‘Dan is hij vader, dan is hij zoon’

Liefdesverklaring van deze week: CPNB-directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer over de tweede roman van Jonathan Safran Foer.

‘Op weg naar New York kocht ik op Schiphol Extreem luid & Ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer. Het is een titel die je in het gezicht schreeuwt. Ik had geen idee waar het verhaal over ging, maar ik dacht: die gaat mee. Het boek bleek te gaan over de zoektocht van een jongen in New York. In dat avontuur ging ik mee met hem, omdat ik daar zelf ook was: alsof het zo had moeten zijn.

„Je wordt meteen in het verhaal getrokken door dat kleine manneke, Oskar, van wie de vader is overleden. Omgekomen bij wat Oskar consequent the worst day noemt: 11 september 2001. Oskar vlucht in zijn hoofd, waar hij grootse uitvindingen bedenkt. Dat herken ik.

,,Als kleine jongen wilde ik een beroemde wetenschapper zijn. Ik was altijd bezig met knutselen en een rollenspel. Op de sloop haalde ik mijn instrumenten en dan maakte ik daar een dashboard van, voor op mijn fiets. Zo kon ik door de tijd reizen. Of ik zat op de achterbank van de auto – in een blauw T-shirt met ‘General Airforce’ erop – te spelen met het raamhendel. Dat was mijn stuurknuppel; als mijn vader naar rechts ging trok ik de kruk naar achter en stuurde zo met hem mee. Deze herinneringen riep het boek weer bij mij op.

„Oskars ontroerendste uitvinding is een speciale afvoerbuis die onder elk kussen in New York moet komen te zitten en die verbonden is met een reservoir. Wanneer mensen zichzelf in slaap huilen, zouden de tranen allemaal naar dezelfde plek gaan. ’s Morgens kan de weerman dan melden of het waterpeil in het Reservoir van Tranen omhoog of omlaag is gegaan. Als er iets verschrikkelijk gebeurt, gaat er een ‘extreem luide’ sirene af die iedereen waarschuwt dat ze naar Central Park moeten gaan om zandzakken rond het reservoir te leggen. Schitterend gevonden.

„Wanneer Oskar in zijn vaders kast een sleutel vindt met daarop de naam ‘Black’, besluit hij om alle 216 personen in New York met die naam op te zoeken. Het is zijn odyssee. Natuurlijk draait de zoektocht eigenlijk om rust te vinden zodat hij de dood van zijn vader kan verwerken.

,, Door al die verschillende ‘Blacks’ – beginnend bij Aaron, Abbey, Ada, Agnes en zo verder – heeft Foer een oneindig plot gecreëerd. De schrijver kan van personage naar personage springen. Hij kan in hen verdwijnen, hij kan steeds een andere stem laten horen.

„Door de avonturen van Oskar is het een ondeugend boek. Dat is iets anders dan brutaal of irritant. Je doet iets dat tegen het systeem ingaat maar dat niet storend of plat is. Ondeugend is de chique manier van brutaal zijn, zoeken naar een weg die tot een andere horizon leidt.

„Foer toont een ongelofelijke wijsheid in zijn schrijven, zeker voor zijn leeftijd. Om te laten voelen wat het verlies van die vader betekent, moet hij een kind zijn. Om over te brengen hoe het is om op 11 september in die toren te zitten – angstig naar je familie bellend omdat er geen weg meer uit is, en dat je dan vervolgens niemand te pakken krijgt – daar moet je vader voor zijn.

,, Ik voelde mij het jongetje, ik voelde mij die vader in de toren; dat is de uitzonderlijke verdienste van Foer in Extreem luid & Ongelooflijk dichtbij.”

Jonathan Safran Foer: Extreem luid & Ongelooflijk dichtbij. Anthos, 374 blz. €12,50 (paperback).