Uitbundigheid en zoete pijn

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Trevor Pinnock. Geh: 22/3 Concertgebouw A’dam. Herh. 25/3

Zet de juiste dirigent voor het Koninklijk Concertgebouworkest, en het verandert in een goed geolied orkest van de achttiende eeuw. Die flexibiliteit is mede te danken aan Nikolaus Harnoncourt, die volgende maand weer zijn opwachting maakt. Maar ook Trevor Pinnock heeft ruime ervaring in de ‘authentieke’ muziekpraktijk, én het vermogen dit op een modern orkest over te brengen.

In Haydns Symfonie nr. 83 moest men elkaar in de kleine opstelling soms nog even vinden. Maar Pinnock wist het orkest met stuwende gebaren te verleiden tot een compacte klank, felle akkoorden en rappe stemmingswisselingen. De sfeer werd zelfs uitzinnig in Mozarts Symfonie nr. 41 Jupiter, een welhaast volmaakt getroffen balans tussen zoete pijn en knetterende uitbundigheid.

Ook de Zweed Andreas Sundén, nu drie jaar solo-klarinettist bij het Concertgebouworkest, koos voor historisch verantwoord. Mozarts Klarinetconcert speelde hij op bassetklarinet: een instrument met extra lage noten, zoals Mozart het in gedachten had. Zo beschikte Sundén over een bereik van romige diepten tot milde hoogten, dat hij in een volkomen naturel betoog prachtig benutte. Het orkest volgde adequaat, al had het deze beroemde partituur al sinds 1985 niet meer uitgevoerd.