Even het toneel op voor de pers

Elke correspondent van elke krant komt op een dag weer thuis. Dan pas kan hij al schrijvend weer een blik werpen op het nieuws van toen.

Tom-Jan Meeus: De grote Amerikashow. Populisme en wantrouwen in een gespleten land. Nieuw Amsterdam, 208 blz. € 19,95

Floris van Straaten: Londen. Multicultureel mekka aan de Theems. Nieuw Amsterdam, 176 blz. € 18,95

Tijd om ergens lang bij stil te staan, hebben journalisten zelden. Althans, niet de verslaggevers die geacht worden een heel land of zelfs continent te ‘coveren’. Het echte verhaal achter een schandaal of ramp blijkt soms pas later, als iedereen weer vertrokken is. Dat verhaal is altijd genuanceerder, meerstemmiger, maar zelden saaier dan het aanvankelijke ‘harde nieuws’.

Maar ja, wie vertelt het? Journalisten zijn naar de volgende nieuwshaard. Gelukkig is het goed gebruik onder correspondenten om na hun verblijf de reportages en interviews van de afgelopen jaren nogmaals te bekijken en te vergelijken. Dat werk vormt de basis voor het correspondentenboek. Daarin is plek voor parallellen tussen incidenten, vaak blijken bijzaken dan hoofdzaken. Het correspondentenboek is meer dan de eerste ruwe schets van de geschiedenis, zoals nieuws wel wordt gedefinieerd. Er is ruimte voor de analyse. Het succesvolste boek van de afgelopen jaren in het genre, Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, had deze tekortkomingen van het vluchtige nieuws als onderwerp. Luyendijks aanpak kreeg navolging onder oorlogscorrespondenten (Joeri Boom, Als een nacht met duizend sterren) en onder rampencorrespondenten (Hans-Jaap Melissen, Haïti, een ramp voor journalisten).

Natuurlijk gaan correspondentenboeken lang niet altijd over het beroep zelf. Meestal analyseren afzwaaiende correspondenten het land met de kritisch-naïeve blik van een goed ingevoerde buitenstaander. Maar ook dan werkt de stijlfiguur van de nieuwsjager die eindelijk de tijd heeft voor het grote verhaal.

Motor

Anders dan in de krantenstukken is de journalist vaak nadrukkelijk zelf aanwezig in zijn verhaal, als hij bekend is van tv staat hij prominent op de omslagfoto. Steeds is het nieuws de motor van het verhaal, de correspondent reist van hot naar her en ziet op die manier alle facetten van het land. Twan Huys vertelde in zijn boek hoe hij New Yorker werd, ex-tafeltennisster Bettine Vriesekoop schreef over haar nieuwe carrière als China-correspondent, Al Jazeera-correspondent Step Vaessen verweefde persoonlijk leed en geluk met een analyse van tolerantie in Indonesië en Nederland.

De grote Amerikashow van Tom-Jan Meeus is in die zin een klassiek correspondentenboek. Al op pagina twee verzucht de oud-Amerikacorrespondent van NRC Handelsblad en nrc.next: ‘En dan merk ik weer hoe onvolmaakt snelle journalistiek kan zijn’. Een paar dagen later kan hij alsnog het verhaal van de negenjarige Christina Taylor-Green in de krant kwijt, een meisje dat omkwam bij de aanslag op congreslid Gabrielle Giffords. De schietpartij en de dood van het meisje symboliseren de extreme polarisatie waardoor Amerika een bijna onbestuurbaar land is geworden, een verhaal dat groter is dan een krantenartikel.

Meeus presenteert in de pagina’s daarna een waslijst absurde voorbeelden van populistisch en mediageil Amerika. Lobbyclubs verpakt als goede doelen, belangenorganisaties die strategisch precies het tegenovergestelde propageren van wat ze willen bereiken, burgers die armoede veinzen om rijk te worden. Prik er als journalist maar eens doorheen terwijl overzee de deadline nadert.

En ondertussen gaat de Amerikashow verder, Meeus haalt een vrouw aan die geen telefoon en e-mail meer heeft omdat ze constant wordt lastiggevallen door politieke zieltjeswinners. Juist daarom gaat ze niet stemmen. Het verhaal haalde de krant niet. ‘Nu denk ik: ze had op de voorpagina moeten staan.’

Correspondenten zijn gewend om buitenlands nieuws vanuit een Nederlands oogpunt te verslaan. Gek genoeg schiet dat er in boekvorm nog wel eens bij in. Dan wordt het correspondentenboek zoiets als een reisboek, interessant voor wie al affiniteit met het land heeft. De grote Amerikashow omzeilt die valkuil door een parallel te trekken met het populisme in Nederland, de onbestuurbare VS als ons voorland. Volgens Meeus is Nederland nog ver verwijderd van de Amerikaanse situatie, maar is de trend in vertrouwen in de politiek ‘onmiskenbaar negatief’. De middenpartijen en het consensusdenken verdwijnen, alles wordt ingedeeld in overzichtelijk links of rechts, van de media tot de rechterlijke macht. De PVV haalt zijn ideeën uit Amerika. Republikeinse populisten suggereren bijvoorbeeld elk jaar een War on Christmas. Als een kerstboom een ‘feestboom’ wordt genoemd om joden en moslims bij het feest te betrekken, is er sprake van onderdrukking van het christendom. OudPVV-kamerlid Hero Brinkman suggereerde in 2011 hetzelfde rondom de afwezigheid van kerstbomen op Schiphol. Geert Wilders is volgens Meeus door de conservatieve Tea Party-beweging uitgegroeid tot iemand die in Amerika het beeld van Nederland bepaalt.

In Londen. Multicultureel mekka aan de Theems legt Floris van Straaten veel minder een link met Nederland. Van 2005 tot 2010 was Van Straaten correspondent voor NRC Handelsblad in de Engelse hoofdstad. Hoewel hij zich in het boek afvraagt waarom de integratie daar soepeler lijkt te verlopen dan in Nederland, ontbreekt een helder antwoord. Zijn boek gaat uitsluitend over kosmopolitisch Londen.

Afluisterverhaal

Van Straaten gaat zijdelings in op de grotere nieuwsverhalen van na zijn vertrek uit het Verenigd Koninkrijk, zoals de rellen van afgelopen zomer en het afluisterschandaal van News of the World en het ontstaan van een schijnveilige Big Brother samenleving. Van Straaten verlegt de focus naar een minstens zo interessant verhaal. Meer dan een op de drie Londenaren is ‘gekleurd’ en dat leidt tot veel minder spanningen dan elders in Europa. Dat de legitimatie voor dit onderwerp wordt opgehangen aan de komst van de Olympische Spelen naar Londen, komt onnodig gezocht over.

In hun boeken hoeven correspondenten even niet meer de alwetende journalist te zijn. Ze zijn niet slimmer dan hun publiek, alleen beter op de hoogte. Waarschijnlijk was de redactie niet gelukkig toen Meeus in zijn eerste maanden in Amerika een uitnodiging van het Witte Huis afsloeg en zo onderaan de perslijst kwam te staan. Voor het boek werkt deze ontboezeming juist goed, de lezer snapt Meeus wel. Zeker als blijkt dat de ontvangst van een EU-delegatie op het Witte Huis waar hij later wél heen gaat, niets anders is dan een toneelstukje voor de pers. Het echte verhaal zit niet in het nieuws, maar in de show eromheen.