Onrust aanpak arbeidsmarkt Italië

Premier Monti wil de Italiaanse arbeidsmarkt grondig hervormen. De crux is aanpassing van een wetsartikel dat ambtenaren beschermt. De kritiek is fors.

Op het gevaar af grote sociale onrust te veroorzaken en de meerderheid in het parlement te verliezen, keurt de Italiaanse regering vandaag een ingrijpende hervorming van de arbeidswetgeving goed. Na drie maanden van intensief onderhandelen met de sociale partners vindt premier Mario Monti het genoeg. Zijn minister van Sociale Zaken Elsa Fornero, die de besprekingen leidde, zei gisteren: „Laat het parlement de maatregelen onderzoeken, amenderen en dan goed keuren, of ons naar huis sturen.”

De hervorming moet volgens Fornero bijdragen aan een flexibelere arbeidsmarkt, waarbij het makkelijker wordt te ontslaan, maar tijdelijke werknemers beter worden beschermd, doordat het vangnet voor meer categorieën werklozen toegankelijk wordt. Ontslaan om economische redenen moet volgens het kabinet mogelijk worden. Wie dat overkomt kan vervolgens – afhankelijk van leeftijd en genoten salaris – 15 tot 27 maanden een uitkering van maximaal 1.119 euro krijgen.

Nu zijn werknemers van bedrijven met meer dan vijftien werknemers en ook ambtenaren veel beter beschermd dan anderen. Artikel 18 in het Statuut van de Arbeiders uit 1970 verbiedt ontslag om economische reden, omdat dit geen goede reden zou zijn. Het artikel wordt door de vakbonden en ook door de kerk beschouwd als de dijk die de „waardigheid van de werknemers beschermt’’. „De arbeider is geen koopwaar, in de politiek overheerst het technische boven het ethische aspect’’, zei de kritische bisschop Bregantini, hoofd van de commissie Arbeid van de Italiaanse bisschoppenconferentie.

Artikel 18 heeft volgens anderen juist uiterst negatieve effecten. Zo zouden bedrijven groei naar meer dan vijftien personeelsleden hebben vermeden om niet onder het artikel te vallen. Buitenlandse investeerders zouden er door zijn afgeschrikt.

Een ander nadeel van de Italiaanse sociale zekerheid nu is dat deze uitbuiting van jongeren faciliteert, via langdurende, vaak niet beloonde stages. Vrouwen dienen dikwijls een blanco ontslagbrief te tekenen, voordat ze in dienst kunnen treden. Een voorzorgsmaatregel van werkgevers voor als de dames zwanger worden.

Minister Fornero wil deze praktijken stoppen. Het zal ook duurder worden om werknemers in tijdelijke dienst aan te nemen. Werkgevers die dat doen zullen 1,4 procent van het loon moeten bijdragen aan een fonds dat uitkeringen verstrekt aan wie zijn tijdelijke baan verliest.

Alle partijen erkennen dat er verbeteringen zitten in de nieuwe plannen. Maar de grootste vakbond CGIL blijft mordicus tegen zolang artikel 18 wordt aangepast. Ook de andere bonden eisen verbeteringen. Gisteren en vandaag zijn in het hele land de eerste stakingen uitgebroken.

Met name de radicale linkse oppositie en ook delen van de centrumlinkse Democratische Partij (PD) die Monti steunt, hebben moeite met de wet. De PD wil zich niet te ver vervreemden van de linkse kiezers en van haar historische zustervakbond CGIL, maar wil ook het kabinet niet slachtofferen. Voormalig PD-partijleider Walter Veltroni, een Monti-adept, zei gisteren: „De regering kan niet stellen: buigen of barsten.” Hij eist dat de wet in het parlement nog kan worden bijgesteld.

Monti reist morgen voor een tiendaagse road show met Italiaanse ondernemers naar China en Japan. Hij wil de arbeidswetshervorming voor zijn vertrek aangenomen hebben, zodat hij oosterse investeerders kan tonen dat zijn arbeidsmarkt niet meer het mijnenveld is die het was.