals mensen denken.” Mingzi houdt wel van snelle auto’s maar rijdt in Peking rond in een Golfje: „We hebben het geluk gehad dat we naar goede scholen en buitenlandse universiteiten konden. Maar wij zijn een hele andere richting ingeslagen dan onze ouders en grootouders. Ik hou niet van politiek.”

Of zij dat nu prettig vinden of niet, de twee onderneemsters maken deel uit van de elite in communistisch China. 91 procent van de naar schatting 450.000 miljonairs (vanaf tien miljoen dollar) en miljardairs (in yuans en dollars) zijn kinderen of kleinkinderen van voormalig of zittend communistisch topkader. Uit onderzoek van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, een overheidsdenktank, is gebleken dat 98 procent van de kinderen en kleinkinderen van voormalig en zittend topkader hoge functies bekleedt in de partij, het leger, de staatsbedrijven en de essentiële industrieën.

„De oudere generaties rode prinsen, zoals Xi Jinping, Bo Xilai en anderen, lijken te denken dat de CPC van hen is. Jongere generaties, de twintigers en dertigers, zijn vooral geïnteresseerd in geld verdienen. Zij zijn erg gewild bij buitenlandse bedrijven die zich in China vestigen. Wie snel wil doordringen tot de echte beslissers neemt een jonge rode prins of prinses op in de raad van bestuur”, vertelt Wu Si, hoofdredacteur van het hervormingsgezinde maandblad Yanhuang Chunqiu. Hij heeft boeken geschreven over Chinese elites sinds de Qing-dynastie: „Er is minder veranderd dan we zouden willen.”

Recent voorbeeld van hoe zaken gedaan worden in China, is de benoeming van Wen Yunsong, de welgestelde zoon van premier Wen Jiabao, tot bestuursvoorzitter van China Satellite Communications (Satcom). Het aandeel Satcom schoot op de beurzen van Hongkong en New York met 50 procent omhoog omdat verondersteld wordt dat Wen Yunsong als rode prins toegang heeft tot grote staatsopdrachten van het Chinese leger. De hele familie Wen boert trouwens goed. Mevrouw Wen, de echtgenote van de premier, is meerderheidsaandeelhouder van Beijing Diamond en dochter Wen is getrouwd met de rijkste projectontwikkelaar van China.

„Door hun bevoorrechte status hadden en hebben veel kinderen van partijleiders toegang tot uitstekend onderwijs en dat opent weer deuren naar goede banen. Het is een kwestie van meritocratie en nepotisme. Een zoon van een boer in Sichuan of de dochter van een bouwvakker in Shanghai krijgt dit soort kansen niet. China is weer een standenmaatschappij geworden”, zegt Wu Si.

Driehonderd families

Zeker 300 families van voormalige en zittende partijleiders, variërend van topfunctionarissen in Peking vanaf de rang van minister tot regionale partijsecretarissen en provinciegouverneurs, spelen een dominante rol in de tweede economie van de wereld, blijkt uit zijn onderzoeken.

De reusachtige Poly Groep, met belangen in de wapenindustrie, onroerend goed, de medische sector en de chemie, wordt gedomineerd door de erven van voormalig leider Deng Xiaoping. De familie van voormalig premier Zhu Rongji domineert de sector van de staatsbanken, waaronder drie van de grootste financiële ondernemingen ter wereld. De familie van oud-premier Li Peng, verwant aan Mao’s premier en minister van Buitenlandse Zaken Zhou En-Lai, domineert de elektriciteitssector. En ook de zoon en dochter van zittend partijleider en president Hu Jintao doen het uitstekend, volgens historicus en journalist Wu Si. Zoon Hu is de partijsecretaris, dus de werkelijke baas, van Nuctech, een mondiale leider op het gebied van beveiligingsapparatuur. De dochter van de Chinese president is getrouwd met de oprichter van Sina.com, een Chinese variant op Google, en zit ook in de raad van bestuur.

Een van de scherpste critici van de vorming van de rode prinsenkaste is de Pekingse historicus en hervormingsgezinde onderzoeker Zhang Lifan, lid van de Chinese Academie van Wetenschappen en actief blogger. „De prinsenkinderen zitten of in topfuncties in de partij of in de staatsbedrijven, en daardoor genieten zij bijzondere politieke bescherming. Zij gedragen zich alsof zij boven de wet staan. Het is heel moeilijk informatie te krijgen over hun zakelijke belangen en hun netwerken. Probeer maar eens de zoon van president Hu te googelen. Dat lukt niet want alle informatie over hem en vele anderen met goede connecties valt onder de wetten op de staatsveiligheid. De groei van de prinsenkaste is een uitwas van een gesloten, monolithisch systeem”, aldus Zhang.

Tot zijn grote genoegen – en dat van miljoenen internetters – beginnen de muren rondom dat systeem barsten te vertonen. Het recente politieke tumult rondom de onttroning van de flamboyante partijsecretaris Bo Xilai in Chongqing biedt, zegt hij, een uniek kijkje achter de schermen. Leiderswisselingen in China plegen zich in het diepste geheim af te spelen of werden in het verleden beslist door almachtige leiders als Mao Zedong en de titelloze Dengxiaoping.

Zhang: „Het gaat niet alleen om de vervulling van vacatures, het gaat ook om de koers van China. De CPC is namelijk lang niet zo eensgezind als de propaganda ons wil doen geloven. Er zijn verschillende kampen, er zijn belangengroepen en fracties, zoals het leger en de Jeugdliga. Nu speelt zich een strijd af tussen de liberale hervormers en de linkse conservatieven, terwijl een grote groep afwachtend toekijkt. De uitkomst van deze strijd, die nog jaren kan duren, is bepalend voor China”, legt hij uit.

Een van de belangrijkste kandidaten voor het nieuwe Politbureau was tot voor kort Bo Xilai, oud-burgemeester van Dalian, oud-minister van Handel en tot vorige week partijsecretaris van het 32 miljoen inwoners tellende Chongqing in zuidwestelijk China. Tot ver buiten de stadsgrenzen maakte hij zich onder boeren, arbeiders en werknemers in de staatsbedrijven populair met campagnes om de verloren gegane rode, maoïstische cultuur nieuw leven in te blazen. Massaal rode liederen zingen, wedstrijden tussen stadskoren, marsen en studiebijeenkomsten raakten eerst in Chongqing, maar later ook in andere steden weer in zwang.

De tirades van Bo tegen de groeiende kloof tussen arm en rijk, tegen de grote inkomensverschillen en de sociale ongelijkheid raakten vele snaren. Hij werd alom bewonderd om zijn campagnes tegen de maffia en tegen corrupte partijfunctionarissen. Dat hij en passant de hoofden van enkele rijke families liet executeren en hun vermogens gebruikte voor de financiering van sociale woningbouw, maakte de rode prins Bo alleen maar populairder. Dat hij ook kritische journalisten en advocaten opsloot of dwong China te verlaten, werd gezien als onvermijdelijk.

„De hervormers in de CPC en liberalere leiders van staats- en privébedrijven vreesden dat als Bo Xilai in het Politbureau zou komen hij een soort nieuwe Culturele Revolutie zou ontketenen”, zegt Zhang. Hij legt uit dat Bo Xilai als 18-jarige student tijdens de Culturele Revolutie een fanatieke „rode wachter” was, hoewel zijn revolutionaire vader en moeder door Mao Zedong waren verbannen naar het platteland. Moeder Bo werd daar door Rode Wachters doodgeknuppeld.

Toekomstig president Xi Jinping werd ook met zijn ouders naar het platteland verbannen tijdens dat krankzinnige politieke experiment van Mao. De toen 15-jarige Xi leefde met zijn ouders in de grotten van Shanxi en heeft in die periode andere lessen geleerd dan Bo. Xi geldt als een hervormingsgezinde communist die beslist niet terug wil naar campagnes als de Culturele Revolutie of moderne aftreksels daarvan. Hij wilde Bo niet in „zijn” Politbureau.

Om Bo Xilai af te stoppen hebben zijn tegenstanders, onder wie zittend president Hu Jintao en vicepresident Xi Jinping, het beproefde wapen van het corruptieonderzoek in stelling gebracht. Vroeger werden tegenstanders van de keizers onthoofd of vergiftigd, in nieuw China volstaat het openen van een corruptieonderzoek om een tegenstander uit te schakelen.

Bo wordt ervan beticht zijn echtgenote, een beroemde advocate, te hebben willen beschermen tegen een politieonderzoek. Hij zou de politiecommissaris die dat onderzoek was begonnen, hebben willen elimineren. Die politieman zocht daarom politiek asiel in de VS, maar zit nu vast in een Pekingse kerker van de staatsveiligheidsdienst.

„Of alle verdenkingen tegen Bo waar zijn of niet, weet ik niet. Wel weet ik dat we dit soort toestanden lang niet hebben meegemaakt. Nieuw is dat de rode prinsen een hoofdrol in deze strijd vervullen. Zij maken de indruk China als hun eigendom te beschouwen. Het grote voordeel van dit conflict is dat voor het eerst in lange tijd de bevolking en de wereld een zeldzaam kijkje achter de schermen hebben gekregen”, zegt historicus Zhang Lifan, die op weg naar zijn afspraak met deze krant gevolgd is door agenten van de staatsveiligheid. De twee politiemannen houden ons urendurend gesprek vanaf een tafel in de hoek van het restaurant in de gaten.

„China is in de afgelopen 30 jaar, sinds Deng Xiaoping besloot het land open te stellen en te moderniseren, onherkenbaar veranderd. We zijn nu op een kruispunt aangekomen. De grote hervormingen van de laatste tien jaar zijn uitgewerkt, de groei gaat verminderen en we kampen met grote sociale spanningen en ontwikkelingsproblemen. Welke kant gaan wij op? Gaan wij opnieuw hervormen of gaan we op dezelfde weg door? Kiezen we voor een linksere koers?” vraagt Zhang zich af.

„Het onverwerkte verleden van de Culturele Revolutie hindert ons bij het maken van die keuzes. Er heerst, zeker onder de ouderen vanaf een jaar of 45, nog steeds een diepe angst voor chaos en een herhaling voor de Culturele Revolutie. We hebben die periode, waarin miljoenen werden gedwongen te verhuizen naar het platteland en daar crepeerden, nooit goed verwerkt. Dat werkt nu verlammend.”

Als tegen middernacht de twee agenten het wachten beu zijn en vertrekken, zegt de beminnelijke Zhang: „Rode prinsen als Xi en anderen kennen onze geschiedenis beter dan wie ook. Ze hebben meegemaakt hoe hun vaders en moeders voor Mao vochten en toch werden vernederd. De groep van aanhangers van Bo Xilai is gelukkig te klein om nu nog verder een rol te spelen, hoop ik... De strijd is nog niet beslist, maar sinds zijn degradatie ben ik optimistischer gestemd.”

Terwijl hij zijn Sun Yat-sen-jasje van zwarte zijde met drakenmotief dichtknoopt, maakt hij nog een opmerking: „Een ding weet ik zeker, we gaan in China buitengewoon turbulente jaren tegemoet en de rode prinsen spelen daarin een cruciale rol.”