Amnestie Bouterse verstoort rust in Suriname

Het voorstel om de daders van de Decembermoorden van 1982 amnestie te verlenen, zal leiden tot grote onrust in Suriname. Laat de rechters gewoon hun werk afmaken, stelt Raul Behr.

Het gerechtelijk onderzoek en het berechtingproces over de Decembermoorden van 1982 in Suriname zijn al vijf jaar gaande. Door dit proces, door het in alle openbaarheid zoeken naar de waarheid van wat zich in die donkere dagen heeft afgespeeld in Suriname, en door het berechten van de mensen die zich aan strafbare feiten schuldig maakten, komt de Surinaamse samenleving eindelijk tot rust. De burgers in Suriname weten dankzij het proces dat ze leven in een democratische rechtstaat waarin de drie machten zijn gescheiden, een land waarin de gewone man erop kan vertrouwen dat hij met een gerust hart zijn beklag kan doen als hem onrecht wordt aangedaan. Hij weet ook dat na zijn klacht onderzoek zal volgen en recht zal worden gesproken.

Daarentegen zal er grote maatschappelijke onrust ontstaan als de politiek zich bemoeit met de rechtspraak door een Amnestiewet voor te stellen, precies op het moment dat het gerechtelijk onderzoek en het berechtingproces bijkans waren afgerond. Zo wil men dus de rechtspraak verhinderen of, beter gezegd, vooraf ontkrachten wat de krijgsraad vindt na een openbaar proces van maar liefst vijf jaar.

Wat denk ik hiervan, als burger in Suriname?

In de eerste plaats maakt het mij onrustig. Het geeft een zeer onveilig gevoel. Ik denk dat dit geldt voor nog vele andere Surinamers. We hadden gehoopt dat de zaak door het proces eindelijk kon worden afgesloten en dat wij ons daarna geheel zouden kunnen geven aan de opbouw van het land. Nu worden we door het ingrijpen van politieke partijen in feite opgeroepen tot maatschappelijke onrust.

Het argument in de memorie van toelichting op de Amnestiewet dat er veel tijd verloren zou gaan aan discussie over het verleden en dat amnestie daarom gewenst zou zijn, gaat niet op. Juist als het gerechtelijke proces gewoon zou worden afgerond, zouden ook de vele discussies onder Surinamers over het (onverwerkte) verleden voorbij zijn. Het zal juist meer discussie doen opwaaien als het proces wordt verstoord door juist nu met een amnestievoorstel te komen en hierbij de rechterlijke macht in het land voor de voeten te lopen.

Sinds januari van dit jaar is Suriname voor zes maanden roulerend voorzitter van de Caribische Gemeenschap. Het is niet slim om precies in deze periode de rechtsgang in het land door politiek ingrijpen te verhinderen en de waarheid onder tafel te houden. Dit zal zeer bevreemdend werken in de regio. Hierdoor wordt Suriname opnieuw in een isolement geplaatst, als ‘wankele democratie’ en/of ‘falende staat’. Dit moet niemand willen. Een uitspraak van de rechter over de Decembermoorden sluit bovendien een verzoeningsproces daarna helemaal niet uit. Het omgekeerde is wel het geval.

Ook de nabestaanden van december 1982 smachten naar de innerlijke rust die volgt op waarheid en recht. Ook zij willen deel hebben aan maatschappelijke rust in het land, om zich vervolgens vol overgave in te zetten voor de ontwikkeling van Suriname.

Raul Behr is een zoon van journalist Bram Behr, een van de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden. Uit: De Ware Tijd.