'Ik wil meer zien dan ik al ken'

Fantasy-auteur Marco Kunst treedt graag in de voetsporen van een grootheid als Paul Biegel. Hij wil lezers in zijn verbazing laten delen. ‘Vroeger was ik een fossielenzoekertje’

‘Een boek in het genre van Tolkien?’ Marco Kunst (1966) lacht als hij verneemt hoe de uitgever zijn nieuwste titel onder de aandacht brengt. Zelf zou hij De Sleuteldrager, over de jonge held Timeo die de inwoners van het koninkrijk Myr bevrijdt van hun angst voor de macht van de Gruwel, eerder ‘een sprookjesachtige vertelling in de traditie van Paul Biegel’ noemen. Zittend aan de ruime tafel van zijn Amsterdamse bovenwoning aan de Schinkel, vertelt Kunst hoe De Sleuteldrager tot stand kwam.

„Ik werkte aan De klok van Kroonz: een verhaal over een zeventiende-eeuwse Amsterdamse wetenschapper die probeert te ontkomen aan de natuurwetten en per ongeluk een gat in de werkelijkheid maakt. Ik had behoefte aan een adempauze, om even te ontsnappen aan mijn eigen fantasie.

„Ik las opnieuw Biegels Nachtverhaal en De vloek van Woestewolf, dat ik als kind geweldig vond, en besloot toen een sprookje te schrijven, al weet ik dat ik onvoldoende dichter ben om de taal net zo te laten zingen als Biegel.” Dat was de eerste aanzet tot het schrijven van De Sleuteldrager, het vierde boek van Kunst die in 1999 debuteerde met De Genietmachine. In die licht autobiografische bundel verhalen voor volwassenen wisselen vroegere herinneringen en hedendaagse fantasieën elkaar af op ‘de grenslijn van vast en vloeibaar, bewust en onbewust’. Daarna volgden de fantasyromans Gewist (2004) en Isa’s droom (2008).

Gewist en Isa’s droom bewijzen dat Kunst het genre serieus neemt. Hij weet dat hoe zuiverder en volkomener de fantasiewereld, des te belangrijker haar samenhang en geloofwaardigheid. „De regels die ik mijzelf in mijn denkbeeldige werelden opleg, wil ik zorgvuldig naleven. Alles moet kloppen anders verlies ik halverwege mijn lezers. Het Binnenland in Isa’s droom is geïnspireerd op Freuds eivormige schets van de menselijke geest. Het helder beschrijven van zo’n wereld kost enkele jaren: er moet ook ruimte zijn voor humor en eigenzinnige bijpersonages die het verhaal in een ander perspectief kunnen plaatsen.”

Hoewel Kunst lovende kritieken en het Charlotte Köhlerstipendium kreeg voor Gewist, had hij na Isa’s droom „het gevoel met erg eenzame projecten bezig te zijn”, zegt Kunst. „Als fantasieschrijver zit je in Nederland enigszins in een reservaat, zoals Biegel ooit al opmerkte. Bovendien ben ik geen bestsellerauteur. Jeugdboeken verschijnen vaak in kleine oplagen en worden snel verramsjt. Werk je jaren aan een roman, dan raak je snel in de vergetelheid. Daarom moet je soms pragmatisch zijn. Met De Sleuteldrager hoopte ik het mijzelf iets minder moeilijk te maken, zonder aan kwaliteit in te boeten.

„Ik wist al snel dat De Sleuteldrager, net als De Klok van Kroonz, over sterfelijkheid en onsterfelijkheid moest gaan. Ik schrijf het liefst vanuit een idee. Een boek maken is voor mij een gedachte-experiment om, zonder belerend te zijn, mijzelf en de lezer de ogen te openen. Doodsangst is een universeel thema. Dat diende zich aan en leek een goed vertrekpunt. Met dank aan het gedicht ‘De Wilde Wikke’ van Leo Vroman en de groene plaag uit de sciencefictionstrip De Opkomst en ondergang van het keizerrijk Trigië, rolde de eerste zin er zomaar uit: ‘De wilde wikke wikkelde een rank om de voet van de wandelaar die lag te slapen onder de Oude Eik’. Het eerste deel schreef ik gemakkelijk. Daarna werd de plot steeds ingewikkelder. Behalve doodsangst speelde algemene angst een rol in het verhaal – en hoe bangmakerij tot machtmisbruik kan leiden.”

Avonturieren

Het schrijven van fantasieverhalen is geen bewuste keuze: „Als kind wilde ik al ontsnappen aan de alledaagse werkelijkheid. Ik wilde de wereld begrijpen. Ik was – en ben – gefascineerd door de evolutie, door ruimteavonturen. Nu uit zich dat door boeken te lezen als Het verhaal van onze voorouders van Richard Dawkins. Vroeger trok ik erop uit. Ik was een fossielenzoekertje, ik wilde op ontdekkingsreis. Ik ben opgegroeid op Walcheren, een mooi beschermd eiland waar ik veilig in alle vrijheid kon avonturieren.”

„De weetgierigheid die ik als tienjarige had, heb ik gehouden. Eerst probeerde ik die te stillen door filosofie te studeren. Maar eenmaal afgestudeerd voelde ik mij gefrustreerd. Filosofen proberen niet te duiden, maar houden halsstarrig vast aan eigen argumenten. Na jaren aan kunststudenten te hebben les gegeven over het creatieve proces, merkte ik dat ik aan de verkeerde kant stond.

Indiana Jones

„Ik wilde zelf iets maken. Heel geleidelijk aan durfde ik daaraan toe te geven en begon te schrijven. Ik ontdekte dat ik zo mijn verbazing over de wereld een plek kon geven, dat ik door verhalen te verzinnen met plezier filosofische vraagstukken kon verkennen. Toen enkele korte verhalen in het tijdschrift Dietsche Warande verschenen, had ik voldoende vertrouwen om verder te gaan. Door al schrijvend de grenzen van tijd en ruimte te overschrijden kon ik spelen met gedachte-experimenten. Als schrijver wil ik méér zien dan ik al ken. Ik wil onderweg niet alleen herkennen, maar ook ontdekken en begrijpen. Dat avontuur wil ik ook mijn lezers bieden: kinderen en jongeren hebben van nature onderzoekende geesten en willen het liefst hun nieuwsgierigheid bevredigen.”

Kunst: „Realistische verhalen zijn snel gedateerd. Mijn vrouw leest onze negenjarige dochter het met een Gouden Griffel bekroonde De Marokkaan en de kat van tante Da (1972) voor, van Henk Barnard, maar dat boek blijkt veertig jaar na zijn verschijning uitgewerkt. Misschien moeten we in de toekomst zelfs vrezen voor sommige boeken van Guus Kuijer, deze week winnaar van de Astrid Lindgren Memorial Award. Taal alleen is niet voldoende krachtig om de tand des tijds te doorstaan. Daarom houd ik ook niet van Nederlandse volwassenenliteratuur. Fantasieverhalen rusten vaak op universele thema’s en beklijven.”

Een blik in Kunsts werkkamer toont waar zijn hart ligt. Naast Freud staan delen van Jules Verne. En op zijn bureau liggen klassiekers als De koning van Katoren, De Eikelmannetjes van Jean Dulieu, Roald Dahls Reuzenperzik, werk van Tonke Dragt, Meester van de zwarte molen van Otfried Preussler en Michael Endes Het oneindige verhaal.

Philip Pullman is een auteurs aan wie Kunst zich probeert te spiegelen, omdat hij ambitieus is, een groot verhaal durft te vertellen, een avontuurlijke en complete wereld durft te bouwen en daarin vervolgens slaagt. Het Gouden Kompas noemt hij ‘het eerste Nietzschiaanse jeugdboek, dat aan mythologie raakt’.

Is Kunst gelukkig in zijn reservaat? „Wat ik nu doe klopt voor mijn gevoel. Althans, grotendeels. Al had ik ook gelukkig kunnen zijn als paleontoloog, of archeoloog. [lachend] Niet om de wetenschap te dienen, maar om in de voetsporen te treden van Indiana Jones.”

Marco Kunst: De Sleuteldrager. Lemniscaat, 248 blz. € 14,95