Een beetje boter maakt je niet beter

De supermarkt wordt een apotheek vol met producten die beloven je beter te maken. Als deze medicijnen al zouden werken, horen ze hier zeker niet thuis.

In de supermarktschappen liggen steeds meer levensmiddelen met medische claims. Zoals Becel Pro-activ, met plantensterolen, om actief zelf je cholesterol te verlagen. Of Activia met Bifidus ActiRegularis®, voor een verbeterd spijsverteringscomfort. De industrie spreekt van functional foods. Als directeur van foodwatch spreek ik liever van farmafood.

Deze farmatrend komt niet uit de lucht vallen. Toenemende welvaartsziekten, zoals hart- en vaatziekten en obesitas en een gestaag vergrijzende bevolking creëren een gezonde afzetmarkt voor fabrikanten.

De Nederlands-Britse gigant Unilever verkoopt onder andere Bifi, Croma, Knorr, Magnum, Hertog, Bona en Calvé-mayonaise. Allemaal niet heel gezond voor mensen, ongeacht of ze een verhoogd cholesterolgehalte hebben. Daarnaast verkoopt Unilever ook Slim-Fast afslankproducten en Becel pro-activ, een medicinale margarine tegen een verhoogd cholesterolgehalte.

Het huidige farma-aanbod in de schappen is nog maar het topje van de ijsberg: er staat nog veel meer op stapel in de voedsellaboratoria. FrieslandCampina werkt bijvoorbeeld aan voedingsmiddelen die laaggradige ontstekingen in het menselijk lichaam tegengaan. Alleen al vanuit het oogpunt van een betaalbare en duurzame gezondheidzorg zou de overheid zich steviger moeten bemoeien met wat er nu in de voedselfabrieken gebeurt.

Op het eerste gezicht werken levensmiddelenfabrikanten met ‘functional foods’ aan oplossingen voor onder andere welvaartsziekten. Maar het zijn vaak schijnoplossingen. De meestvoorkomende aandoeningen, hart-en vaatziekten en obesitas, komen mede uit de koker van dezelfde fabrikanten.

Deze volksziekten worden veroorzaakt door een intensief vermarkt ongezond leefpatroon: weinig bewegen gecombineerd met te vet, te zout en te zoet eten uit een pakje, een zakje of een flesje. Kinderen worden in de foodmarketing al jong benaderd met suikers en kleur- en smaakstoffen; hun ouders met nepvezels, probiotica en zinloze toegevoegde vitamines. De website van foodwatch staat vol met voorbeelden van uitgekookte, ongezonde voedselmerken.

In laboratoria ontwikkelt de levensmiddelenindustrie naast eerder genoemde grote problemen ook de bijpassende oplossing in de vorm van ‘functional foods’. De voedselfabrikanten creëren zo hun eigen afzetmarkten. Krijgen mensen veel te veel vet binnen en lijden zij mede daardoor aan een te hoog cholesterolgehalte? Dan zet Unilever Becel Pro-activ in de markt. Hebben veel mensen een slechte stoelgang door gebrek aan vezels? Activia laxeert de ontlasting er doorheen. Exemplarisch voor deze strategie is dat Unilever op één dag in 2000 zowel het ijsmerk Ben & Jerry’s als het afslankmerk Slim-Fast kocht. Een lucratieve zet.

De snel toenemende volksziekten betekenen al een enorme druk op de gezondheidszorg, wat weer gepaard gaat met gigantische kostenstijgingen. Aan de nieuwe ‘functional foods’, die niet volgens dezelfde strenge richtlijnen als echte medicijnen worden getest, kleven ook nog eens onbekende langetermijnrisico’s. Als deze middelen werken, horen ze in de apotheek thuis waar medisch toezicht is en absoluut niet in de supermarkt. Onze overheid grijpt echter niet in, maar trekt zich al jaren terug. In plaats van strenge wetgeving in te voeren komen ze met een schijnoplossing: convenanten met levensmiddelenfabrikanten.

Onze overheid geeft de levensmiddelenindustrie vrij spel. Nederlanders zijn zowel proefdieren als melkkoeien voor farmafoods. Willen we voorkomen dat we na de financiële crisis een nog grotere crisis creëren door exploderende zorgkosten? Dan moet de overheid het belang van burger, patiënt en consument voorop zetten. Op termijn is dat de echte winst.

Voor ons allemaal.

Bart van Opzeeland is directeur van foodwatch, een organisatie die zich hard maakt voor betere voorlichting over voedsel.

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen organiseert maandag een symposium over de vraag wat het bewijs is voor de ‘health claims’ van voedselfabrikanten. Kijk ook op knaw.nl