Daar valt de steltloper de volgende pagina binnen

Ronald en Marije Tolman: Het eiland. Lemniscaat, 3+, 32 blz, € 14,95

Wie Marije en Ronald Tolmans De boomhut kent, kent de ijsbeer die aan het begin van hun nieuwe prentenboek Het eiland langs een ladder uit een wolk afdaalt. Hij landt op een geel strand vol vogels, het begin van een reeks ontmoetingen met andere dieren. Tolman & Tolman sturen de beer op ontdekkingsreis, in een wereld van wereldjes, poëtisch en zoet van sfeer, met geweldige bouwsels en schitterende dieren. Doordat het verhaal geen tekst heeft kan de fantasie onbelemmerd haar gang gaan.

Een van de pronkstukken is de tekening van een eiland dat lijkt op een zon die in de steigers staat. Tegen een warmoranje achtergrond lopen tussen de stralen van de zon de ijsbeer, een dodo en eekhoorns; aan één straal hangt een luiaard.

Het boek is een en al vrede en vrolijkheid, net als De boomhut. Meer van het heerlijke zelfde is ook het slotbeeld. Daarop kijkt de ijsbeer naar de sterrenhemel terwijl een wasbeer zich tegen hem aandrukt.

De steltenloper van Mattias De Leeuw heeft een paar dingen gemeen met Het eiland. Het is woordeloos, er komen dieren in voor en het gaat over een reis. Maar wel een hele andere, met drukte en beweging in zowel de tekeningen als het verhaal. De Leeuw heeft een losse stijl, zijn tekeningen hebben vaart en het boek leest als een strip.

Aan het begin is de steltenloper alleen nog een man die uit het raam van zijn saaie houten huisje in het bos zit te kijken. Drie pagina’s verder heeft hij zijn huisje gesloopt en van de planken twee enorme stelten gemaakt. Op de grond gevolgd door een paar eekhoorns begint hij aan een tocht; hoog steekt hij boven de bomen uit en loopt door de duinen. Hij loopt de zee in en steekt zijn hoofd onder water, ziet zeemeerminnen bij een scheepswrak en schildpadden die zich door de stroming laten meevoeren. Verder op zijn reis komt hij apen, krokodillen en olifanten tegen. En een houthakker, die een stelt afzaagt. Mooi hoe De Leeuw de steltenloper laat omvallen naar de volgende bladzijde, waar zijn val wordt gebroken in een net dat indianen hebben gespannen.

En vanaf daar wordt het steeds drukker en voller, de steltenloper trekt naar de stad en ontmoet op een viaduct een groep steltenlopers. Dat is een geweldige vondst, de steltenloper die een steltenloper de hand schudt. Het duurt lekker lang voordat je alles hebt gezien wat De Leeuw in die laatste tekeningen heeft gestopt. En het is allemaal goed te volgen doordat hij een beperkt aantal kleuren heeft gebruikt. In de natuur is het vooral groen en geel, de zee is blauw, de bergen grijs. De stad geeft hij daar rood en oranje bij.

Zijn huisje, dat herbouwt hij min of meer en schildert hij van binnen in al die kleuren. Hij kijkt uit het raam. Tevreden? Niet te zeggen. Hopelijk broedt hij op een nieuwe reis.

Mattias De Leeuw: De steltenloper. Lannoo, 32 pag, 16,99, 4+