Column

Een acteur

De acteur Hugo Koolschijn was opvallend prikkelbaar. Het hielp ook niet dat ik per ongeluk zijn losse blaadjes script, die hij op een stoelleuning had gelegd, op de grond gooide. Zodat Koolschijn, vlak voordat hij onder het oog van wat internationale pers Geert Wilders zou vertolken, de toch al wat rommelige toneeltekst van Theodor Holman op volgorde moest zien te leggen.

Ik: „O! Pardon!”

Hij: „Ja! Een wel bijzonder onhandige situatie!!”

Toen begon gistermiddag in het Amsterdamse debatcentrum De Balie het voorproefje van Wilders ontmoet Breivik, de toneellezing die er ’s avonds in première ging. Een fictieve ontmoeting tussen de politicus en de massamoordenaar van het Noorse Utøya – gespeeld door Thijs Römer.

De Groene Amsterdammer drukte de dialoog af, die ik tevoren las. Breivik vraagt Wilders: „Hoe ver bent u bereid te gaan?” Een interessante vraag. Helaas is de rest van de tekst nogal warrig.

Maar goed. Theodor Holman gaf afgelopen week dus een paar interviews, die weer hoog scoorden op de ‘politiek correcte’ versus ‘boe moslims’rel-o-meter. Gedoe dat zich tegenwoordig vooral nog blijft afspelen op internet, twitter en in De Balie.

Marije Ligthart is daar „inhoudelijk producent”. Dus ik vroeg haar uit te leggen waar het stuk over ging.

„Eh”, zei zij, „er staat één vraag centraal: hoe ver ben je bereid te gaan?”

Scherp waargenomen. En?

Daar kwam zij ook niet helemaal uit. „Maar Yoeri staat hier volledig achter.”

Yoeri Albrecht. De directeur van De Balie. Goed dat hij erachter stond. Helaas was hij „even weg” en kon hij dus niet uitleggen wáár achter.

Zo belandde ik weer bij Hugo Koolschijn (65). De door de wol geverfde acteur bij Toneelgroep Amsterdam. In staat om van een oude krant nog iets te maken.

Vond hij de tekst niet wat warrig?

„WARRIG!?”, riep Koolschijn, met formidabele toneelstem.

Maar: ja. Dat vond hij eigenlijk ook. Koolschijn dacht dat het lag aan de geschriften van Breivik, waaruit Holman tamelijk enthousiast heeft geput.

Koolschijn leed. Dat zag je.

Was hij zó nerveus voor de première?

„Heel erg.” Hij rilde even.

Wilders, „dat stadhuis op stelten”, is zijn politicus helemaal niet. Maar dit was De Balie, meende Koolschijn. Een plek voor bezinning en debat. „En een democratie moet ook een stem geven aan de vox populi.”

Hij vindt dat een acteur er niet voor mag terugdeinzen die stem soms te vertolken. „Maar het is hier allemaal zo rellerig, zo provocerend geworden. Ik voel me in een hoek gedreven.”

Theodor Holman kon hem niet helpen. De kampioen van het vrije debat hield zich nog schuil voor de „politiek correcte” pers.

Koolschijn keek me vriendelijk aan. Toen haalde hij zijn schouders op. Hij bleef. Ook in de voorstellingen van zondag. Omdat hij een acteur is. Geen poseur.