De doe-het-zelf radicalisering

Mohammed Merah, die de aanslagen pleegde in Toulouse, radicaliseerde in de cel. „De hypothese van een eenling komt Sarkozy goed uit.”

Tv-beeld van de 23-jarige Frans-Algerijnse Mohammed Merah, die zeven mensen doodde in Toulouse. Foto AFP

Al een paar uur nadat woensdagochtend de omsingeling van de woning van Mohammed Merah begon, meldde minister van Binnenlandse Zaken Claude Guéant wat de dader van de aanslagen in Toulouse en Montauban had gedreven: Merah zelf beriep zich tegenover de politie op het ‘salafisme’ – een ultraconservatieve sunnitische stroming – en op de ‘jihad’, de heilige oorlog.

Maar uit het politieonderzoek moet nog blijken of Merah nu echt een typische salafistische jihadstrijder was, zegt Samir Amghar, specialist op het gebied van de hedendaagse islam aan de École des Hautes Études et Sciences Sociales (EHESS) in Parijs. Amghar schreef onder meer in zijn boek Le salafisme d’aujourd’hui (2011) over salafisten in Europa. In Frankrijk wonen er tussen de 12.000 en 15.000, vooral in de banlieue rond de grote steden. Ze interpreteren de Koran letterlijk en willen leven als de profeet Mohammed.

„Als salafisten worden gewonnen voor de jihad, zijn ze vaak geïnspireerd door een charismatische leider”, legt Amghar uit. Vrijdag meldde de krant Le Parisien dat Mohammed Merah (23) met zijn broer Abdelkader (27) in januari een bezoek bracht aan de ‘witte emir’, een moslimprediker in een gehucht niet ver van Toulouse.

„Dat is nou zo’n charismatische leider, maar het is onduidelijk welke invloed hij precies had op Mohamed en welke rol zijn broer speelde”, zegt Amghar, telefonisch uit Parijs.

Eerder beschreven de autoriteiten Merah nog als ‘eenling’.

„We moeten voorzichtig zijn, maar dat is waarschijnlijk politiek. De hypothese van de eenling kan voor president Sarkozy gunstig zijn. Het is dan makkelijker uit te leggen dat de veiligheidsdiensten Merah niet in de gaten hadden. Een groep zou minder makkelijk aan de aandacht van de staat kunnen ontsnappen. Let wel: we zitten midden in de campagne.”

De afgelopen jaren nam het aantal jonge moslims dat kiest voor de jihad juist af, zegt Amghar. Dat komt door het optreden van de Franse staat tegen radicale netwerken, en zeker door de waakzaamheid van moslims zelf. De dood van Osama Bin Laden heeft het fundamentalisme nog minder aantrekkelijk gemaakt. „We hebben nauwelijks nog te maken met groepen die met een jihad een kalifaat in Europa willen stichten”.

En daar was dan toch opeens Mohammed Merah.

„Salafisme en jihad zijn complex en erg veranderlijk. We zitten nu in een fase waarin de verhouding tot de islam individualistischer wordt, meer consumentistisch: jongeren sluiten zich aan bij de islam niet vanwege hogere politieke waarden, maar als een middel om zich te ontplooien”.

Merah probeerde zich toch juist binnen de maatschappij te ontplooien? Hij werkte in een garage.

„Ja, hij wilde integreren. Zijn pad richting radicalisering was bijna schizofreen, of misschien is ‘doe-het-zelf’ een betere term. Dikwijls ontstaat radicalisering bij maatschappelijke tegenslag, vanuit een gevoel van uitsluiting, van degradatie. Het idee wordt versterkt dat moslims het altijd slecht doen en worden gediscrimineerd. Een tijd in de cel is vaak het kantelpunt, zoals bij Merah.”

Is er niet nog meer nodig voor radicalisering?

„Het internet speelt een grote rol voor jonge salafisten. Het gaat om militante websites in Frankrijk en in het Frans, maar ook om internationale sites in het Engels. Veel van dit soort sites zijn al van overheidswege gesloten, maar er zijn er nog steeds een paar in de lucht. En vergeet vooral niet de context. Dit speelt zich allemaal af in de banlieue. Het is een harde omgeving, waar geweld een middel is om conflicten te beslechten. De stap naar geweld is voor sommige van die jongens niet zo groot.” 

Hoeveel moslims zouden in Frankrijk bereid zijn tot geweld ?

„Heel moeilijk te zeggen. Je moet onderscheid maken tussen mensen die bereid zijn tot geweld over te gaan – ik schat enkele tientallen – en misschien een paar honderd die zelf geen geweld zouden gebruiken, maar geweld wel legitiem achten. En dan is er, ook onder salafisten, de overgrote meerderheid die geweld uit naam van de islam afwijst.”

Amghar vindt de methode die Merah koos opmerkelijk. Hij plaatste geen bommen en hij blies zichzelf niet op, maar gebruikte vuurwapens. „Het lijkt erop dat een nieuw model van terreur school maakt”. Iets dergelijks gebeurde op een legerbasis in Texas, in 2009. Een Amerikaanse militair, een moslim, doodde toen dertien collega’s met een vuurwapen.

Steeds, zegt Amghar, vindt het radicaal-islamitische terrorisme zichzelf opnieuw uit. „In de jaren tachtig en negentig was de bom hét middel. Denk aan de explosie in Parijs in 1995 in de RER [de aanslag in de regionale metro door de Algerijnse GIA, red.]. In de jaren 2000, kreeg je zelfmoordaanslagen – iets wat moslimterroristen daarvoor vreemd was. Nu heb je individuen die weliswaar bereid zijn te sterven maar toch kiezen voor aanslagen met vuurwapens.”

Hoe verklaart u deze trend?

„Bovenal om praktische redenen. Politie en inlichtingendiensten hebben hun aandacht sterk gericht op de fabricage van explosieven. Maar een vuurwapen kun je zonder al te veel problemen kopen”.

Wat kan hier aan worden gedaan?

„Laten we vooral naar de lange termijn kijken. De strijd tegen discriminatie en verbetering van sociale omstandigheden is het belangrijkst. De werkloosheid van moslimjongeren is het dubbele van het landelijke gemiddelde. En Frankrijk moet zich ook politiek achter de oren krabben. Kort geleden was president Chirac nog een held in de Arabische wereld, en daardoor ook gerespecteerd door moslims in eigen land. Hij bezocht de Palestijnse gebieden en voerde het verzet tegen de Irakoorlog aan.”

Zegt u nu dat president Sarkozy heeft bijgedragen aan het klimaat waarin Merah kon toeslaan?

„Ja. Hij is pro-Amerikaans, heeft de banden met de NAVO aangehaald en Franse troepen vechten in Afghanistan. Veel moslims maken zich hier boos over. Het is misschien tijd om over deze politiek na te denken.”