Meisje wil 'belofte' zijn: 'Wat is dit? Waar gáát dit over?'

Hans Münstermann: Hou me vast. Nieuw Amsterdam, 192 blz. € 17,95.

Hans Münstermann zoekt het de laatste jaren dicht bij huis. Zo schreef hij een zesdelige romancyclus over Andreas Klein, gebaseerd op zijn eigen levenservaringen. Ook zijn nieuwe roman, Hou me vast, speelt zich af op bekend terrein: de Maastrichtse Toneelacademie, waaraan Münstermann als docent verbonden is.

In bijna honderd korte hoofdstukken maken we kennis met de 22-jarige Zelda. Zij doet de regisseursopleiding en zit vlak voor haar eindexamen. Uit de vele korte, wispelturige zinnetjes wordt duidelijk dat ze haar leven niet op orde heeft en zich tussen de trage Maastrichtenaren niet op haar gemak voelt.

Zelda is uit op grote inzichten, maar meent ook dat ‘een meisje’ niet alles hoeft te weten. Ze wil ‘een belofte’ zijn, mooie dingen maken voor veel publiek, maar weet niet goed hoe. Ze wil zich wel verdiepen in de snaartheorie, een monografie over de SS, of de 16de-eeuwse dichter Torquato Tasso, maar ‘een bad hair day’ boeit haar toch nog net iets meer. Ze smacht naar liefde en passie, maar blijft hangen in het verdriet om de klasgenoot die haar heeft gedumpt. Dat heeft haar ‘echt een persoonlijke crash’ opgeleverd.

Een bijkomend probleem is ook of ze hem op Facebook nu moet ontvrienden of juist niet. Het liefst zou ze met iedereen, en vooral met een strenge, afwerende leraar van de academie ‘waanzinnig contact’ hebben, maar dat lukt maar steeds niet. Dat heeft, zo blijkt in de loop van het boek, te maken met allerlei onverwerkte narigheid uit haar jeugd. Jonggestorven moeder, afwezige biologische vader, weggelopen hond. Geen wonder dus dat deze jonge vrouw, opgegroeid in een pleeggezin, zich regelmatig afvraagt: ‘Wat ís dit?’ of ‘Waar gáát dit over?’

Het viel mij niet mee om me in te leven in het fladderige gedachtegoed van de sneue Zelda. Dat heeft niet alleen te maken met haar opgewonden Facebooktaaltje, maar ook met de schoolmeisjesachtige diepzinnigheden die zij rondstrooit over het onderbewuste en andere ‘vage shit’. En natuurlijk heeft dat ook te maken met de wankele plot, waarin Matussek, de chagrijnige leraar, met zijn ouderwetse filmsterrenlook, een duistere rol speelt. Zijn stuursheid blijkt ook een diepere grond te hebben. De verkering met zijn grote liefde raakte ooit uit, toen zij net een paar maanden zwanger was. Waarom? Dat wordt niet echt duidelijk. En waarom las hij vervolgens de dikke brief niet die zij hem stuurde – met alle misverstanden van dien? Ook dat blijft een hinderlijk mysterie in de roman.

Eigenaardig is dat Matussek, die bij zijn studenten steeds hamert op feitenkennis en op het kritisch volgen van het wereldnieuws, zich nooit afvraagt wat er terecht is gekomen van het kind dat hij verwekte. Ook moeten we dan maar geloven dat de voor- en achternaam van de studente aan wie hij al jaren lesgeeft, bij hem geen enkel belletje doen rinkelen. Het resultaat is een kernloze en onwaarschijnlijk luchtige vader-dochterroman, met een veel te dramatisch slot.