'Anno 2012 zijn 7 miljoen mensen lid van een kerk'

De aanleiding

In een opiniestuk in de Volkskrant van 13 maart trekt theoloog Laurens Hogebrink van leer tegen het „betuttelen en marginaliseren van geloof en levensovertuiging” in de politiek, in het bijzonder de PvdA. Hogebrink, zowel PvdA-lid als kerklid, schrijft: „Anno 2012 zijn nog tegen de 7 miljoen mensen lid van een kerk.” Dat lijkt lezer Jelmer van Belle wel erg veel, mailt hij naar next.checkt. Hij ziet deze uitspraak graag gecontroleerd, „voordat het getal gaat rondzingen”.

Interpretaties

Laurens Hogebrink maakt in zijn betoog onderscheid tussen „leden van een kerk” en „moslims en leden van overige religies”. Hij doelt met zijn 7 miljoen op de eerste categorie: mensen die staan ingeschreven bij een christelijke kerk. Bij „overige religies” (islam, jodendom, hindoeïsme, etcetera) is namelijk niet zozeer sprake van formeel kerklidmaatschap, maar is geloofsovertuiging eerder verbonden met etniciteit en levensbeschouwing. „Lid van een kerk” wil ook zeggen dat het Hogebrink niet gaat om ‘geloof in god’ of actieve belijdenis, maar om personen die administratief, en dus controleerbaar, staan ingeschreven bij een kerk.

De meeste Nederlandse kerkgenootschappen houden er eenzelfde definitie van ‘kerklid’ op na. Iemand staat ingeschreven vanaf het moment dat hij of zij gedoopt is, danwel belijdenis heeft afgelegd. Actieve betrokkenheid is geen vereiste, lid blijf je tot de dood of tot je je laat uitschrijven. Het aantal kerkleden is niet representatief voor het aantal gelovigen of kerkgangers. Sommigen zullen zich er niet eens van bewust zijn dat ze als kerklid staan geregistreerd.

En, klopt het?

De verschillende Nederlandse kerken onderhouden hun eigen inschrijvingsadministraties, en die zijn lang niet altijd inzichtelijk. Het enige instituut in Nederland dat inschrijvingsgegevens van de Nederlandse kerken verzamelt en combineert, is het KASKI-instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen. De laatste keer dat een telling plaatsvond waarin alle kerken werden meegenomen was in 2006. Het KASKI telde toen 7.132.000 kerkleden. Die cijfers zijn anno 2012 niet meer actueel.

Over alleen de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) heeft het KASKI wel recentere data – uit 2010 – verzameld. Toen telden deze kerken respectievelijk 4.166.000 en 1.751.000 leden.

Het KASKI heeft berekend dat het aantal katholieken sinds 2006 jaarlijks daalt met ongeveer een procent. Nieuws over misbruikzaken leidde in 2010 tot ruim een kwart (7.000) uitschrijvingen méér, maar had nauwelijks invloed op de gemiddelde afname per jaar van 1 procent: die komt vooral door sterfte en minder doopsels. Met die wetenschap telt Nederland – bij een afname van 1 procent per jaar – nu circa 4.083.000 katholieken.

De PKN spreekt in haar jaarbrief van november 2011 van 1,9 miljoen leden. Door een nieuw ledenadministratiesysteem is dit getal echter onbetrouwbaar en zal nog naar beneden worden bijgesteld. Tot die tijd is het cijfer van het KASKI het betrouwbaarst: 1.751.000 leden in 2010. Sinds 2006 is het aantal kerkleden volgens een woordvoerder van de PKN jaarlijks gedaald met ongeveer 2,5 procent. Via die weg kan het huidige ledenaantal worden geschat op 1.703.000 leden. De RKK en PKN hebben daarmee samen ongeveer 5.786.000 leden.

Dan de andere kerken: onder meer de orthodoxen, remonstranten, pinkstergemeenschappen en tientallen migrantenkerken. In het laatste onderzoek naar hun ledenaantallen telde het KASKI in 2006 in totaal 782.000 personen. Ledenaantallen variëren van enkele tientallen tot honderdduizend. De meeste van deze kerken hebben geen inzichtelijke ledenadministratie. Sommige kerken kennen een constante stijging van het ledental (zoals de evangelische- en pinkstergemeenschappen), andere een daling (zoals de vrijzinnigen). Die veranderingen zijn soms toe te schrijven aan personen die overstappen van de ene kerk naar de andere. Over het totaal „anno 2012” kunnen we alleen speculeren.

Opgeteld komen we uit op een totaal van 6.568.000 kerkleden in Nederland. Dit is een schatting, want het aantal leden van de ‘overige kerken’ is nu waarschijnlijk anders dan in 2006. Het KASKI voorspelt echter dat het niet veel veranderd zal zijn. Bovendien, zelfs met een correctie van enkele procenten (omhoog én omlaag) blijft het totaal aantal kerkleden tussen de 6 en 7 miljoen.

Conclusie

Volgens Laurens Hogebrink zijn „tegen de 7 miljoen mensen lid van een kerk”. Het gaat om mensen die formeel, en dus controleerbaar, staan ingeschreven bij één van de vele kerken – en dus niet om ‘gelovigen’ of ‘kerkgangers’. De Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk zijn samen goed voor 5.786.000 leden. In 2006 waren zo’n 782.000 mensen lid van een andere kerk. Dat getal is verouderd. Maar ook als dat aantal is veranderd, komt het totaal in Nederland uit tussen de 6 en 7 miljoen. De uitspraak dat in Nederland „tegen de 7 miljoen mensen lid van een kerk” zijn, beoordelen wij daarom als grotendeels waar.