Ook president Obama lijdt onder olieprijs

Het herstel van de Amerikaanse economie wordt gehinderd door de hoge olieprijs. Saoedi-Arabië lijkt bereid de VS te helpen.

Zo maar een bericht van een Amerikaanse facebookvriendin: „Wow! De nieuwe Gasbuddy app ontdekt en nu al onmisbaar.” Geen cynisme of werk van een hacker die haar facebookpagina heeft gekraakt, de reclame is een oprechte lofzang voor het programmatje op haar iPhone dat laat zien waar ze het goedkoopst kan tanken.

Dat is niet vreemd. Het afgelopen jaar is de gemiddelde benzineprijs in Amerika met 30 cent gestegen als gevolg van de oplopende olieprijzen. Gemiddeld betaalt een Amerikaan 3,87 dollar voor een gallon (3,78 liter) benzine (bijna 78 eurocent per liter). Bij pompstations aan snelwegen is de psychologische grens van 4 dollar per gallon al overschreden.

De stijgende benzine- en olieprijzen zijn vervelend voor Amerikanen, die vergeleken met Europeanen afhankelijker zijn van hun auto. De hogere olieprijs is nog vervelender voor de Amerikaanse president Obama. Hij is de man die de Amerikaanse economie uit het slop heeft getrokken, is een van de belangrijkste boodschappen van zijn campagne om in november herkozen te worden. Een hoge olieprijs stemt consumenten somberder, zorgt voor minder bestedingen en is nadelig voor de Amerikaanse auto-industrie. Inderdaad, dezelfde auto-industrie die Obama eigenhandig en haast tegen beter weten in overeind heeft gehouden volgens ‘The Road We’ve Traveled’, de 17-minuut durende campagnedocumentaire van Obama.

De Amerikaanse economie lijkt de afgelopen maanden eindelijk te herstellen van vier jaar crisis. Als verder stijgende olieprijzen dat herstel drukken, is dat nadelig voor de stabiliteit van de wereldeconomie. Analisten waarschuwen ook dat een prijsstijging inflatie in opkomende markten kan aanwakkeren en nodige economische hervormingen in olierijke landen als Rusland remt.

De regering van Saoedi-Arabië, ’s werelds grootste olieproducent, liet dinsdag weten bereid te zijn de productie met 25 procent op te schroeven als dat nodig blijkt om de olieprijzen te stabiliseren.

De Saoedische minister voor Oliezaken Ali al-Naimi liet weten dat het land dagelijks 12,5 miljoen vaten olie kan produceren. Dat betekent volgens de minister dat er ruimte is om de productie met 2,5 miljoen vaten op te schroeven.

Economen verwachten dat de olieprijs de komende tijd zal stijgen. De oplopende spanningen in de Westerse verhoudingen met Iran dragen daar aan bij. Een oorlog, inval of Iraanse bezetting van de Straat van Hormuz zou de olieprijs door het dak laten schieten. Ook zonder een escalatie van het conflict is de situatie zorgwekkend, schrijft zakenbank Goldman Sachs. „De productie in Saoedi-Arabië ligt op de hoogste niveaus in dertig jaar, Libië keert terug naar de markt en nog steeds vormen er geen voorraden”, schrijven economen in aan analistenrapport. „Dat laat zien dat het extra aanbod van olie onmiddellijk door de markt wordt geabsorbeerd.” De wereld verkeert volgens Goldman Sachs in de unieke situatie dat er nauwelijks mogelijkheden zijn om op korte termijn meer olie uit de grond te pompen terwijl het wereldwijde economische herstel nu pas echt vaart krijgt. In het verleden werd een aantrekkende vraag naar olie voor een belangrijke deel opgevangen door overcapaciteit in productie. Met andere woorden: steeg de vraag, dan werd er gewoon sneller gepompt.