'Veeteelt is vervuilender dan transport'

De aanleiding

Holy Cow! What’s Good for You Is Good for Our Planet! Onder die titel schreef hoogleraar geneeskunde Dean Ornish een commentaar bij nieuw wetenschappelijk onderzoek over de gezondheidsrisico’s van rood vlees. Ornish is hoogleraar aan de universiteit van Californië en auteur van dieetboeken. Als onderbouwing van zijn stelling dat vleesconsumptie niet alleen slecht is voor de mens, maar ook voor de aarde, schrijft hij: ‘Veel mensen zijn verbaasd als ze horen dat de veeteelt meer broeikasgassen genereert dan alle vormen van transport bij elkaar.’ Volgens Ornish neemt de veeteeltsector 18 procent van de wereldwijde, door mensen veroorzaakte broeikasgasuitstoot voor zijn rekening en de transportsector 13 procent. De bewering werd vorige week aangehaald in nrc.next en NRC Handelsblad. Op Twitter vroeg een lezer ons de claim te controleren.

Interpretaties

Broeikasgassen zijn moleculen die bijdragen aan de opwarming van de aarde, zoals koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Ornish gebruikt in zijn percentages het zogenoemde CO2-equivalent. Daarin worden andere gassen, die minder voorkomen maar een veel groter broeikaseffect hebben, omgerekend, om vergelijking te vergemakkelijken. Een hoeveelheid methaan wordt meestal gelijkgesteld aan 25 keer de hoeveelheid CO2, lachgas ‘telt’ 310 keer. De percentages die Ornish noemt (18 en 13 procent) betreffen door mensen veroorzaakte broeikasgassen.

Minder eenduidig is waar veeteelt of transport begint en ophoudt. Blijft de berekening van uitstoot beperkt tot zaken als oprispingen van koeien (die methaan bevatten), verwarming van hun stallen, of telt ook de productie van veevoer mee? Tellen bij transport alleen de uitlaatgassen of ook de dampen die vrijkomen bij het raffinageproces en de productie van auto’s, schepen en vliegtuigen? Hieronder proberen we met zoveel mogelijk factoren rekening te houden. Voor de veeteelt baseert Dean Ornish zich op een onderzoek waarbij dit ook is gedaan.

Hoe is er gemeten?

De Californische hoogleraar citeert het rapport Livestock’s long shadow (2006) van de FAO, de landbouworganisatie van de Verenigde Naties. In 390 pagina’s beschrijven onderzoekers hoe de veesector bijdraagt aan de broeikasgasuitstoot. Ze deden een zogeheten Life-Cycle Assessment, waarbij alle uitstoot die indirect ontstaat wordt doorberekend aan de onderzochte sector. Zo tellen behalve methaanboeren van koeien en direct stroomverbruik ook de broeikasgassen mee die ontstaan bij het verstoken van gas, waarmee kunstmest wordt geproduceerd, waarmee weer de soja, maïs en graan worden opgekweekt die het vee uiteindelijk opeet. Dit is een flink aandeel. De grootste post is de CO2-uitstoot van bomen die boeren omhakken om ruimte te maken voor hun voedingsgewassen.

De onderzoekers concluderen dat de vee-industrie goed is voor 9 procent van alle door mensen uitgestoten CO2, 65 procent van het lachgas en 35 tot 40 procent van het methaan. Ze zetten dit af tegen wereldwijde totalen van het Amerikaanse World Resources Institute en komen zo uit op 18 procent van het totaal, in CO2-equivalent.

De FAO stelt zelf dat dit in totaal meer is dan de transportsector genereert. Een cijfer of een bronvermelding bij die vergelijking ontbreekt. Op een mail aan de eerste auteur kwam geen antwoord. Hoogleraar Dean Ornish noemt wel een getal: 13 procent. Hij reageerde niet op de vraag waar dit percentage vandaan komt.

We gaan ervan uit dat hij het haalde uit het meest recente assessment report van het IPCC, waarin klimaatwetenschappers de invloed van de mens op klimaatverandering in kaart brengen. Uit cijfers over 2004 concludeerde het IPCC dat transport 13,1 procent bijdraagt aan de totale menselijke broeikasgasuitstoot – en dat het een van de snelst groeiende sectoren is. Het IPCC gebruikte metingen uit internationale wetenschappelijke databases. Alleen de directe emissies zijn geteld.

En, klopt het?

Voor de transportsector is alleen gekeken naar de uitstoot tijdens het vervoer zelf. Het is dus geen Life-Cycle Assessment. Dat maakt nogal wat uit. De Amerikaanse universiteit MIT berekende in 2000 wat een benzineauto (bouwjaar 1996) aan koolstofemissie produceert tijdens een ‘leven’ waarin 300.000 kilometer wordt afgelegd, als je het verwerkingsproces van brandstof ‘van oliebron tot tank’ en de productie van het materiaal waarvan de auto is gemaakt wél meetelt. Van elke tien kilo aan uitgestoten koolstof wordt 7,5 kilo gegenereerd door uitlaatgassen, twee kilo bij het raffinageproces en een halve kilo bij het fabricageproces. De indirecte uitstoot van een auto vormt dus een kwart van het totaal. Zou je dit percentage voor het gemak doorrekenen aan de hele sector, dan zou het totaal in één klap stijgen van 13 naar 16 procent.

Bovendien: als ontbossing meetelt bij de uitstoot van veeteelt, moet voor een eerlijke vergelijking dan niet de uitstoot die ontstaat bij de aanleg van wegen, vliegvelden en havens worden meegeteld bij transport? Dat zou behoorlijk aantikken. Maar een nog groter probleem is: de afbakening van dit soort grote sectoren is altijd willekeurig.

Conclusie

Dean Ornish baseert zich op twee verschillende rapporten van de Verenigde Naties. Bij veeteelt wordt de uitstoot die toeleveranciers van de vee-industrie produceren doorberekend aan de veeboeren. Ook het effect van ontbossing telt mee: dat is de grootste post. Maar bij het percentage voor transport is alleen gekeken naar de directe uitlaatgassen van wegverkeer, vliegtuigen en schepen.

De percentages 18 procent voor veeteelt en 13 procent voor transport zijn dus op logische manieren berekend, en reflecteren de aard van de respectievelijke sectoren. Maar die aard is totaal verschillend.

Voor de veeteeltsector telt alle gerelateerde uitstoot mee, voor de transportsector alleen de directe. Maar transport is meer dan auto’s, vliegtuigen en schepen. Voor een zuivere vergelijking zou je in elk geval de uitstoot die ontstaat bij de productie van brandstof en voertuigen moeten meerekenen (bij een auto is dat een kwart van de totaaluitstoot), en verder de aanleg van bijvoorbeeld infrastructuur. Maar wat tel je daarbij mee en wat niet?

De bewering is dan ook een vorm van retorische misleiding. Ook al is niet gezegd dat het omgekeerde wél waar is, beoordelen wij de bewering ‘de veeteeltsector draagt meer bij aan het broeikaseffect dan de transportsector’ als onwaar.