Tartuffe blaast het feestleven op

De Tartuffe van de Bulgaarse regisseur Dimiter Gotscheff is een dissident, net als hij zelf was in Oost-Europa.

Redacteur Kunst & Cultuur

Het hele leven is één groot feest, met confetti en slingers. Helemaal de party-samenleving, verbeeld in een spectaculair toneelbeeld van Katrin Brack – tevens het enige wat de Bulgaarse regisseur Dimiter Gotscheff heeft overgelaten van zijn eerdere regie van Molières Tartuffe in 2006, voor het Hamburgse Thalia-theater en de Salzburger Festspiele. „Die enscenering ging mij niet diep genoeg”, vindt Gotscheff (68) op een terras in Gent, waar hij hetzelfde stuk nu met acteurs van NTGent regisseert.

„Voor mij is het opnieuw regisseren van een stuk niets bijzonders”, zegt hij. „Leonce en Lena en Woyzeck van Büchner heb ik allemaal wel vijf, zes keer gedaan in mijn leven.” Over deze Tartuffe is hij tevredener dan over de vorige, zegt Gotscheff. „Dat komt door de acteurs hier, die ik hogelijk waardeer.” Al vele jaren, vertelt hij, bewondert hij het theater uit het Nederlandse taalgebied, dat van Luk Perceval en Johan Simons bijvoorbeeld, en hij is blij dat het er met deze Gents-Amsterdamse co-productie nu van gekomen is.

U verandert de structuur en strekking van het stuk nogal. Bij Molière is Tartuffe een schijnheilige preker, die met valse devotie een familie te gronde richt en ten slotte alleen op geld uit blijkt. En bij u?

„Ik heb mij geïnspireerd op de positie die Molière zelf had aan het hof van Lodewijk XIV: niet alleen maar hofdichter, maar ook grappenmaker. Mijn Tartuffe is iemand die weet wat er in het brein van de mensen omgaat en probeert de maatschappij op te blazen. Hij handelt niet om zichzelf te verrijken, maar uit politieke motieven. Hij weet met wat voor vuile zaakjes de rijkdom van de ‘Party-Gesellschaft’ verkregen is. Hij is een dissident, zoals ik zelf in communistisch Oost-Europa was. Ik sleep mijn biografie met mij mee.”

Behalve een heel eigen opvatting van het stuk heeft Gotscheff ook zijn eigen tekstversie, waarin grote stukken van Molières tekst zijn verdwenen ten gunste van een tekstmontage met citaten van Heiner Müller – zijn leermeester in het Oost-Berlijnse theater begin jaren zestig –, Ezra Pound en vele anderen.

Is dat niet moeilijk, het regisseren van een zozeer op taal en tekst gefocuste voorstelling in een vreemde taal?

„Het is lastig, maar gelukkig spreken veel acteurs Duits. En ik vind eigenlijk veel belangrijker dat we met elkaar vlug de sociale positie van de verschillende personages in het stuk hebben kunnen vaststellen – waar zij ieder voor zich staan in dit gezin. Op die manier hebben de acteurs en ik vlug een gemeenschappelijke taal gevonden.”

Uitgangspunt zijn de sociale verhoudingen – daarin kun je misschien nog terughoren dat Gotscheffs theaterachtergrond in Oost-Berlijn ligt. En ook is die nog zichtbaar in het feit dat heer des huizes Orgon, die zich door Tartuffe het hoofd op hol laat brengen, uiteindelijk toch geen afscheid kan nemen van zijn klassenstandpunt als bourgeois: „Hij droomt zich twee uur lang een ander, nieuw leven. Maar als Tartuffe over een cassette met al zijn geheimen blijkt te beschikken, is dat gauw over.”

Is uw Tartuffe nog een komedie?

„Eerder een farce. Vooral het optreden van Orgon is grotesk.”

Van de dienstmaagd Dorine hebt u een Bulgaarse immigrant gemaakt. Voelt u zich nog steeds immigrant?

„Eigenlijk bijna altijd.”

Na vele jaren afwezigheid in zijn vaderland (zie kader) heeft Gotscheff nu het voornemen om in de Bulgaarse hoofdstad Sofia een stuk van de hedendaagse Bulgaarse auteur Bojan Papazov te ensceneren. Maar het is moeilijk, zegt hij: „De communisten van toen hebben nog steeds de touwtjes in handen, verkleed als democraten. En er is heel weinig geld voor cultuur. Ik bewonder mijn collega’s daar, die van 150 euro per maand rondkomen.”

Mist u dat, die sfeer van vroeger in Oost-Berlijn, en in de rest van Oost-Europa?

„Ja. Ik ben opgegroeid in een situatie waarin de mensheid korte tijd over de verwezenlijking van sociale utopieën droomde. Dat is slecht afgelopen, maar in die situatie zijn ook grote kunstwerken ontstaan. Zo gauw als het creatief proces iets voorstelde, werd het meteen door het systeem als een gevaar ervaren.”

In zo’n situatie heeft kunst ook invloed, kan kunst gevaarlijk zijn.

„Ik denk bij het regisseren nooit aan de invloed die een voorstelling kan hebben. Als je als kunstenaar allereerst aan het publiek denkt, dan is er iets niet in orde. Dat moet je een beetje vergeten.

„Dat je als regisseur de creativiteit van de acteurs kunt blootleggen – dat is belangrijk. Wat het publiek daarmee doet is zijn zaak.”

Toch zou men deze Tartuffe wel degelijk als een politieke provocatie kunnen zien – tegen de huidige, door de jongste crisis bedreigd ‘party-samenleving’ waarin voor krampachtige pret alle andere inhoud moet wijken.

„Misschien. Inderdaad droomt de heer des huizes, Orgon, onder invloed van Tartuffe twee uur lang van een ander bestaan. En het ontwaken uit de utopie is wreed, zeer wreed. Uit elke utopie.”

Tartuffe van NTGent en Toneelgroep Amsterdam speelt vanaf vandaag t/m 31 maart in Stadsschouwburg Amsterdam. Daarna op tournee door het land. Inl. ntgent.be en tga.nl