'We zoeken meer de blues op'

Met hun nieuwe cd en voorstelling ’t Heerst willen Acda & De Munnik hun publiek de tijd anders laten beleven. „De wellevendheid brokkelt af.”

„The Memphis Horns? Ik dacht dat het dikke, oude zwarte mannen waren met van die toeters”, zegt Thomas Acda. „Maar het zijn blanke mannen van een jaar of veertig en ze staan gewoon in het telefoonboek. In te huren voor 350 dollar per uur. Doen! Dus ze staan op onze plaat, op twee nummers.”

Gisteren verscheen de nieuwe cd van Acda & De Munnik, ’t Heerst, op iTunes en meteen op de eerste plaats in de albumlijst. Maandag is de première van hun dit seizoen reeds uitverkochte theatertournee, onder dezelfde titel. Het succesvolle duo is bij de achtste plaat en de zesde theatervoorstelling nog ongekend populair.

De plaat werd vorig jaar opgenomen in de Sun Studio, in Memphis, de bakermat van de rock-’n-roll. En dat hoor je, zegt Paul de Munnik. „We durven meer de blues op te zoeken. We durven meer. De single Voetstuk staan is een goed voorbeeld: dat is rigide bluesrock.”

Hun kracht ligt nog altijd in de gloedvolle teksten en de tweestemmige, harmonische zang, die zo aanstekelijk werkt. Acda: „Als er dan – net als op het eerste plaatje dat Elvis er opnam – op het juiste moment een vrachtwagen voorbij dendert, wroem, dan besef ik dondersgoed waar ik sta. Ik vond het stoer.”

Ze zijn het erover eens, ze stonden op gewijde grond. Acda: „De piano van Jerry Lee Lewis staat op de plaat, de oude microfoon van Elvis zit erin. Je loopt in muziekgeschiedenis. En die studio kost maar 150 dollar per avond!” De Munnik: „Niet per avond.” Acda: „Nee? Per uur? O ja?” Hij barst in lachen uit. „Daarom ben ik van de boekhouding afgehaald.” De Munnik, droogjes: „Vraag maar niks over geld alsjeblieft.” De twee namen voor het eerst een plaat op in eigen beheer. Vandaar dat ze opgelucht zijn over de eerste verkoopberichten.

De magie van de plek was belangrijker dan de staat van de apparatuur in de studio. De Munnik: „Het was rotzooi uit de jaren vijftig.” Acda houdt zijn handen een klein stukje van elkaar. „Zo groot was de mengtafel.”

De microfoon van Elvis, te zien op foto’s aan de studiomuren, lag in de kast. Kapot, totdat hun muzikant JB Meijers aan de slag ging. Acda: „Met een soldeerbout. Met onze technicus Matt heeft hij hem gerepareerd. Paul heeft erdoor gezongen, zo’n oude RCA, een dikke knots. Echt helemaal te gek.”

De liedjes keren terug in de theatervoorstelling. Het duo speelt, geïnspireerd door de tornado’s in de VS, dat een storm hen op een verlaten plek heeft neergesmakt, waar ze wachten op hulp, onderwijl de tijd dodend met liedjes, spelletjes en gesprekken. In deze knipoog naar Wachten op Godot hebben ze het over tijd, vriendschap en de wereld.

Acda: „Het is als twee minuten voor zeven wakker worden en dan alles wat je moet doen, langsgaan in je hoofd en oplossen. Grote opruiming. En als je klaar bent, is het pas één minuut voor zeven.”

Het geeft de voorstelling een licht filosofische toets. De Munnik: „De toeschouwer treedt binnen in een fantasie, een kort moment van rust waarin veel gebeurt.”

Het onderliggende idee is: even op adem komen, de tijd anders beleven. De Munnik: „Ook omdat wij zien dat mensen minder de tijd nemen om naar elkaar te luisteren of iets voor een ander te doen. De wellevendheid brokkelt af.”

Het lied Amsterdam pleit expliciet voor slenteren en goed kijken. Acda: „Het is vandaag weer jakkeren – interviews geven, naar De Wereld Draait Door – terwijl het enige echt belangrijke wat ik te doen heb, is mijn zoon om half tien naar bed krijgen, omdat hij de NIO-toets moet maken. Daar ga ik bewust mee om.”

Op het podium zegt De Munnik dat de mens klaagt over zijn schoenen, terwijl het zijn voeten zijn die falen. „Dat gaat over het afschuiven van verantwoordelijkheid”, legt hij uit. „Er zijn zoveel mensen die zeggen dat het niet hun schuld is. Daar komt de titel vandaan. ‘Het heerst’ zeg je over griep, over iets waar je geen invloed op hebt.” Acda: „En als je dan zelf een keer je verantwoordelijkheid niet ontloopt, gaat ook werkelijk alles mis. Dat is hoe het leven in elkaar steekt, volgens ons.”

In die geest is ook het vrolijk-kritische Voetstuk staan geschreven, met regels als: „Je kunt hier nooit eens even rustig op een voetstuk staan. Je staat er net of iemand vraagt hoe is je huwelijk misgegaan. Er is maar één ding mooier dan een held, dat is de mooie held geveld.” Acda: „Je komt als eerste op de maan, maar vervolgens vertelt de documentaire over je dat je zo’n alcoholist was, die alles in zijn leven heeft verknald. Dat triggerde me.”

Die liedjes zijn een verweer tegen alles wat je overkomt, in het leven, in de liefde, aldus De Munnik. Hij zingt solo het liedje Geluk heb je te leen. Acda: „Dat is zijn filosofie.” De Munnik: „Het gaat over mijn vrienden. Je bent korte tijd bij elkaar en dat voelt goed. Dat is even geluk. Daarna kun je weer verder. Die ontmoetingen zijn de refreinen tussen coupletten van bestaan.”

Acda: „Paul doet de hoopvolle liedjes, ik doe de droevige dingen.” Zelf zingt hij solo het lied Je hoort bij mij. „Dat gaat over nog steeds niet durven zeggen dat je van iemand houdt. Je moet een grens over. Daar is joie de vivre voor nodig. Maar ook de ik-figuur in het liedje durft het niet. Je kan zo maar eens op je bek gaan. Je moet lef voor liefde hebben. Dat is niet iedereen gegeven.”

Acda & De Munnik. ’t Heerst. Tournee t/m 20 juni.