Treffende lessen voor ons allen

Joan Didion: Blue Nights. Alfred A. Knopf Publishers, 188 blz. €19,95. Een Nederlandse vertaling verschijnt in april bij De Bezige Bij.

Wanneer in The Shawshank Redemption (1994) een duet uit de opera La Nozze Di Figaro over de binnenplaats van de gevangenis schalt, verzucht de voice-over van Red (Morgan Freeman): ‘Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee waar die twee Italiaanse dames over zongen. [...] Ik stel me zo voor dat ze zongen over iets dat zo mooi is, dat het niet in woorden uitgedrukt kan worden, en dat daardoor onverbiddelijk je hart verscheurt’

Muziek is een krachtige manier om emoties op een toehoorder over te brengen, zelfs als hij de tekst niet begrijpt. Maar ook in boeken kun je soms iemands pijn voelen, zonder dat de woorden tot je doordringen. Zelfs als je aandacht even verslapt en je de woorden alleen nog volgt en niet echt leest, brengen het ritme en de woordkeus het verdriet over. Dit is het geval bij Blue Nights van Joan Didion, dat de 77-jarige essayiste schreef naar aanleiding van de dood van haar dochter Quintana in 2005.

Quintana stierf vlak voor het uitkomen van The Year of Magical Thinking, een boek over de onverwachte dood van Didions man, de schrijver John Gregory Dunne, en waarvoor ze onder meer de National Book Award voor non-fictie won. Dit was een genadeloos zelfonderzoek – daarin is Didion altijd een meester geweest – naar rouw en zelfbedrog, oftewel het magische denken dat hiermee gepaard gaat.

De titel van haar nieuwste werk verwijst naar de zomeravonden, wanneer de schemering blauw kleurt, het zonnige geluk nog in de lucht hangt, de dag nooit lijkt te eindigen, maar de herfst zich onvermijdelijk aandient. Didion richt zich op de herinneringen van vóór de dood van haar man en dochter, de momenten die aan de rouw vooraf gaan, de verhalen die we onszelf vertellen uit angst voor de vergankelijkheid.

Didion en Dunne besloten in 1966 om een kind te adopteren. Ze vernoemden haar naar een gebied in Mexico dat ze ooit op een kaart hadden zien staan: Quintana Roo. Beide schrijvers waren geen natuurlijke ouders en geen gewone mensen: zo waren ze van plan om de baby een paar maanden na haar geboorte mee te nemen op een journalistenreis naar Saigon en vertelden ze haar vanaf het begin eerlijk dat ze geadopteerd was.

Filmstudio’s

Quintana bleek zelf ook een ongewoon kind, dat op vijfjarige leeftijd belde met een psychiatrische inrichting om te vragen wat ze moest doen als ze gek zou worden en met de filmstudio’s van Twentieth Century Fox om te informeren hoe ze beroemd kon worden. Later zou ze met een borderline persoonlijkheidsstoornis gediagnosticeerd worden, een psychische aandoening die nagenoeg niet te behandelen is.

‘Wanneer we over sterfelijkheid spreken, spreken we over onze kinderen,’ zegt Didion. In haar herinneringen aan Quintana ontdekt ze dat ze nooit echt heeft willen geloven in het vergaan van de tijd. Dit is ook de reden dat ze worstelde met het moederschap: in de ontwikkeling van een kind naar de volwassenheid zie je genadeloos de jaren voorbijgaan. Tegelijkertijd confronteert de kwetsbaarheid van ons kind ons met de zekerheid van de dood. Na het overlijden van de overige gezinsleden blijft Didion alleen achter, worstelend met haar eigen gezondheid.

Didion vertelt dit verhaal in een feilloze stijl die je bij de keel grijpt. In 35 korte hoofdstukken schildert ze treffende beelden, ogenschijnlijk betekenisloze anekdotes vol levenslessen. Quintana’s tatoeage net onder haar schouder die door haar bruidsjurk schijnt, de oude Didion die niet durft op te staan uit een stoel tijdens een toneelrepetitie, de Broken Man die Quintana in haar gedetailleerde kinderdromen achtervolgde.

Moed

Zoals in haar hele oeuvre zoekt Didion naar antwoorden in de taal en vuurt ze haar zorgvuldig gekozen woorden ritmisch op ons af. Veel zinnen uit Quintana’s jeugd worden in het hele boek herhaald, soms bij elkaar, om de onderlinge overeenkomsten te kunnen proeven.

Daarnaast richt ze zich zo nu en dan direct tot de lezer om iets te benadrukken, en vraagt ze om even goed te lezen. Het boek staat vol met vragen aan ons en vooral aan zichzelf, vragen die ongelofelijk veel moed vergen.

Zo weet Joan Didion met Blue Nights haar grote ongeluk en verdriet met zichtbare moeite om te zetten in een kwetsbaar en kritisch onderzoek naar ouderschap, vergankelijkheid en zichzelf. Met glorieus resultaat. Ze weet haar pijn te beheersen zonder dat het koud wordt, haar verdriet uit te drukken zonder in sentimentaliteit te vervallen. Het is een ontroerend en leerzaam boek voor ouders en voor kinderen – voor ons allemaal.

Didion is terecht kritisch op het idee van levenslust, dat egoïsme en zelfbedrog met zich meebrengt. Maar uiteindelijk inspireert de vitaliteit van haar woorden meer dan dat het ons somber maakt. We laten de schrijver achter in een fragiele staat, zowel fysiek als mentaal. Toch houdt ze haar fysieke therapie vol en probeert ze aan te komen door veel ijs te eten, en blijft ze op zoek naar antwoorden op moeilijke vragen. Laten we hopen dat ze dat nog jaren kan voortzetten.