Bijen koken monsters

Ben je net lekker honing aan het maken voor de kinderen van je koningin, is er een indringer. Een monster nog wel, in de bijenkorf. Gelukkig, sommige honingbijen hebben een fantastische truc om reusachtige wespen die hun nest aanvallen onschadelijk te maken. Die wespen krijgen een warm onthaal.

Japanse reuzenhoornaars zijn nog groter dan de al flink grote hoornaars, die ook in Nederland leven. Ze hebben een goed pantser tegen bijensteken. Met hun angel beginnen Japanse honingbijen dus niks.

Maar wel met hun lichaamswarmte. De bijen kunnen nèt een hogere temperatuur verdragen dan de grote hoornaar. Ze vormen een dichte bal rond de aanvaller. Dan verhitten ze zich door druk met hun vleugelspieren te trillen. Door al die inspanning loopt de temperatuur in de bal op. De hoornaar raakt over de kook – en bezwijkt in de verstikkende hitte.

Vele kleintjes brengen zo een groot monster om. Het ziet eruit alsof een groep opgewonden kleuters een K3-zangeres zo warm omhelst dat ze in zwijm valt. Maar dit is een strijd op leven en dood. En de bijen winnen. Na twintig minuten oververhitting geeft de reuzenwesp de geest.

Ja, zielig. Maar een hoornaar die zijn gang kan gaan is ook niet erg fijngevoelig. Voor bijen is zo’n reuzenwesp een plunderaar, die hun larven uit de raten haalt en opeet, met nog wat honing toe.

Hoe krijgen de bijen hem klein? Zonder zichzelf en hun familie óók te koken? Door ongelofelijk precies te zijn. Dat ontdekten onderzoekers van de Universiteit van Tokio. Zij staken hoornaars aan een stokje in een bijennest – om die even later weer tevoorschijn te halen, compleet met warme bijenbal. Een hoornaar gaat pas dood in een bijenbal van 46 graden. Meestal gaan de bijen tot 47 graden – maar niet verder. Want bij 48 graden zouden ze zichzelf méé koken.

Daar houden de bijen zich feilloos aan, als meesterkoks. Eén hersendeel van de bijen regelt het allemaal, als een thermostaat van een kachel. Nog niet warm genoeg? Met de spieren trillen. Bijna te warm? Stop. Bijen hebben maar kleine hersentjes, maar die zitten ontzettend goed in elkaar. Al denken hoornaars daar anders over.