'Bert zei: Ik wil een kind van je'

Chef-kok Lisette Bossert (1971) vertelt over Bert, haar grote liefde.

Ze bloeit op, blaakt, straalt terwijl ze vertelt. Alles in haar leven valt nu op z’n plek. Eindelijk.

‘Ik was een eenzame puber. Van m’n elfde tot m’n achttiende was ik een balletmeisje en reisde ik van mijn ouderlijk huis op Goeree Overflakkee op en neer naar Rotterdam: eerst naar de mavo voor Ballet en Muziek, daarna naar de dansacademie. Ik ging helemaal op in het dansen. Vooral de techniek van Martha Graham zat me als gegoten, daarin blonk ik uit. Mijn docenten zagen dat ook, op eentje na: mijn mentrix, wier stem het zwaarst woog bij m’n beoordeling. Na het zesde jaar zei die vrouw doodleuk dat zij het niet zo zag, in mij. Ik moest van school af.

„De gewone wereld kende ik niet. Ik wist niet hoe je op jezelf woont of hoe je vriendschappen opbouwt. Ik heb een tijdje gerebelleerd tegen alle regels van vroeger met uitgaan en te veel alcohol, maar daar werd ik alleen maar eenzamer van. Ik wist niet wat ik met mijn leven wilde, ik deed maar wat. Er zitten hele gaten in mijn geheugen.

„Als alternatief voor de dans had ik ooit de hotelschool bedacht, dus die werd het, terwijl ik voor de gewone horeca eigenlijk geen ambities had. Ik hobbelde een paar jaar van baan naar baan. Pas toen ik een tijdje meehielp op een biologisch-dynamische boerderij begon me iets te dagen. Nu ben ik chef-kok in een kloosterhotel, waar gasten komen voor inspiratie en zingeving. Het biologische menu heb ik zelf vormgegeven.

„In relaties was ik ook lange tijd stuurloos. De eerste twee mannen in mijn leven pasten achteraf niet bij me. De eerste had een soort wereldwijsheid die ik mooi vond, maar het was ook een enorme neuroot. De tweede was een goeie beste vent, maar ik was te dominant voor hem, we waren niet in evenwicht. Ik reisde met hem mee naar Ghana waar hij een eigen bedrijf zou opzetten – dat werd niks natuurlijk. Na vijf jaar hebben we onze relatie beëindigd.

„In het reisbureau waar we onze tickets voor Ghana boekten werkte Bert, een lange, blonde man. Mijn ex en ik raakten met hem bevriend en gingen wel eens bij hem langs. Bert was gescheiden en woonde alleen. Ik vond hem indrukwekkend: je kon met hem praten over lezen, hij was bezeten van wereldmuziek, en als hij Hotel California van de Eagles opzette dan zong hij de tekst woordelijk mee. Inmiddels kan ik dat ook, maar toen? Ik kwam uit een woestijn, ik wist van niks.

„Toen het uit was met mijn ex heb ik Bert een keer opgebeld, zomaar. Het was een doordeweekse dag en we hadden ons toevallig allebei ziek gemeld voor ons werk. We dronken thee met whiskylikeur – o, wat voelden we ons stout! Een tijdje later was er een voetbalwedstrijd op tv, Bert ging kijken met een vriend en ik sloot me daarbij aan. Het goeie team zal wel gewonnen hebben, want aan het eind van de avond dansten we samen de trap op.

„Drie jaar later woonden Bert en ik samen. Ik was dertig en had een latente kinderwens. Bert wist dat, maar hij twijfelde, want hij was al vader: Alan, de zoon uit zijn huwelijk, woonde de helft van de tijd bij ons. Maar Alan had een moeder, ik voedde hem niet op. Op een dag waren we aan het zwemmen in de Oosterplas, en toen zei Bert opeens: ‘Dit klinkt als een soort huwelijksaanzoek, maar ik wil graag een kind van je’. Ik was in no time zwanger.

„Bert en ik zijn heel verschillend: ik ben aards, hij is luchtiger. Dat vult elkaar mooi aan. We lachen en we huilen samen, we maken ruzie en praten het uit. Ons samenzijn is echt.

Ze laat een foto zien van Kalle, hun blonde zoon. Zeven is hij nu. Wat een lekker kereltje, hè.