Von Braun, symbool van gewetenloze vooruitgang

Hij leverde nazi-Duitsland de verwoestende V2 raket. En hij zette Amerikanen op de maan. De Duitse raketgeleerde Wernher von Braun was even geniaal als gewetenloos ambitieus. Op Von Brauns 100ste geboortedag belicht Auke Hulst diens plaats in de geschiedenis. Zijn grootste fout: morele leegte.

Toen Wernher von Braun in zijn tienerjaren Hermann Oberths speculatieve boekje Die Rakete zu den Planetenräumen in handen kreeg, wist hij het zeker: „Dit was de enige denkbare carrière voor mij. Ik wilde naar de maan meer dan wat dan ook in deze of enige andere wereld.”

De droom van de Duitse aristocraat zou werkelijkheid worden, al waren het Amerikanen – Neil Armstrong en Buzz Aldrin – die dankzij Von Brauns technische en organisatorische genialiteit in 1969 als eerste voet op de maan zetten. Dat was een prestatie van formaat, die zonder Von Brauns Saturnus V draagraket onmogelijk was geweest. Maar het was uiteindelijk ook het resultaat van een faustiaans pact dat Von Braun in nazi-Duitsland had gesloten en dat nog altijd als een donkere wolk boven zijn reputatie hangt.

De jonge Wernher Freiherr von Braun – zeg maar: baron – werd op 23 maart 1912 geboren in een deel van Duitsland dat nu diep in Polen ligt. Zijn vader was een gezagsgetrouwe en conservatieve overheidsdienaar. Van zijn moeder erfde Von Braun zijn aanleg voor alles wat met techniek te maken had. De Freiherr ontwikkelde zijn liefde voor het universum toen hij op kostschool zat op het waddeneiland Spiekeroog. Hij sloot zich als student in Berlijn aan bij een groep raketamateurs die met geslaagde lanceringen de aandacht van het leger trok. Dat was niet, zoals wel gesuggereerd is, omdat Duitsland onder de voorwaarden van Versailles geen reguliere wapens mocht fabriceren. Het was omdat in militaire kringen het destructieve potentieel van de nieuwe technologie werd ingezien.

Von Braun bleek niet alleen als ingenieur maar ook als manager buitengewoon begaafd. Op zijn vijfentwintigste, nog voor Hitler zijn oorlogsagenda ten uitvoer bracht, had hij de facto al de leiding over het Duitse militaire raketprogramma. Biograaf Michael Neufeld schrijft daarover in zijn afgewogen Dreamer of Space, Engineer of War (2007): „Von Braun dacht niet erg na over de valkuilen die werken voor Hitler met zich meebracht. Maar had hij er wel over nagedacht, dan had het hem waarschijnlijk nauwelijks dwarsgezeten. Hij had mogelijk het programma wat kunnen traineren, maar dat had sterke, onuitgesproken morele en politieke overtuigingen gevergd, plus de bereidheid zijn carrière te schaden. Aan beide schortte het evident.”

Dat gebrek aan morele ruggengraat ligt ten grondslag aan zijn grootste successen – en zijn meest flagrante misdaden. Von Braun accepteerde zonder morren het hem aangeboden erelidmaatschap van de SS. Hij schetste Hitler, die hem persoonlijk een professoraat toekende, de A4 raket, die later de V2 zou worden die Londen terroriseerde. Hij accepteerde de inzet vandwangarbeiders bij de productie van de V1 en V2 in Peenemünde en Nordhausen. Vele dwangarbeiders bezweken ondergronds of werden, als afschrikwekkend voorbeeld, opgehangen. Von Braun ontkende later van de dwangarbeid geweten te hebben, maar uit documenten blijkt dat hij persoonlijk arbeiders geselecteerd had in Buchenwald en dat hij concentratiekamp Mittelwerk bezocht had, waar veel gevangenen als dwangarbeiders moesten werken . De omstandigheden voor de arbeiders waren zo slecht dat de V2 te boek staat als het enige wapen te zijn dat meer dodelijke slachtoffers maakte bij de bouw ervan dan bij de inzet.

In de nadagen van de oorlog vluchtten Von Braun en zijn team in de richting van oprukkende Amerikaanse troepen. Zijn broer Magnus werd op een fiets vooruitgestuurd en benaderde een Amerikaanse soldaat met de woorden: „Mijn broer is de uitvinder van de V2. We willen ons overgeven.” Niet lang daarna stemde minister van Buitenlandse Zaken Cordell Hull erin toe dat Von Braun en zijn team . Ze waren een grote vis voor ‘Operation Paperclip’, dat ten doel had zoveel mogelijk Duitse wetenschappers voor de neus van de Russen weg te kapen.

In Amerika werd Von Braun ingezet bij de ontwikkeling van ballistische raketten, tot de Sovjet-Unie in 1957 de wereld schokte met de lancering van de Spoetnik. Von Braun werd overgeplaatst naar een NASA-basis in Huntsville, Alabama, waar vrijwel ongelimiteerd geld was om de ruimterace te kunnen winnen. Hij was uiteindelijk verantwoordelijk voor de draagraket die tot zes keer toe een groep astronauten naar de maan zou brengen – zonder twijfel zijn grootste prestatie.

Al ruim voor die tijd was hij ingezet bij het populariseren van ruimtevaart. Hij had een eigen reeks in het glossy tijdschrift Collier’s, ‘Man Will Conquer Space Soon!’, waarin ghostwriters Von Brauns visie uiteenzetten. En hij werkte samen met Walt Disney, die Von Braun tot het gezicht van de vooruitgang maakte. Von Braun, een indrukwekkende gestalte, was geknipt voor die rol. Maar het bewees vooral hoe goed Operation Paperclip erin geslaagd was de onaangename waarheid over Von Brauns oorlogsverleden onder het tapijt te vegen.

Na de succesvolle maanlanding kreeg frustratie bij Von Braun de overhand. De Amerikanen hadden, vanuit politieke motieven, voor een radicale, directe aanval op de maan gekozen. Ze móésten de Russen voor blijven. Von Braun had een geleidelijkere weg voorgesteld, die op de langere termijn het fundament zou leggen onder blijvende aanwezigheid van de mens in de ruimte. Hij had liever eerst een ruimtestation gebouwd, dat als springplank zou kunnen dienen voor een landing op de maan, en daarna een basis. Het bouwen van infrastructuur was volgens hem essentieel voor het kunnen blijven verleggen van grenzen.

Daarin kreeg hij gelijk. Nadat de nieuwigheid van de maanlandingen eraf was en de publieke belangstelling terugliep, werden de budgetten kleiner. Hij verliet NASA gedesillusioneerd en stierf kort daarna, in 1977, aan darmkanker, 65 jaar oud.

Met huidige bemande projecten, waaronder het internationale ruimtestation ISS, zijn de grenzen van 1969 nog altijd niet verder opgerekt. George Bush presenteerde in 2004 een ruimtevaartvisie die aansloot bij Von Brauns oorspronkelijke ideeën, Obama zette er een streep door. Inmiddels heeft Amerika geen eigen ruimteveer meer en is het voor transport afhankelijk van de Russische Sojoez en de vele commerciële partijen die zich de laatste jaren op de markt begeven. .

Bij zijn honderdste geboortejaar zal de vraag gesteld worden wat Von Brauns plaats in de geschiedenis is. Zijn fans zien vooral zijn bijdrage aan de ruimtevaart en negeren het bloedgeld. Zijn tegenstanders kunnen niet voorbij de twintigduizend levens kijken die het Duitse raketprogramma heeft gekost. Lucht- en ruimtevaartdeskundigen plaatsten Von Braun, zonder moreel oordeel, op de tweede plaats van hun lijst van meest invloedrijke personen in het vakgebied – na de gebroeders Wright. . Maar voor alles is Von Braun de belichaming van de twintigste eeuw. Hij was, door opportunisme gedreven dáár waar de geschiedenis gemaakt werd, ten goede en ten kwade. Als grote speler in zowel de Tweede Wereldoorlog als de Koude Oorlog beïnvloedde hij zestig jaar internationaal conflict. Bovendien is hij schoolvoorbeeld van de hypocrisie van de naoorlogse geopolitiek. Een politiek die de afspiegeling lijkt van Von Brauns grootste defect: een morele leegte. Het resultaat telt, hoe, wat en met wie, daarover denken we liever niet na.

Auke Hulst