Brieven opinie

PvdA moet haar verschillen met SP duidelijk aangeven

PvdA-leider Diederik Samsom heeft aangekondigd dat hij samen met de SP in Europees verband de excessen wil bestrijden in de wereld van het geld. Dit roept de vraag op naar de overeenkomsten en de verschillen tussen de PvdA en de SP in hun beleid ten aanzien van Europa.

Ik denk dat deze vraag moeilijk is te beantwoorden door de doorsnee kiezer. Als je op de websites naar de desbetreffende standpunten kijkt, zie je bij de PvdA acht punten vrij summier toegelicht en bij de SP maar liefst 21 standpunten met een behoorlijk uitvoerige omschrijving. Op het eerste gezicht lijken er zich geen grote verschillen voor te doen. De PvdA verwacht van de Europese Unie vrede, stabiliteit en voorspoed, de SP vrede en welvaart. Op het eerste gezicht lijken er geen drempels te zijn bij het streven naar een gezamenlijk optrekken.

Ik denk dat een dergelijk optreden door veel kiezers op prijs zal worden gesteld, maar wil de uitspraak van Samsom geen symboolpolitiek blijven, dan moet hij zeggen waar de belangrijkste verschillen en overeenkomsten liggen. Dat mogen de kiezers van hem verlangen.

Walther Micke

Moerkapelle

Arme sloebers kunnen hun recht niet meer betalen

Folkert Jensma schrijft ‘De rechtspraak verliest het vertrouwen in de Kamer’ (Opinie&Debat, 17 maart). Ik zou het anders zeggen: ‘De Nederlander verliest het vertrouwen in de huidige regering, die de facto het einde van de rechtsstaat in Nederland nastreeft’.Hoe kun je nog vertrouwen hebben in een minister van Justitie die er impliciet van uitgaat dat alleen ‘heren van zijn stand’, zoals burgemeesters en ministers, gebruik moeten kunnen maken van de rechtsstaat? De armere sloebers kunnen de draconisch te verhogen griffierechten niet meer betalen en moeten dus afhaken in de rechtsstaat Nederland. Klassenjustitie heet dat. Moeten sloebers het recht in eigen hand nemen? Is dat de maatschappij waar dit kabinet naar streeft?

Ir. Pax Kroon

Rotterdam

Wetgeving voor falende veelverdieners is nodig

Vijf jaar na de kredietcrisis zijn er nog weinig concrete maatregelen genomen tegen perverse beloningsprikkels. Zie de recente Vestiazaak. Als een beloning voor falen moet worden rechtgezet, zou bestaande regelgeving dit verhinderen.

Pak die regelgeving dan aan! Leg wettelijk vast dat alle inkomsten boven een bepaald bedrag tot vijf jaar na het uitkeren ervan kunnen worden teruggevorderd bij gebleken mismanagement – een soort Ruttenorm, die in werking treedt bij groot falen. Schuldeisers of bijvoorbeeld de Vereniging van Effectenbezitters kunnen zich beroepen op deze wet. Als een bedrijf te groot is om failliet te laten gaan, dan geldt dat de staat alleen bedrijven mag overnemen of steunen als deze wet in werking treedt.

Een dergelijke wet heft twee grote marktimperfecties in het economische systeem op: het schept mogelijkheden om veelverdieners met terugwerkende kracht verantwoordelijk te stellen voor hun handelen en het leidt tot minder moral hazard, omdat de hele managementlaag met grote inkomens belang krijgt bij langetermijnbeslissingen. Was zo’n wet in 2000 aangenomen, dan hadden managers als die van Vestia, ING, ABN Amro, Rochdale en Ahold minder risico’s genomen of zelf ook de consequenties gevoeld van hun handelen, in plaats van alleen de belastingbetaler.

Deze aanpak betreft geen loonpolitiek. Er zijn geen hogere belastingen voor nodig. Noch linkse, noch populistische, noch rechtse partijen hebben hiermee een probleem. Dat hebben ze evenmin met het weghalen van perverse neigingen om de belastingbetaler te beschermen.

Premier Rutte, stel de norm!

A.J. van Eck

Amsterdam

Kopers zijn geen betere mensen dan huurders

Gerard Marlet en Joost Poort schrijven dat verkoop van corporatiewoningen zou leiden tot veiligere en leefbare wijken met een lagere werkloosheid (Opinie, 16 maart). Het lijkt wel een sprookje, schrijven ze.

Dat is het ook. In het sprookje van Marlet en Poort snoepen Hans en Grietje zo veel van het dak en de muren van het peperkoekhuisje dat er niets meer overblijft dan een gammele bouwval. Dit blijkt uit de opvoering van dit sprookje sinds de jaren tachtig in het Verenigd Koninkrijk. Toenmalig premier Thatcher introduceerde daar het right to buy. Ze was van mening dat kopers betere mensen zouden zijn dan huurders. Dit sprookje liep verkeerd af. Het is in het Verenigd Koninkrijk vrijwel onmogelijk geworden om een betaalbare huurwoning te vinden.

Marlet en Poort baseren hun pleidooi op het gegeven dat „een identieke persoon in een identieke omgeving of arbeidsmarkt in een koopwoning minder kans heeft om werkloos te zijn dan in een sociale huurwoning.” Dit is natuurlijk een enorme open deur. Er is natuurlijk geen bank die een hypotheek zal verstrekken als het inkomen van de aanvrager bestaat uit een WW-uitkering.

De schrijvers roepen het beeld op van de sociale huurder als de werkschuwe, met pek overgoten stiefzuster uit Vrouw Holle. Dit sprookje is een pleidooi voor de nieuwe kleren van de keizer. Een echte oplossing voor de ziektes van de woningmarkt biedt het niet.

Erik Maassen Agnes Verweij

Respectievelijk beleidsmedewerker en redacteur van de Woonbond