Een infectie en een zere arm van de kaakchirurg

Mag een kaakchirurg na een consult zijn stem verheffen, op tafel slaan en de patiënt aan de arm wegtrekken?

De Zaak. Een patiënte klaagt bij het tuchtcollege over een kaakchirurg. Zij vindt dat hij wreed met haar omging en haar mishandelde. De vrouw is Russisch en bracht haar dochter mee als tolk. Zij onderging een wortelpuntoperatie. Vijf dagen na de behandeling gaat ze terug met pijn. De arts constateert een infectie. De patiënt vraagt via haar dochter om het antibioticum Amoxicilline. De chirurg slaat dan volgens de dochter met de hand op tafel en imiteert haar verzoek ‘oké, Amoxicilline’. De chirurg zegt dat zijn gebaar een verzuchting was, waarbij één hand op tafel neerkwam.

Wat gebeurde er daarna? Op de gang besluiten de patiënte en haar dochter dat ze de chirurg opnieuw willen spreken. Ze stappen binnen en vragen waarom die infectie eigenlijk kon ontstaan. En waarom er niet na de behandeling preventief antibiotica is voorgeschreven.

De chirurg zegt tegen de dochter dat ze hem niet moet beschuldigen. De dochter vindt dat hij niet moet schreeuwen. De chirurg zegt dat ‘schreeuwen’ heel anders klinkt en doet dat ook even voor. De chirurg staat op en legt dochter zijn voorschrijfbeleid uit. („Preventief antibiotica voorschrijven doen we in Nederland niet.”) De dochter barst in huilen uit.

De patiënte gaat tussen dochter en chirurg staan en zegt dat de chirurg tegen haar moet praten. De chirurg pakt de patiënte bij de arm en trekt haar weg om weer met de dochter te kunnen praten. Dochter en patiënte proberen de behandelkamer te verlaten, maar de praktijkassistente verhindert dat. Ten slotte belandt het duo op de gang, waar ze na een poosje onder meer het teamhoofd spreken. De patiënte toont haar arm, waarop rode plekken zitten. De chirurg zegt later haar „licht” te hebben aangeraakt en zich niet te kunnen voorstellen dat daardoor pijn zou zijn veroorzaakt.

Wat is de maatstaf? Is de medicus bij het beroepsmatig handelen gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap, en met hetgeen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard?

Wat is het oordeel? Het tuchtcollege vindt schreeuwen onnodig en onprofessioneel. De chirurg had de vragen van de patiënte kort moeten beantwoorden en het stel moeten verzoeken weg te gaan. Als een patiënt een arts emotioneel ter verantwoording roept, moet die zich beheersen.

Het trekken aan de arm is een ongewenste, hardhandige handtastelijkheid bij een patiënt. De klacht mishandeling is gegrond. De chirurg had er op bedacht moeten zijn dat de patiënte uit een cultuur komt „waarin aanraking onder de geschetste omstandigheden volstrekt ongeoorloofd is”. Ook de patiënte beletten te vertrekken was onjuist.

De chirurg heeft dus onzorgvuldig, ongewenst handtastelijk en daarmee onprofessioneel gehandeld. Uit zijn verweer blijkt ook dat hij zijn eigen aandeel niet onderkent. Ook heeft hij niet door dat hij zich onvoldoende kan beheersen. De klagers hebben zich vermoedelijk dwingend, emotioneel en theatraal gedragen. Mede daarom wordt volstaan met een waarschuwing.