Het bijzondere van Haïti is dat het water ondrinkbaar is

Geert van der Kolk: De waterverkoper. Nieuw Amsterdam, 159 blz. € 15,95

Toch wel een beetje raar, dat Geert van der Kolk niet bekender is in Nederland. Hij heeft al een dozijn boeken op zijn naam, waarvan vooral de roman Noordtij overal jubelend werd besproken. Ook zijn meest recente verhalenbundel De gekken van Tenakee is een kleurrijk wonder van vertelkunst. Misschien komt het omdat hij in Amerika woont en hier niet regelmatig op zijn trom komt slaan?

Van der Kolks nieuwe boek De waterverkoper – toepasselijk genoeg verschenen rondom de Wereldwaterdag van gisteren – is weer een voorbeeld van de brede internationale oriëntatie die zijn werk kenmerkt. Het boek speelt zich grotendeels af op Haïti en heeft als verteller de achttienjarige Zaël Eugène Calixie, door iedereen Nodieu genoemd. Nodieu schrijft zijn relaas op aandringen van zijn advocaat in een cel in Florida, waar hij wacht tot hij wordt uitgewezen, of misschien wel op een proces wegens moord. De jongen heeft tot dan eigenlijk een doorsnee Haïtiaanse jeugd gehad: verstoten door zijn moeder, niet zeker wetend wie zijn vader is, geen scholing. Hij verdient wat geld door zakjes drinkwater te verkopen bij kruispunten want, zo meldt hij in een typerende zin: ‘Een bijzonderheid van Haïti is dat je het water niet kunt drinken’. En zo komt de lezer heel veel bijzonderheden van Haïti te weten.

Een moordpartij waarvan hij ongewild getuige is zet een reeks gebeurtenissen in werking met een grotendeels voorspelbaar dramatische afloop. Maar het water is in het verloop van het verhaal ook Nodieus redding, want als zoveel Haïtianen waagt hij, noodgedwongen maar toch ook gedreven door een elementaire ambitie, de overtocht naar Amerika in een wrakke zelfgebouwde boot.

Van der Kolk heeft het zich niet gemakkelijk gemaakt door het verhaal niet alleen vanuit de optiek van de jongen te schrijven maar ook met diens beperkte taalgebruik. Dat geeft het boek iets vlaks, het dempt de tragiek wat, maar dat kan ook als een voordeel worden uitgelegd als je het bijvoorbeeld vergelijkt met de veel ronkeriger aanpak van Russell Banks, die een soortgelijk thema behandelde in Continental Drift. Nodieu geeft, op aandrang van zijn advocaat, ook iets van zijn gevoelens prijs, en door de oprechte, soms ontroerende maar toch ook weer verrassend nuchtere toon van het verslag krijgt zijn verhaal iets universeels. Zo wordt het in zeker opzicht een boek over het verdoemde land Haïti, waar de armoede zo schrijnend is dat niemand meer iemand vertrouwt, en verraad, bijgeloof en misdaad het leven bepalen. Zoals hij het zelf samenvat: ‘Bij ons is het leven niet normaal. Dat is ook een bijzonderheid van Haïti.’