Wie goed wil zijn, wordt het niet

Merle Bouwmeester (14) is sinds haar 9de beeldhouwer en alom geprezen om haar talent. Toch twijfelt ze soms. „Laat me toch met rust, denk ik dan.”

Verslaggever

‘Alle interviewers stellen dezelfde vragen.” Dat is zo’n beetje het eerste wat ze tegen me zegt. Wat niet betekent dat we geen leuk gesprek hebben. Merle Bouwmeester (14) uit Zutphen is gewoon al heel vaak geïnterviewd. Misschien een beetje te vaak. Ze is meer dan tien keer op televisie geweest en eerlijk gezegd weet ze al helemaal niet meer hoe vaak ze voor de krant en de radio is ondervraagd.

Een wonderkind. Een beeldhouwtalent. Op haar negende begon Merle met het maken van houten kunstwerken. Sindsdien is ze geprezen om haar uitzonderlijke gave. Ze blijkt tijdens het interview eveneens meester in het neerhalen van haar eigen kwaliteiten.

Nu werkt ze aan een privéopdracht, een beeld voor op een graf. Daarna gaat ze voor de jongerenafdeling van de internationale conferentie TedX een beeld maken. Levensgroot. En tussendoor wil ze in Canada een paar weken samenwerken met de beeldhouwers van de Haida-indianen. Afgelopen januari werd ze tweede bij de verkiezing van de Jongere van het Jaar 2011.

Nu het even rustig is en ze schetstekeningen maakt voor haar nieuwe werken, spreek ik haar in atelier de Kruittoren van Marco Mout, haar leermeester en „ook een beetje de manager”. Mout is erbij, hij is met een andere leerling aan de slag. Het gebouw is een 14de-eeuwse verdedigingstoren in Zutphen. Haar beitels en messen slingeren op de werktafel, langs de muren staan beelden terwijl de houtkachel probeert de hoge ruimte warm te stoken.

Hoe werk je aan zo’n idee als bijvoorbeeld dat voor TedX?

„Het is een vrije opdracht. Ik denk nu na, daarna ga ik tekenen. In het beeldhouwen zelf zit de meeste tijd. Als ik veel tijd heb kan ik binnen vier maanden tijd klaar zijn, soms doe ik er wel een half jaar over. Het is zwaar werk. Ik wil iets doen met het thema onzekerheid. Ik zit nu in een leeftijd dat ik echt over alles nadenk. Wat doe je wel, wat doe je niet? Wat vinden mijn vrienden mooi en wat niet? Gewoon. Over vooroordelen. Het moet gaan over jeugd die veel moeite heeft met hoe ze overkomen op andere mensen.”

Ik las op je site dat je door de Rocky Mountains naar de Haida-indianen wilt en dat op de mountainbike.

„Ja, dat is het plan. Ik heb op mijn elfde ook door de Franse Alpen gefietst. De Haida zijn meesters in beeldhouwtechnieken in hout en de chief kent mijn werk. Maar we moeten het geld wel nog rond zien te krijgen. Ik ga met Marco en Mathijs, een assistent die hier in het atelier werkt. We kunnen het met z’n drieën goed vinden.”

Wanneer wist je dat je iets kon wat anderen niet konden?

Ze zucht. Dit is zo’n vraag die alle journalisten stellen. „Ik heb dat nooit zo goed beseft. Ik was negen. Op school koos ik houtbewerking als keuzevak, al wist ik niet wat het inhield. Marco gaf de workshop. In vier weken tijd moesten we met zijn allen een totempaal maken. Dat is nooit gebeurd, ik maakte zelf een beeld. Aan het einde van die cursus zei Marco tegen mijn ouders dat ik talent had. Ik vond het erg leuk. Toen was ik bijna jarig en mijn ouders vroegen of ik het leuk zou vinden om een beeldhouwcursus te krijgen. Dat heb ik toen gedaan.”

Hebben jouw ouders je erg aangemoedigd?

„Jawel, maar ze zijn niet kunstzinnig of zo. Mijn moeder verzorgt ouderen, mijn vader werkt in een ziekenhuislaboratorium. Mijn zusjes, van 16 en 18, vinden het wel leuk wat ik doe, maar reageren er niet erg op. Ik weet alleen dat mijn oma heel mooi kan schilderen. Misschien heb ik het van haar.”

Wat is het laatste werk dat je hebt gemaakt?

„Dat is al weer een paar weken geleden, voor school. We moesten iets maken over de Eerste Wereldoorlog, iets met gedichten. Toen heb ik een beeldje gemaakt, een bewerkte koker met gedichten van oorlogsdichters erin.”

Marco Mout komt erbij staan. „Dat klinkt me iets te simpel, nou ga ik ingrijpen. Het is een heel intensief traject geweest. We hebben veel gesproken over de oorlog en toen heeft ze een miniatuur gemaakt. Een koker waarop ze de koppen van alle hoofdrolspelers en de gruwelen uit de oorlog heeft verwerkt. Miniatuursnijden is al moeilijk, en dan ook nog op een ronding portretten maken, dat is erg lastig. Je mag best trots zijn op wat je doet.”

Merle: „Ik heb nu al een tijdje geen groot werk meer gemaakt. Ik ben aan het nadenken wat ik wil. Ik weet het niet meer zo. Ik was de laatste tijd niet vaak in het atelier, omdat ik een paar beeldhouwprojecten buiten de deur heb gedaan.”

Als je mocht kiezen, wat zou je dan doen?

Ze lacht. „Stoppen met school.”

Hoe gaat het op school?

„Begin van dit jaar niet zo goed omdat ik een hersenschudding had, maar nu gaat het goed. Ik weet nog niet wat ik later wil. Ik wil het vwo wel afmaken en dan nog iets. Naar de sportacademie of zo.”

Wil je dan stoppen met beeldhouwen?

„Nee. Ik maak hierdoor dingen mee die ik normaal nooit zou meemaken. De reizen bijvoorbeeld. Bovendien is beeldhouwen altijd een rustpunt voor mij. Maar het is wel zo dat mensen denken dat je anders bent als je op tv komt. Dat je arrogant bent. Op mijn negende is er een documentaire van mij gemaakt en sindsdien ben ik bekend. Ik had toen een werk gemaakt van het profiel van mijn vader. Als ik er nu naar kijk zie ik dat de verhoudingen niet kloppen, maar mensen vinden het bijzonder. Maar ik ben gewoon normaal. Ik ga naar school. Ik volleybal. Over mijn beeldhouwen praat ik niet zoveel met mijn vrienden. Hoe moet ik ze dat nou uitleggen?”

Nou gewoon, dat je iets leuk vindt en nog goed kunt ook...

„Nou… Misschien was het toeval. Ik ben gewoon van kleins af aan gewend om dit te doen. Het is niet zo dat ik tegen mijn ouders zei dat ik per se wilde beeldhouwen. Ik wist niet eens dat het bestond. Daar was ik veel te jong voor. Ik weet ook niet wat er met mij gebeurd zou zijn als ik het niet had gedaan. Als ik op dansles had gezeten of op muziekles. Of helemaal niets deed.”

Zijn anderen nooit jaloers op jouw talent?

„Misschien dat mensen te graag willen en dat het daarom niet lukt. Mensen die heel goed willen zijn worden het niet. Het zijn vaak de mensen die niet per se willen die het verst komen. Je hebt ook van die kinderen, bij The Voice en zo, die zeggen: ik wil echt beroemd worden. Maar dat gebeurt dan niet. Met het beeldhouwen kan ik wel wat geld verdienen, al wil ik als ik 15 ben gerust vakken vullen bij de Albert Heijn. Ik voel me echt niet verheven boven anderen. Bovendien krijg ik dan elke maand geld. Dan kan ik kleren kopen, en schoenen. Ik wil ook niet naar de kunstacademie later. Ik vind tentoonstellingen saai.”

Maar mensen zullen ook zeggen, je moet je talenten niet verspillen.

„Dat is echt van die volwassenenpraat. Laat me toch met rust, denk ik dan wel eens. Ik maak gewoon een kunstwerk als ik voel dat dat moet. Ik zou best soms mijn talent niet willen hebben, want die vragen vind ik irri. Ik heb mijn talent niet nodig om gelukkig te zijn.”

Ben je dan niet trots op wat je maakt?

„Jawel. Ik vind beeldhouwen heerlijk, maar het wordt door mijn leeftijdsgenoten niet als cool gezien. Als ik zou kunnen zingen, dan zou ik dat geweldig vinden. Als ik nou Beyoncé was. Of Justin Bieber.”