Griekse minister houdt Nederlandse politici spiegel voor

Na een half uurtje vindt de Griekse minister Tassos Giannitsis (Binnenlandse Zaken) het tijd voor een plaagstootje. „U heeft in Nederland ook uw politieke en sociale problemen”, zegt hij tijdens een gesprek met Tweede Kamerleden. Probleemloos lepelt hij het begrotingstekort in 2013 op: 4,5 procent. „Als een onafhankelijke analist naar Nederland kijkt, ziet hij ook risico’s, misschien wel grote risico’s.”

Ondanks het plaagstootje was Giannitsis gisteren vooral naar Den Haag gekomen om zijn dank uit te spreken voor de Nederlandse steun tijdens de Griekse crisis. In de bijeenkomst, op initiatief van de Griekse ambassadeur John Economides, gaat Giannitsis diep door het stof voor alles wat er in zijn land is misgegaan. „Het is het resultaat van onze eigen fouten.”

Met het ministeriële bezoek hoopt Giannitsis iets te doen aan „de negatieve houding of zelfs vijandige houding ten opzichte van de Grieken”. Helaas voor hem is de felste tegenstander van de miljardenkredieten, gedoogpartner PVV, de grote afwezige.

George Pagoulatos, adviseur van de premier, had gisteren de taak om te laten zien dat de Griekse regering in de afgelopen twee jaar veel heeft bereikt. Ondanks alle grote problemen. „In dertig jaar is er geen land geweest dat zijn begrotingstekort zo snel terug heeft gebracht”, zegt Pagoulatos. In twee jaar liep het begrotingstekort – los van renteverplichtingen – met 8,4 procentpunt terug. „U zult uw geld niet verliezen”, bezweert Pagoulatos die de bezorgdheid daarover zegt te begrijpen. Eerder deze maand stemde Europa in met een nieuw steunpakket van 130 miljard euro.

De Griekse regeringsadviseur stelt dat op talloze gebieden harde maatregelen worden genomen. In de zorg, bij de belastingen, op de arbeidmarkt. En steeds weer is er begrip voor de kritiek. En voor het wantrouwen. „Dit zijn geen Griekse cijfers”, benadrukt hij telkens als hij gegevens van de Europese Commissie of van de Oeso aanhaalt.

Pagoulatos bestrijdt de lezing dat Grieken lui zijn. „We werken het hardst van het hele Oeso-gebied. Ik zou graag een Nederlander willen zijn. Dan hoefde ik minder te werken, maar was ik wel productiever.”