Amnestie voor Bouterse is nog geen uitgemaakte zaak

Het Surinaamse parlement praat vandaag over amnestie voor de verdachten van de Decembermoorden, onder wie president Bouterse. Maar als het voorstel het haalt, volgt niet per se amnestie. Er zijn veel juridische bezwaren.

„Een dieptepunt dat de volksvertegenwoordiging wordt misbruikt om de rechterlijke macht te ondermijnen”. De karakterisering is van Chandrikapersad Santokhi, oppositieleider in de Nationale Assemblee. In het Surinaamse parlement is de verontwaardiging groot over het voorstel om president Desi Bouterse en andere verdachten amnestie te verlenen voor de ‘Decembermoorden’ uit 1982. Daarbij werden vijftien opposanten van het toenmalige militaire bewind standrechtelijk geëxecuteerd.

De Nationale Assemblee zou vandaag debatteren over het initiatiefwetsvoorstel voor amnestie, ingediend door parlementariërs. Het voorstel komt op het moment dat de openbare aanklager in het langlopende proces over de Decembermoorden zijn requisitoir voorbereidt. Volgens de aanhangers van Bouterse in het parlement betekent aanvaarding van het amnestievoorstel dat dat proces „onmiddellijk ophoudt”. Maar is dat zo?

Volgens een groeiend aantal juristen en politici in Suriname hoeft de Krijgsraad, die de zaak tegen 22 verdachten behandelt, zich niets van het amnestievoorstel aan te trekken . Belangrijkste redenen: de amnestiewet is strijdig met de grondwet en met internationale verdragen over mensenrechten waarbij Suriname partij is. Zo zegt de grondwet dat „elke inmenging inzake de opsporing en vervolging en in zaken bij de rechter is verboden”.

De gezaghebbende Surinaamse advocaat Freddy Kruisland, die ook nabestaanden van de Decembermoorden adviseert, noemt het amnestiewetsvoorstel een „juridisch gedrocht” dat bij binnenlandse en internationale juridische toetsing „onverbindend” zal blijken. Ook oppositieleider Santokhi meent dat de wet „onhoudbaar” zal blijken. Santokhi was in de vorige regering minister van Justitie en Politie en stond daarvoor als topman van de politie aan de basis van het gerechtelijk vooronderzoek naar de Decembermoorden.

Volgens Kruisland kan de Krijgsraad, mocht de amnestiewet aan de orde komen, met een verwijzing naar de grondwet concluderen dat de openbare aanklager gewoon „zijn gang kan gaan”. En anders zal het Hof van Justitie in een eventueel hoger beroep tot dezelfde conclusie komen, aldus Kruisland. Ook Santokhi verwacht dat de Krijgsraad concludeert dat de amnestiewet „geen invloed heeft” op het proces. De deken van de orde van Surinaamse advocaten, Stanley Marica, zei gisteren dat wat hem betreft „de rechtszaak rond de Decembermoorden normaal voortgang moet hebben”.

Van belang is ook een vonnis van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten. Dit Hof legde Suriname in 2005 de verplichting op om de massaslachting van 1986 onder burgers in het dorp Moiwana (tijdens de zogenaamde ‘binnenlandse oorlog’) te onderzoeken en de verantwoordelijken te bestraffen. In het vonnis staat dat amnestiewetten die onderzoek en bestraffing van ernstige mensenrechtenschendingen verhinderen „zoals buitengerechtelijke executies” ontoelaatbaar zijn, omdat het hier om „internationaal mensenrechten-recht” gaat.

Kruisland zegt dat de Surinaamse overheid ook op grond van onder meer de Amerikaanse Conventie voor Mensenrechten ervoor moet zorgen dat „het recht zijn beloop heeft”. Volgens Kruisland is de zaak van Decembermoorden ook bij aanvaarding van de amnestiewet daarom „nog lang niet afgelopen”. Nabestaanden houden de optie open om naar het Inter-Amerikaanse Hof te stappen, zoals eerder de nabestaanden van de Moiwana-slachtoffers deden.

Als het parlement het amnestievoorstel aanvaardt, is het nog de vraag of de wet lang standhoudt. Oppositieleider Santokhi, voor velen de gedoodverfde presidentskandidaat bij de verkiezingen in 2015, zegt desgevraagd dat een eventuele nieuwe regering de wet snel zou intrekken. Hij noemt dat een „morele plicht”.