Vive Heracles!

Heerlijk dat een provinciale club als Heracles voor het eerst in de eigen historie in de finale van de KNVB-beker staat. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat ze die beker ook mee mogen nemen naar de schrale trofeeënkast.

De provincie houdt het Nederlandse voetbal al langer overeind. Dat mag je in Amsterdam en Rotterdam niet zeggen, maar het is wel zo. Toppers in de eredivisie zijn nooit nog toppers. Tactisch gedoe, verbaal gezeik, mime.

Doe mij maar Heracles of FC Twente of AZ. Ik zou het zelfs wraakroepend vinden mocht een club als De Graafschap degraderen. De Superboeren in nood: onverdraaglijk.

Dan deugt historie niet.

Het wonder van deze competitie blijft AZ. Nog steeds leider in de eredivisie en Europees gezant. En als ik goed ben ingelicht, neigt het budget niet langer naar een krater. Wat eens het speeltje was van de megalomaan Dirk Scheringa heeft op eigen kracht gezondheid verworven. En jawel, zowaar iets van prestige. In ieder geval dwingt het parvenuclubs als Ajax en PSV tot een schaamrode introspectie.

Hoezo beleid?

De thriller tussen AZ en Heracles mag dan de brille van een Messi, Ronaldo of Robben ontberen, in emotioneel karaat was het precies wat je van voetbal verwacht. Boerenkinkels onder elkaar die hoog boven zichzelf uitgroeien in poldereske duels Overigens, op zich een competitie die meer clubromantiek dan geldhonger in zich draagt. Daar gaat het nog om vlag en wimpel. Het gestreepte zwart-wit van Heracles is zeker een pyjama waard.

Het gezicht van Heracles is Jan Smit, dat van AZ is Gertjan Verbeek. In horkerigheid moeten ze voor elkaar niet onderdoen. Jan mag dan iets meer presidentieel in voorkomen zijn, maar zijn bonhomie is een stijlfiguur. Laat hem spreken en je krijgt alleen woorden met tanden. Gertjan doet zelfs geen moeite om een beetje gecoiffeerd onder de mensen te komen. Voor zover hij al verstaanbaar is, braakt hij zinnen uit. Het is alsof hij een hooivork in zijn mond heeft.

Personele trivia doen niets af aan de schoonheid van hun club. In België heb je nu ook twee provinciale subtoppers in de bekerfinale. Hoe ze de financiering van het volksvermaak rond krijgen, weet niemand. Voor evenveel beker jongleren ze met zwart geld. In Nederland denkt iedereen dat het tijdperk van de envelopjes onder tafel voorbij is, maar dat is het grootste misverstand sinds Calvijn.

Mede door wanbeheer, bestuurlijke chaos en niets of niemand ontziend opportunisme hebben de grootmachten van de eredivisie veel aan sympathie ingeboet. Columnisten hoor je nooit nog over Ajax. Wat nu nog op de Eindhovense Herdgang rondloopt, laat zich vertederen door een gebakje van de kantinejuffrouw.

Voor het laatste hebben Heracles en AZ uiteraard geen geld. Maar ze maken het ruimschoots goed met vlijt, passie en aangename nederigheid.

Het sieraad van de werkende mens.

Vragen blijven waar schuilt toch de wervende charme van Smit en Verbeek in? Ze hebben niet eens het joyeuze borrelen van Riemer van der Velde. Zo ze al aan de borrel gaan, mag het niets kosten. Sociale flair is zeker niet hun sterkste kant. En toch zijn het zuilen van motivatie en inspiratie.

Ooit moeten menswetenschappen zich hierover buigen.

Ik herinner me nog de tijd van Verbeek bij Feyenoord. Alleen de gedachte aan de coach smeekte om pijnstillers. Niemand hield van hem. Zelfs de oude verzorger Gerard Meijer voelde zich tot in zijn kleinste teen geschoffeerd door de Friese bullebak.

En zie nu toch: Verbeek is cult.