‘Antimagneetmantel’ fopt detector

Sleutels op de band, telefoon uit de jaszak. Standaardprocedure bij de detectiepoortjes op het vliegveld – die poortjes zijn metaaldetectoren. Zou je je sleutels opbergen onder de ‘onzichtbaarheidsmantel’ die fysici uit Spanje en Slowakije ontwikkelden, dan zou het poortje niets waarnemen. De mantel sluit magnetische velden buiten zonder het veld te verstoren (Science, 23 maart).

Onzichtbaarheidsmantels werden een begrip door de Harry Potter-boeken – je kon ze omslaan en onzichtbaar worden. Maar in ruim vijf jaar is de invisibility cloak jargon geworden in de natuurkunde, met dank aan de Britse fysicus Sir John Pendry die het principe bedacht. Er kwamen mantels tegen meerder soorten elektromagnetische straling, inclusief zichtbaar licht, en recentelijk zelfs een ‘antigeluidsmantel’. Het zijn alleen geen flexibele mantels, eerder harde etuis.

Zo’n mantel is er nu ook voor magneetvelden. De groep onder leiding van Alvar Sanchez van de Autonome Universiteit van Barcelona (UAB) bedacht hem. Het is een ring met een diameter van 1,25 centimeter, en bijna even hoog.

De binnenkant van de ring is supergeleidend. Supergeleidende ringen houden magneetvelden buiten, maar verstoren die ook. Die verstoring wordt in de antimagneetmantel opgeheven door een dikkere metalen buitenwand die zelf magnetisch is.

Sanchez benadrukt dat zijn mantel gemaakt is met simpele materialen – meestal zijn ze nogal exotisch van samenstelling. De binnenkant is van een dun materiaal dat bij ‘hoge’ temperatuur (-196 °C) supergeleidend is: de temperatuur van vloeibare stikstof. De buitenrand is van ijzer, nikkel en chroom.