De firma Nederland staat te kijk

Nederland had in Europa een aantrekkelijk imago. Daar is weinig van over. „In Brussel spelen jullie puur nationale politiek”, zegt een diplomaat uit een euroland. „En die wordt door Wilders gedomineerd.”

Illustratie Siegfried Woldhek

‘Als je mij twintig jaar geleden had gevraagd in welk Europees land ik liefst zou wonen, had ik geen seconde geaarzeld: Nederland”, vertelde een Portugese bankier kortgeleden. „Maar waar is dat Nederland van toen gebleven? Alles waar jullie voor stonden en wat wij bewonderden, is weg. Jullie tolerantie, jullie sociale liberalisme, jullie positivisme. Hoe kon dit gebeuren?”

Het zal Nederlanders in het buitenland niet onbekend voorkomen. Ze worden aangesproken op wat er in Nederland gebeurt, en niet in positieve zin. Datzelfde gebeurde na de moord op Pim Fortuyn in 2002; na het Nederlandse nee tegen de Europese grondwet in 2005; na de Fitna-film in 2008. Maar het wordt erger. Destijds werd je vooral aangesproken op de Midden-Oosten-politiek van Nederland, die steeds pro-Israëlischer werd en de Europese (consensus-)besluitvorming bemoeilijkte. Ook klonk kritiek op het harder wordende asiel- en mensenrechtenbeleid. Het verschil is dat kritische opmerkingen over Nederland nu over steeds meer onderwerpen gaan en niet meer vooral uit linkse of cultuurrelativistische hoek komen .

De Portugese bankier die zich afvroeg waar zijn Nederlandse voorbeeld was gebleven, stemt op een centrum-rechtse partij. De Oost-Europese onderminister die amper 24 uur later exact hetzelfde zei, is een conservatief. Ook een Europese topfunctionaris die „zeer bezorgd” is over de politieke ontwikkelingen in Nederland, kun je geen loony leftist noemen. Deze mensen willen helaas anoniem blijven – in de internationale diplomatie worden man en paard nu eenmaal niet genoemd. Maar je merkt aan alles dat de twijfel aan Nederland, als betrouwbare en voorspelbare partner, is doorgedrongen tot het internationale establishment.

Als je vroeger ‘Nederland’ en ‘probleem’ in één zin hoorde, ging het geheid over drugs. Nu kan het alles zijn behálve drugs. Je loopt toevallig tegen een ambassadeur aan die je lang niet gezien hebt, en het eerste wat hij zegt is: „Ik hoor geruchten dat het parlement in Nederland de EU-toetreding van Kroatië gaat blokkeren. Klopt dat?” En een andere diplomaat komt verhit checken: „Als Israël Iran aanvalt, steunt Nederland Israël dan? Dat zeggen ze bij mij op het ministerie.” Tijdens seminars over de eurocrisis wordt Nederland gekenschetst als „politiek instabiel”.

Op een etentje zit je naast een Europese functionaris, die vanwege de eurocrisis contacten heeft met het Haagse ministerie van Financiën. Eerste opmerking: „Is dat kabinet van jullie nog steeds niet gevallen?” Iemand anders die zich met de euro bemoeit, vertelt: „Bij de onderhandelingen over het tweede Griekse hulppakket hadden we twee grote problemen – het ene was [de Griekse conservatieve leider] Samarás, het andere was Nederland.” Beide sprekers zijn pragmatisch genoeg om te weten dat politici die thuis eurosceptische dingen zeggen, coöperatief kunnen zijn in de Brusselse coulissen. Maar zij beginnen te twijfelen of Nederland überhaupt nog in die categorie valt.

In 2002 meldde de toenmalige Brusselse correspondent van deze krant dat „Nederland sinds de opkomst van de LPF en het aantreden van de huidige regeringscoalitie een van de belangrijkste onzekere factoren van Europa is geworden”. Mensen vroegen hem constant of Nederland de uitbreiding met tien nieuwe landen ging blokkeren, of de landbouwbegroting zou dwarsbomen met als doel hervormingen af te dwingen. Maar men hoopte nog dat het los zou lopen. Nu schiet de huivering op zowat alle terreinen wortel. Iemand bij de Verenigde Naties die ontdekte dat hij een Nederlander tegenover zich had, zei laatst: „Oef.”

In Brussel slibden de mailboxen van functionarissen en journalisten vorige week dicht met post over het PVV-meldpunt voor overlast door Oost-Europeanen – het waren dee-mails van europarlementariërs die zich hier verlekkerd op stortten. Daar was nogal wat partijpolitiek bij. Velen grepen de kans zich te profileren. Maar het punt is: dit soort mails ging tot voor kort nooit over Nederland. Ze gingen over Italië onder Silvio Berlusconi. Over Hongarije onder Viktor Orbán. Of over Polen, toen de tweeling Lech en Jaroslav Kaczynski nog regeerde. Nu gaan de mails over het Nederland onder Mark Rutte. Of eigenlijk: onder Geert Wilders. Over de grenzen denken steeds meer mensen dat Wilders niet zomaar een invloedrijke Nederlandse politicus is, maar dat hij Nederland regeert. Premier Rutte en de ministers in Den Haag zouden Wilders’ piketpalen niet durven passeren omdat hij anders het kleed onder ze vandaan trekt.

„Nederlandse diplomaten en ministers vertellen ons dat als Wilders iets zegt, dit nog niet betekent dat de regering dat óók zegt”, aldus een Europees functionaris. „Maar in negen van de tien gevallen is dat wel zo. Dus kijken wij naar Wilders.”

Nederland weert Bulgarije en Roemenië uit Schengen, als enige. Nederland is snoeihard tegen zuidelijke eurolanden. Zo hard dat het niet in aanmerking komt om de ministers van Financiën voor te zitten. Sterker, Nederland ambieert zo’n functie niet eens meer: minister De Jager wil de vrijheid hebben om hard te blíjven. Nederland wordt minder afgerekend op wat Rutte zegt, wat Wilders zegt wordt steeds belangrijker. „In Brussel spelen jullie puur nationale politiek”, constateert een diplomaat uit een euroland, „en die wordt door Wilders gedomineerd.”

Voor Nederlandse expats is ‘de firma Nederland in het buitenland’ een gespreksthema. Velen maken zich zorgen over de opmerkingen die ze krijgen. En over de stiltes, die even pijnlijk kunnen zijn. Zij zijn bang dat Nederland in een isolement belandt, dat het weinig steun bij andere landen meer vindt om belangrijke gevechten te winnen. In Europa moet je coalities bouwen, anders kom je nergens. Maar, relativeert een expat: „De lucht kan zo weer opklaren. Kijk naar Italië en Denemarken. Nieuwe premier, nieuwe regering en iedereen is de problemen weer vergeten.”

Italië was onder Berlusconi zo met zichzelf bezig dat het op het internationale toneel vaak niet eens een standpunt innam. Berlusconi werd op het laatst door niemand serieus genomen. Maar anders dan Rutte blokkeerde hij weinig cruciale dossiers. Hij bemoeide zich er niet mee. Europese functionarissen moesten soms zelfs speciaal naar Rome om het Italiaanse standpunt ‘te halen’. Denemarken had tot voor kort een gedoogconstructie à la Nederland: een minderheidsregering, gesteund door de populistische Volkspartij. Maar de Denen stonden, anders dan de Nederlanders, altijd als eurosceptisch bekend. Het was dus minder een breuk met het verleden. Ook speelden de Denen hun interne politieke machtsspel minder uit in internationale fora. „Onze standpunten bij de EU of VN veranderden nauwelijks tijdens de gedoogjaren”, zegt een Deen. Dat ging tien jaar goed. Tot voorjaar 2011. Toen wilde de Volkspartij weer grenscontroles invoeren. Heel Europa viel over de Denen heen: het schond het Schengen-verdrag. Niet veel later wonnen de socialisten de verkiezingen.

„Bij jullie gebeurt het omgekeerde”, bevestigt een diplomaat. „De belangrijkste beperkingen die Wilders Rutte oplegt, liggen niet op nationaal maar op Europees vlak. De Europese begroting. De euro. Uitbreiding. Schengen.” Dit zijn de belangrijkste onderwerpen in de Europese arena. Geen wonder, dat zoveel mensen buiten Nederland wakker worden omdat ze de oude clichés over Hollandse verdraagzaamheid en altruïsme niet meer herkennen, en denken: wat gebeurt hier?