Doorstart voor Aviodrome

Het grootste Nederlandse lucht- en ruimtevaartmuseum Aviodrome maakt een doorstart, zo meldt Libéma Groep vandaag aan de NOS. In november vroeg het museum nog faillissement aan.

Libéma gaat het luchtvaartmuseum de komende tien jaar exploiteren met een investeert van 5,4 miljoen euro. Hierdoor hoeven voorlopig geen ontslagen te vallen. In november werd al gesproken over mogelijke kopers.

Libéma heeft voor de doorstart de collectie historische vliegtuigen overgenomen, met uitzondering van de Connie en de Uiver. Die zijn door de gemeente Lelystad, KLM en Schiphol opgekocht, maar blijven wel in Lelystad.

De nieuwe eigenaar is voornemens meer bezoekers naar Aviodrome te trekken die langer in het park blijven met zeven attractiezones.

In de verschillende zones zijn onder meer de historische vliegtuigen Connie en Uiver te zien, een boeing waar je doorheen kunt lopen, horeca waar luchtvaartmaaltijden wordt geserveerd en een uitkijkplatform waar het publiek kan kijken naar vliegtuigen die opstijgen en landen op luchthaven Lelystad.

Steeds minder mensen bezochten het Aviodrome, waardoor de inkomsten uit evenementen en congressen afnamen. Het verlies werd langere tijd opgevangen door twee van de oorspronkelijke initiatiefnemers van het museum, Schiphol en KLM, maar die weigerden dat nog langer te doen, waarna faillissement werd aangevraagd.

Het plan voor een nationaal luchtvaartmuseum werd in 1955 opgevat door onder meer KLM en Fokker. Dat leidde in 1960 tot het Aeroplanorama op Schiphol, dat zeven jaar later een te grote collectie had om in het museum kwijt te kunnen. De opvolger, het Aviodome, werd in 1971 geopend – ook op Schiphol. Toen in 2003 ook daar de collectie te groot was geworden voor de beschikbare ruimte, verhuisde het museum naar Lelystad Airport. Vanaf dat moment was Aviodrome de naam.