Als Huntelaar een Duitser was geweest...

DAVID: Wat hebben Nederlanders toch tegen Klaas-Jan Huntelaar?

SIMON: Het enige dat Huntelaar doet is doelpunten maken.

DAVID: Dat is toch niet zo erg?

SIMON: Nederlanders vinden dat vulgair en banaal.

DAVID: Nee toch? Waarom?

SIMON: Nou, wat is de bron van alles in het Nederlandse voetbal?

DAVID: Cruijff.

SIMON: In dit geval ook.

DAVID: Cruijff vond doelpunten niet leuk?

SIMON: Niet zo, nee. Cruijff hield vooral van de geometrie van het voetbal, de mooie vormen. Voor hem waren doelpunten een soort lelijke onderbreking. Maar wat hij echt vreselijk vond, waren specialisten.

DAVID: Gespecialiseerde doelpuntenmakers?

SIMON: En gespecialiseerde keepers. Hij vond Jan van Beveren niets, omdat die alleen maar ballen tegenhield. Cruijff zag liever Jan Jongbloed, een allrounder in het doel.

DAVID: Jongbloed kon alleen niet zo goed ballen tegenhouden.

SIMON: Jammer dan. Het Cruijffiaanse ideaal was elf min of meer inwisselbare allrounders. Iedereen moest op elke positie kunnen spelen.

DAVID: Daarom hadden ze op het WK’74 geen gespecialiseerde midvoor. Cruijff stond midvoor, maar hij stond er niet.

SIMON: Nederland had anders wel een echte midvoor meegenomen: Ruud Geels.

DAVID: Was Geels er in ’74 bij?

SIMON: Ja. Hij mocht alleen nooit spelen, omdat hij niets anders deed dan doelpunten maken. Hij zat drie weken in Hiltrup te nietsen, werd elke maaltijd gepest door Krol en Suurbier, Snabbel en Babbel, totdat hij eindelijk naar huis mocht.

DAVID: Heeft Nederland er nooit aan gedacht om hem erin te brengen?

SIMON: Zelfs niet toen Johnny Rep in de finale al die kansen miste.

DAVID: Hadden de Duitsers maar iets tegen doelpuntenmakers gehad. Maar zij stelden Gerd Müller gewoon op.

SIMON: Ook al was hij klein en dik en vulgair.

DAVID: Paul Breitner vertelde me ooit iets interessants. Hij had het over Duitsland en Bayern München in de jaren zeventig, en hij zei: „Wij danken allemaal alles aan Gerd Müller. Als wij één doelpunt nodig hadden, maakte hij er één. Als we er twee nodig hadden, maakte hij er twee. Alles dat we bereikt hebben, kwam door hem.”

SIMON: Dus als Huntelaar Duitser was geweest…

DAVID: Hou op, man! Zo mag je niet denken.

SIMON: Gek dat Bert van Marwijk, die zoveel Cruijffiaanse dogma’s eruit heeft gegooid, trouw blijft aan de afkeer voor specialisten.

DAVID: Zelfs in de WK-finale, toen Robin van Persie weer belabberd speelde, mocht Huntelaar niet meedoen. Oké, ze houden niet van doelpuntenmakers. Maar is het zo erg als Huntelaar een vulgaire goal maakt waardoor je wereldkampioen wordt?

SIMON: Ja, dat was erg geweest. Van Persie is een allrounder, een mooie voetballer, een Nederlandse voetballer. Huntelaar ziet eruit als een jongensachtige egel.

DAVID: Maar goed, Van Persie is ook een uitstekende doelpuntenmaker. Alleen Messi en Cristiano Ronaldo scoren dit jaar makkelijker.

SIMON: En Huntelaar. Hij heeft al 37 goals in 37 wedstrijden voor Schalke. Van Persie heeft er maar 33 in 38 voor Arsenal.

DAVID: Interessant. Ik zocht net hun interlandstatistieken op. Van Persie heeft 25 goals in 62 interlands. Huntelaar heeft er 31 in 50, terwijl hij vaak maar de laatste drie minuten mag meedoen.

SIMON: Vulgaire getalletjes. Banaliteiten.

DAVID: Nog negen goals en Huntelaar heeft het Oranje-record van Patrick Kluivert ingehaald. Straks is de eeuwige topscorer van het Nederlands elftal een bankzitter! Denk je dat Huntelaar het erg vindt, dat de Nederlanders hem niet zien staan?

SIMON: Volgens mij interesseert hij zich niet zo voor voetbal. Toen ik hem interviewde, viel het me op: wat hem bezighoudt, zijn de kneepjes van zijn vak. Hij vertelde bijvoorbeeld: Willy van der Kuijlen had hem geleerd: schiet altijd met de buitenkant, mik net naast de paal en de bal draait erin. Hij praatte als een hersenchirurg die geen belangstelling had voor de rest van het lichaam.

DAVID: Denk je dat hij straks in de Oekraïne mag meedoen?

SIMON: Nee.

Simon kuper en david winner