Wilde stadsdeel wel parkkunst?

Was het verbeelding, of straalden ze iets van voldoening uit, de mannen in neonkleurige hesjes die gisteren in het Vondelpark op ladders klommen om de blauwe filters van het kunstproject Blues Before Sunrise van Steve McQueen uit de lantaarns te verwijderen? ‘Hè hè, nu is het tenminste afgelopen met die malligheid. Blauw licht, hoezo kunst? Gevaarlijk is het!’ Je moet natuurlijk niet achter alles PVV-achtige rancune jegens de kunsten gaan vermoeden, maar moeilijk is dat soms wel.

Kunstenaar/filmmaker McQueen (Hunger, Shame) voorzag de 275 straatlantaarns van blauwe filters, waardoor het hele park baadde in een spook- en sprookachtig, filmisch blauw licht. Spannend was het om er te fietsen in het donker, mysterieus, een beetje griezelig soms ook. Maar absoluut een belevenis: precies wat je zou wensen van kunst in de openbare ruimte.

Aan die sensatie kwam deze week abrupt een eind: het zicht in het park was te slecht, volgens politie en stadsdeel, en er waren ongelukjes, waarvan één ernstig. Gisteren trok het stadsdeel abrupt de stekker eruit.

Maar het lijkt er sterk op dat het project al ver van tevoren op ambtelijke argwaan, bureaucratische bedenkingen en een algeheel gebrek aan verbeelding van zowel stadsdeelbestuur als omwonenden stuitte. Weken zat het Stedelijk Museum om tafel met het stadsdeel, omwille van de veiligheid. Meerdere soorten filters werden getest, de veiligste werd verkozen. Het museum huurde particuliere beveiligers in, en deelde lampjes uit aan onverlichte fietsers. Het mocht niet baten; het stadsdeel greep de eerste de beste reden aan om het project te stoppen.

Die reden lijkt arbitrair. Hoeveel botsingen zullen er normaal in het drukke Vondelpark plaatsvinden? Kun je 100 procent veiligheid garanderen? En hoe snel vervangt de gemeente in de stad ergens een lantaarn als die stuk is en de weg deels onverlicht laat? Hier ging een gratuite veiligheidsutopie wat al te gretig ten koste van de fantasie.