Loopje met Surinaams recht

Toen het Hof van Justitie in Suriname in 2007 beval dat Desi Bouterse moest worden vervolgd voor de Decembermoorden in 1982, was hier de verzuchting: eindelijk lijkt het recht zijn loop te gaan hebben. Bouterse was op dat moment parlementariër in de oppositie, oud-legerleider en oud-president. Hij was ook een in Nederland veroordeelde drugscrimineel, een vonnis dat niet was geëffectueerd.

Nu, vijf jaar later, is hij alweer een tijd president. Juist nu het juridisch proces dat in 2007 begon in een beslissende fase is beland, blijken Surinaamse politici met het recht een loopje te willen nemen.

Parlementariërs uit onder meer de politieke beweging van Bouterse willen de amnestiewet zodanig wijzigen dat hij en de andere verdachten van de Decembermoorden hun straf ontlopen. Als parlementariër deed Bouterse eerder al een soortgelijke poging, toen tevergeefs.

Het is vurig te hopen dat het parlement, de Nationale Assemblee, het initiatiefvoorstel afwijst. Op de allereerste plaats in het belang van de slachtoffers en natuurlijk hun nabestaanden. Het is juist aan de nabestaanden en de maatschappelijke organisaties die hen steunden te danken dat het ten langen leste tot een rechtzaak is gekomen. Achtereenvolgende Surinaamse regeringen waren op dit punt te passief, een uitzondering als oud-minister Santokhi van Justitie daargelaten.

De indieners van het voorstel verspreiden de valse hoop dat met de amnestieregeling een streep kan worden gezet onder het roerige verleden, waarvan de Decembermoorden het dieptepunt vormden maar dat ook in de jaren na 1982 nog werd gekenmerkt door tal van mensenrechtenschendingen. Uit diverse reacties in Suriname blijkt dat van een dergelijke slotstuk geen sprake zal zijn. Oppositionele parlementariërs verzetten zich tegen de amnestie, de Interreligieuze Raad in Suriname (Iris) toont zich „diep geschokt” en de Deken van de Orde van Advocaten, Stanley Marica, meent dat „de rechtsstaat ernstig in gevaar is”.

Aan boze reacties van politici uit Nederland zal de Surinaamse regering graag schouderophalend voorbijgaan, maar wellicht herinnert zij zich ook de woorden van de Amerikaanse ambassadeur op de dag in 2010 waarop Bouterse als president werd ingezworen: „Elke inmenging in het strafproces zou onze bezorgdheid wekken.”

Welnu, zover dreigt het nu te komen. Al sluit niets uit dat een volgende regering of parlement de amnestiewet opnieuw wijzigt. Suriname kan slechts met zijn donkere geschiedenis afrekenen door de rechter ongestoord en onafhankelijk zijn werk te laten doen, al dan niet gevolgd door een verzoeningproces waarin de vroegere wandaden niet worden verdoezeld. Politici die er slechts op uit zijn om Bouterse en trawanten te redden, bewijzen hun land een onverantwoord slechte dienst.