Kans op hartziekte beter te zien na CT-scan

De kans op een latere hartziekte is beter vast te stellen als de hoeveelheid kalk in de hartslagaderen wordt gemeten. Dat toont Rotterdams onderzoek aan.

De kans op een hartziekte is beter te bepalen als ook de hoeveelheid kalk in iemands kransslagaderen is vastgesteld. Deze ‘kalkscore’ is een veel betere voorspeller dan de nu gebruikte risicofactoren roken, suikerziekte, hoge bloeddruk en hoog cholesterol.

In combinatie met de traditionele risicofactoren kan de kalkscore de voorspelling flink verbeteren. Dat schrijven onderzoekers onder leiding van hoogleraar epidemiologie Jacqueline Witteman van het Erasmus MC in een eerder deze week gepubliceerd artikel in The Annals of Internal Medicine.

Kalk in de kransslagaderen zit altijd in artherosclerotische plaque. Dat is een vettig-harde aanslag die in de loop van jaren in de slagaderen neerslaat.

De kalkhoeveelheid is te meten met een CT-scanner. „Sinds eind jaren negentig zijn die scanners snel genoeg om nauwkeurig de kleine, bewegende bloedvaten van het hart meten”, zegt Witteman.

De kans dat iemand de komende tien jaar hart- en vaatziekten krijgt is bepalend bij de beslissing van de huisarts om een patiënt bloeddruk- of cholesterolverlagende medicijnen of leefstijladviezen te geven.

Groen-, oranje- en roodgekleurde tabellen in de huisartsenrichtlijn geven aan welke kans een man of vrouw op een hart- en vaatziekte heeft, op een bepaalde leeftijd, met een gemeten bloeddruk en cholesterolgehalte, al of niet rokend. Is die kans groter dan 20 procent dan schrijft de huisarts doorgaans pillen voor. Is hij kleiner dan 10 procent dan geeft de dokter alleen leefstijladviezen.

Onduidelijk is de situatie bij een kans tussen de 10 en 20 procent: dan volgen leefstijladviezen, maar misschien toch medicijnen als er bijvoorbeeld in de familie veel hartziekte is.

Het onderzoek naar twaalf nieuwe risicofactoren, die in de medisch-wetenschappelijke literatuur allemaal hun pleitbezorgers hebben, gebeurde binnen het ERGO-onderzoek. Dat is een sinds 1990 bestaand onderzoek onder duizenden 55-plussers in de Rotterdamse wijk Ommoord.

Onder deze gemiddeld ruim 70-jarigen werden veel mensen die in de loop van de jaren een hartziekte krijgen van te voren niet als hoogrisico geclassificeerd. ‘Slechts’ eenvijfde van de mensen die later een hartziekte kregen zaten in de hoogrisicogroep.

Witteman: „Reken je de uitslag van de kalkmeting mee, dan wordt de hoogrisicogroep ongeveer anderhalf keer zo groot. En een veel groter deel – een derde – van die groep kreeg in het Rotterdamse onderzoek ook later echt een hartziekte.”

Bestaande risicofactoren verdubbelen grofweg de kans op een hartziekte – een hoge kalkscore verzesvoudigt de kans. Witteman: „De risicometing met kalkscore is beduidend beter.”