Verhagen, Wilders en Rutte: let op de spread!

De eurocrisis heeft zijn hoogtepunt achter de rug, zei Mario Draghi, de baas van de Europese Centrale Bank, gisteren. Hij deed dat in het hol van de leeuw: het boulevardbladBild Zeitung in Duitsland. Dat was een moedige poging, die prompt werd ingehaald door een inkoopmanagersindex (PMI) voor de eurozone die tot ontzetting van de analistengemeenschap zakte tot ver onder 50 en op een recessie duidt.

Een tegenvallende Duitse industriële productie deed de rest. De sluimerende vulkaan onder Spanje rommelt al hevig en braakt weer rook uit: de rente op tienjarige Spaanse staatsobligaties is al weer bijna met een procentpunt gestegen, tot 5,5 procent.

Ook Nederland moet goed opletten. In lijn met de strenge regels die de regering-Rutte zelf in Brussel heeft afgedwongen, moet er nu rigoureus bezuinigd worden. Al bijna drie weken wordt daarover overlegd in het Catshuis, door de regeringspartijen VVD en CDA en gedoogpartner PVV. Ombuigingen in de orde van grootte waarover nu onderhandeld wordt (maximaal 16 miljard euro) drukken op de korte termijn de economische groei, in de verwachting dat die er op de langere termijn juist baat bij heeft.

Het is de vraag wat er belangrijker wordt voor het imago van Nederland op de financiële markten. Een stevig en daadkrachtig pact dat het begrotingstekort weer houdbaar maakt, of een economie die dermate opveert dat het begrotingssaldo er vanzelf door verbetert. Tijd om dat in de praktijk te onderzoeken is er niet. Er is nog maar anderhalf jaar om een begrotingstekort van 3 procent te laten zien (als er in Brussel geen bocht wordt afgesneden). Dat is vrij kort op de tijdschaal van de conjunctuur. En er is sinds deze week nog een complicatie bij.

Kredietbeoordelaars en beleggers letten ook op het wazige begrip ‘politieke stabiliteit’. In hoeverre is een regering stabiel genoeg om te garanderen dat het beleid er allereerst komt en daarna ook wordt uitgevoerd? Daar is, met het vertrek van Hero Binkman uit de PVV-fractie in de Tweede Kamer, een probleem ontstaan.

Denk niet dat dit de markten allemaal ontgaat. Het belangrijkste referentiepunt is het Nederlandse renteverschil (de ‘spread’) met Duitsland. Dat was altijd verwaarloosbaar. Pas drie jaar geleden, half februari 2009, liep de Nederlands-Duitse ‘spread op staatsobligaties met een looptijd van tien jaar op naar 0,86 procent. De reden had toen niets met Nederland te maken. Er was een massale vluchtreactie van beleggers naar Duitsland tijdens de kredietcrisis. Die storm ging weer liggen, en tijdens de hele eurocrisis die volgde leefde Nederland weer comfortabel in de luwte van Duitsland. Pas op 15 november vorig jaar, toen de muntunie op scheuren stond, liep de spread weer op, tot 0,63 procentpunt, om vervolgens weer te dalen naar een acceptabel niveau van tussen de 0,3 en 0,4 procentpunt.

Maar de laatste weken is er iets opmerkelijks aan de hand. Het renteverschil met Duitsland loopt flink op, met een versnelling in de afgelopen dagen. Vanmorgen stond de teller op 0,59 procent. Dat is nog maar een fractie verwijderd van het eurocrisis-record van vier maanden geleden.

Raken we langzamerhand in het vizier van de financiële markten? Er is een enorme bezuinigingsopdracht. Er is een tegenvallende economische groei. Er is een regering zonder, zelfs in de gedoogconstructie, een meerderheid in het parlement. De isobaren boven Nederland trekken samen tot ‘perfecte storm’. Hoog tijd om met een geloofwaardig en breed ondersteund plan uit het Catshuis te voorschijn te komen. De tijdbom op de markten tikt.

Maarten Schinkel