'Suu' mocht jaren niet in de krant. Nu zie je haar overal

Na vijftig jaar militaire repressie koerst Birma naar democratie. Dat zie je terug in de pers. Er is minder censuur en de oplagen stijgen.

Floris van Straaten

Redacteur Azië

Met welbehagen neemt Thiha Saw, hoofdredacteur van het Birmese weekblad Open News, een slok thee uit een kop met de beeltenis van oppositieleider Aung San Suu Kyi. Hij zit in het halfdonker, omdat de elektriciteit in zijn kantoortje weer eens is uitgevallen. Maar ondanks de hitte is de 61-jarige journalist goedgehumeurd. Na vijf decennia onderdrukking door het militaire bewind begint er in de nadagen van zijn loopbaan iets te gloren dat op persvrijheid lijkt. „Ik ben voorzichtig optimistisch”, zegt hij, trekkend aan een sigaret.

Nog steeds moeten hij en zijn collega’s hun artikelen voorleggen aan de censuur van de overheid voor ze gepubliceerd mogen worden. Bij het jongste nummer kreeg Saw bij een interview met een kandidaat voor een parlementszetel van de Nationale Liga voor Democratie (de partij van Suu Kyi) de opdracht om passages te schrappen die handelden over de elf jaar durende gevangenschap van de vrouw, een arts die in 1990 ook al was gekozen, maar toen haar parlementszetel niet mocht innemen van de militairen. „Dat ligt nog te gevoelig”, hielden de heren van de censuur hem voor. Door schade en schande wijs geworden, schrapte Saw dat stukje.

Toch is de toestand sterk verbeterd. Nog maar iets meer dan een jaar geleden was het streng verboden foto’s van Aung San Suu Kyi te publiceren. Nu kan dat wel. Sterker nog, het is moeilijk kranten te vinden waar haar portret en verhalen over haar niet steeds weer opduiken. „De mensen kopen graag kranten met foto’s van haar erin”, zegt Sann Oo, redacteur bij het weekblad Myanmar Times, lachend. „Daarom stijgt de oplage van veel kranten. Wij willen nu een dagblad worden.”

Werd tot voor kort 40 procent van de verhalen afgewezen door de censuur, nu is dat volgens Oo gereduceerd tot 5 procent. De regering is er bovendien mee opgehouden de media dictaten te sturen over politieke ontwikkelingen, die ze verplicht moesten afdrukken. Al sinds de militairen de macht grepen begin jaren 60 vielen alle liedjes, boeken, spotprenten, persartikelen en programma’s voor radio en televisie onder de censuur, tot en met de sportverslaggeving toe. Op een ranglijst van 178 landen van Reporters Without Borders, een organisatie die de persvrijheid bijhoudt, stond Birma in 2010 op plaats 174.

Door de liberalisering sinds het aantreden van een civiele regering onder president Thein Sein (zelf een oud-generaal) zijn journalisten sterker dan vroeger geneigd de grenzen van de vrijheid te verkennen en hun rol van kritische waarnemers binnen de samenleving te spelen. „Ons vak is plotseling een stuk spannender geworden”, zegt Oo (34), die vijf jaar journalist is en zoals de meeste Birmezen gekleed gaat in een sarong.

Een mijlpaal vormde vorig jaar de berichtgeving over de Myitsone-dam, een omstreden project in het noorden van Birma om energie op te wekken die naar China zou worden geëxporteerd. Dorpsbewoners dreigden er de dupe van te worden. Tot veler verrassing passeerde een kritisch stuk over de dam in de populaire Eleven Weekly News ongehinderd de censors. Kort daarop liet de regering het project stilleggen.

Meteen kwam er meer ruimte voor andere kritische geluiden. Zo publiceerde de Myanmar Times, gevestigd in een nogal vervallen deel van de oude koloniale wijk tegenover de St Mary’s kathedraal, onlangs een verhaal over omstreden landdeals. Daarmee maakt de regering boeren vaak voor een luttel bedrag land afhandig, dat later met veel winst wordt doorverkocht.

„Die landkwestie is nog een van de taboes, waarover we niet worden geacht te berichten”, zegt Oo. Dreigen er in zulke gevallen sancties? „Dan ontbieden de censors ons op hun kantoor en laten ons een document tekenen dat we het niet meer mogen doen”, zegt Oo met een spottende glimlach. „Soms krijg je een verschijningsverbod voor een paar weken. Dat is ons een paar jaar geleden nog eens overkomen.”

Zulke relatief milde represailles waren trouwens al heilig vergeleken bij de repressie uit de jaren 70 en 80. Toen belandden veel journalisten in de cel. Ook Thiha Saw bracht destijds een paar maanden in de gevangenis door. Nog altijd zit een handvol journalisten vast.

Terwijl kranten in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van 1 april nu volop over de oppositie berichten, is dat bij de radio en televisie veel minder het geval. Anders dan veel kranten zijn die nog geheel in overheidshanden. Regeringspropaganda vormt er nog de hoofdschotel.

Veel Birmezen hebben daarin geen trek meer. „Wij kijken nooit naar het nationale nieuws. Dat zijn toch allemaal leugens”, zegt de 38-jarige Sun Thum, een boer in een dorpje op zo’n 30 kilometer ten noorden van Rangoon. „Wij kijken liever naar het buitenlandse nieuws en naar onze favoriete Koreaanse soap.” Zelf bezit hij geen tv, maar hij kijkt bij een vrouw die een winkeltje drijft in haar van hout en palmbladeren gemaakte huisje. Haar toestel loopt op een generator, want elektriciteit ontbreekt in het dorp.

Wel heeft Aung San Suu Kyi onlangs voor het eerst een toespraak op de televisie mogen houden, zij het dat een klein deel van haar verhaal over het militaire bewind door de censuur werd geschrapt.

Niet alle journalisten schakelen na zoveel jaren gemuilkorfd te zijn geweest even gemakkelijk om naar de rol van volwassen media. Een Birmese econoom, die tot voor kort in het buitenland werkte en onlangs door president Thein Sein werd aangezocht als adviseur, uit zijn verbijstering over de onkunde van Birmese journalisten. Die betoogden dat de regering niet de wettelijke regels voor buitenlandse investeringen kon veranderen. „Ze dachten kennelijk dat een wet er is voor de eeuwigheid, ook al is het een slechte wet.”

Met de censuur in zijn oude gedaante zal het spoedig gedaan zijn. De regering heeft al een ontwerp laten circuleren voor een nieuwe regeling. Van censuur is daarin geen sprake meer. De ruimte voor media in particuliere handen zal ook worden vergroot. Maar Thiha Saw, Sann Oo en andere journalisten verwachten nog niet dat er al onmiddellijk algehele persvrijheid zal komen. De overheid zal volgens hen voorlopig de vinger aan de pols houden.

Zowel de regering als de journalisten kijken naar andere landen in de regio, waar overigens ook lang niet altijd volledige persvrijheid heerst. „We moeten niet naar Vietnam en Singapore kijken, maar vooral naar Indonesië”, meent Thiha Saw. „Daar heerst een behoorlijke mate van persvrijheid en maken kranten zelf uit wat ze wel of niet willen publiceren. Maar nog beter zou het zijn als we in dat opzicht het Westen volgen.”