Fraude met giftige stookolie neemt toe

Bij de handel in stookolie wordt massaal gefraudeerd. Grote oliehandelaren laten er tal van verboden stoffen bij mengen. De Nederlandse autoriteiten voeren de controles op en jagen op de daders.

Bij de Kreekraksluizen in Zeeland ligt een schip aan de kade. Het is verdacht,vindt het Korps landelijke politiediensten (KLPD). De kapitein probeert al twee dagen zijn lading stookolie te slijten. In de haven van Rotterdam, in Antwerpen. Er lijkt iets mis met de stookolie.

Vier mannen van Rijskwaterstaat zijn aan boord geklommen. Ze trekken beschermende pakken aan, zetten gasmaskers op en schuiven zuurstofflessen op hun rug. Dan nemen ze monsters.

Sinds begin vorig jaar loopt er een groot onderzoek van Rijkswaterstaat, het KLPD en de douane naar mogelijke fraude met stookolie. Het beeld wordt steeds duidelijker. Er is inderdaad sprake van fraude, op grote schaal en goed georganiseerd. Stookolie wordt gebruikt om allerlei troep in weg te mengen. Zoals chemisch afval, soms giftig, en metalen als tin en zink. Verder blijken ladingpapieren vaak vervalst, en is er sprake van oplichting.

Er zijn de afgelopen twee dagen 23 controles uitgevoerd. Steeds met de Kreekraksluizen als uitvalsbasis. Want daar komen veel schepen langs die stookolie hebben gebunkerd (geladen) in de haven van Rotterdam, of die van Antwerpen.

Vervuilde stookolie kan schade aanrichten aan scheepsmotoren, milieu en mens. Door de ernst en de omvang van de fraude is een paar maanden geleden de Nationale Recherche ingeschakeld. En het Openbaar Ministerie heeft een officier vrijgemaakt voor dit dossier.

Hoe vaak er fraude plaatsvindt, en waar precies ter wereld, is volgens de KLPD niet duidelijk. De keten is ondoorzichtig. Regelgeving en controle zijn ontoereikend. Dat maakt het heel lastig een vervuiling helemaal terug te voeren naar de bron.

Dat concludeerde ook adviesbureau CE Delft vorig jaar al in een rapport over de stookoliesector. Het bracht 96 zware incidenten in kaart met vervuilde stookolie, over een periode van twaalf jaar. Dat lijkt weinig. Jaarlijks worden er circa 100.000 schepen gebunkerd met stookolie – waarvan 22.000 in Rotterdam.

Maar Ab de Buck van CE Delft zegt dat op dit moment alleen de meest ernstige gevallen aan het licht komen. Als scheepsmotoren het helemaal begeven, of als zich ontploffingen voordoen. „Wat we zien is het topje van de ijsberg”, zegt De Buck.

Erik de Vries, woordvoerder van de Nederlandse organisatie voor de energiebranche (NOVE), vindt de ophef rond de vervuilde stookolie overdreven. „De KLPD is bezig met een heksenjacht”, zegt hij.

Maar dat is niet het beeld dat Jos van der Kamp heeft. Hij is milieudeskundige bij de Waterpolitie, onderdeel van het KLPD. De spinnen in het web zijn volgens hem de grote oliehandelaren. Die brengen oliestromen bij elkaar, laten het opslaan, geven de opdrachten om het te mengen, en verkopen het door. „Het gaat om de grote jongens, bedrijven met een omzet van 100 tot 150 miljard euro”, zegt Van der Kamp. Namen wil hij niet noemen. Maar die zijn niet moeilijk te raden. Zoveel oliehandelaren van dat formaat zijn er niet. Dan praat je over bedrijven als het Zwitserse Glencore en het Zwitsers-Nederlandse Vitol.

Een ander, eveneens Zwitsers bedrijf, Trafigura, was eerder in het nieuws wegens illegale praktijken. Zo werden in 2006 op het schip Probo Koala reststromen uit de olie-industrie vermengd met chemicaliën. Het afval werd gedumpt in Ivoorkust. Het bedrijf werd er drie maanden geleden in hoger beroep voor veroordeeld, door het gerechtshof in Amsterdam. Boete: 1 miljoen euro. Het Openbaar Ministerie maakte vlak voor de jaarwisseling bekend topman Claude Dauphin van Trafigura te vervolgen voor de affaire rond het gifschip.

Volgens Van der Kamp zoeken de grote oliehandelaren naar zo goedkoop mogelijke stoffen om de dikke, taaie stookolie die uit de raffinaderijen komt, op de vereiste verdunning te brengen. Vroeger mengden ze daarvoor diesel door de stookolie, zegt hij, toen diesel nog een bijproduct was.

Diesel is inmiddels vervangen door cutter stocks, reststromen uit de raffinaderijen en de petrochemische industrie. Maar ook daar is meer vraag naar gekomen, zegt Van der Kamp. Nu zoeken de handelaren opnieuw naar andere, nog goedkopere bronnen om de stroperige stookolie vloeibaarder te maken. Afvalolie bijvoorbeeld, of pcb’s en kankerverwekkende stoffen. Soms zware metalen.

De oliehandelaren spannen samen met de leveranciers van het afval, zegt Van der Kamp. Die laatste zijn beter af, omdat ze niet hoeven te betalen voor de verwerking van het afval, waartoe ze verplicht zijn. En de handelaren verdienen omdat ze de stookolie voor een gunstige prijs in de markt kunnen zetten. De fraude loopt volgens Van der Kamp in de tientallen miljoenen euro’s. „En dan ben ik erg voorzichtig.”

Bij de Kreekraksluizen is ook Kamerlid Stientje van Veldhoven (D66). Ze pleit al jaren voor strengere regels en betere controle van de branche. Van Veldhoven laat een rapport zien van het ministerie van Milieu uit 2004 over bijmenging. „Het was toen ook al bekend”, zegt ze. „Waarom is er al die tijd niks tegen gebeurd?”

Staatssecretaris Atsma (CDA, Milieu) wacht op aanscherping van internationale regels in 2015. Maar dat vindt Van Veldhoven niet genoeg. Zij stelt dat Atsma zich verbergt achter internationale regels. Ze wijst op het economische belang van de Rotterdamse haven, een van de grootste bunkerhavens ter wereld. De sector haalt een omzet van zo’n 6 miljard euro. Dat mag niet al te zeer in gevaar gebracht worden.

Marcel aan de Brugh