Bespaar brugklassers dat lotingsleed door nieuwe scholen toe te laten

Loting en een gebrek aan concurrentie zijn het gevolg van regels voor de vestiging van nieuwe scholen. Dat moet anders, vinden Michiel Langman en Aenelli Houkes-Hommes.

De uitslagen van de Cito-toets zijn bekend. Veel kinderen hebben zich aangemeld bij de middelbare school van hun keuze. In steeds meer grote steden is het dringen voor de beste plekken. Populaire scholen krijgen meer aanmeldingen dan er plaats is. In april bepaalt het lot wie er worden toegelaten.

Uitgelote kinderen rest niets anders dan naar een school te gaan die in de eerste ronde niet in trek was. Scholen die het slecht doen in de ogen van achtstegroepers en hun ouders stromen dan alsnog vol, dankzij de leerplicht en het gebrek aan alternatieven. Schoolbesturen hoeven zich hierdoor niets aan te trekken van de kwaliteitseisen van leerlingen en hun ouders. De vrijheid van onderwijs in Nederland is de vrijheid voor schoolbesturen om onderwijs te geven zoals zij dat willen.

Deze vrijheid hebben ze te danken aan de vestigingsnormen van het ministerie van Onderwijs. Een nieuwe school komt niet in aanmerkingvoor financiering als er binnen een straal van tien kilometer al een vergelijkbare school bestaat van hetzelfde niveau of van dezelfde levensbeschouwelijke overtuiging. De pedagogische invalshoek – montessori, dalton et cetera – doet hierbij niet ter zake.

Een cirkel met een straal van tien kilometer beslaat een groot gebied. In een stad als Amsterdam, met jaarlijks meer dan zevenduizend brugklassers, betekent één school op de Dam dat nergens in de stad een vergelijkbare school mag worden gesticht. Alleen zittende schoolbesturen mogen nieuwe scholen oprichten, in de vorm van afsplitsingen .

Ook buiten de grote steden zijn de kansen voor nieuwkomers klein. Een paar jaar geleden bracht de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs de onderlinge afstanden in kaart van de scholen van gelijke denominatie in Nederland. Er bleken nog een paar gaatjes te bestaan in het fijnmazige netwerk van middelbare scholen. In het protestante Hardegarijp was nog ruimte voor een katholieke school en in het kerkelijke Kapelle voor een algemeen bijzondere school. Deze scholen staan er inmiddels.

Als de laatste gaatjes zijn opgevuld, zal nergens meer een nieuwe school kunnen worden opgericht zonder dat er eerst bestaande scholen worden opgeheven. De nieuwkomers maken geen kans. Nederland zit voor hen op slot.

Nieuwkomers op de onderwijsmarkt kunnen zorgen dat leerlingen iets te kiezen krijgen. Ze kunnen zittende schoolbesturen uitdagen om het aanbod van onderwijs beter af te stemmen op de vraag. De kwaliteit van het onderwijs is gebaat bij ruimte voor nieuwe scholen. Hiervoor is geen wetswijziging nodig. Twee kleine wijzigingen in de ‘Regeling voorzieningenplanning vo’ zijn voldoende om het beoogde effect te bereiken.

Ten eerste: sta toe dat nieuwe scholen met een marktonderzoek bewijzen dat zij genoeg leerlingen zullen trekken.

Ten tweede: schrap het verbod op vestiging van nieuwe scholen binnen het voedingsgebied van bestaande vergelijkbare scholen.

Met deze eenvoudige aanpassing van de regels kan de overheid ruimte maken voor dynamiek in het voortgezet onderwijs. Schoolbesturen die goed in de behoefte voorzien, krijgen de ruimte. Schoolbesturen die het slechter doen, moeten plaatsmaken.

Dit verbetert de kwaliteit van het onderwijs en bespaart achtstegroepers veel lotingsleed. Het geeft de vrijheid van onderwijs aan wie ze toekomt: de leerlingen.

Aenneli Houkes-Hommes en Michiel Langman zijn als econoom werkzaam bij respectievelijk Policy Productions en Langman Economen.