Of wil je jobhoppen tot je zestigste?

Je bent een werkende twintiger of dertiger met iPhone van de zaak. De vakbond vind je saai. Maar juist nu moet je lid worden, net als ik.

Deze maand vier ik mijn tienjarig jubileum op de arbeidsmarkt. Geen idee of ik exemplarisch ben voor ‘de hoogopgeleide dertiger’, maar dit is mijn oogst na mijn afstuderen in 2002: eerst een tijdje freelancen, één keer een vast contract, dat ik weer opzegde voor een andere baan, bij drie werkgevers meerdere jaarcontracten. Is dit nu een goede of een slechte score? Ik had fijne collega's en heb het leukste en mooiste vak van de wereld, maar vind mijn carrière al met al een moeizaam en vrij ongrijpbaar verlopen proces.

En nu ben ik weer freelancer, want mijn redactie van het tijdschrift Esta waar ik werkte werd vanwege de grote verliezen die zijn ontstaan door dalende advertentie-inkomsten en teruglopende verkoop een kopje kleiner gemaakt: 8 van de 15 redactieleden verloren per 1 maart hun baan, onze plekken zijn inmiddels al ingenomen door goedkopere freelance-krachten. Ik was na drie jaarcontracten en goede functioneringsgesprekken net toe aan dat beloofde vaste contract, dat emmertje goud dat me tegemoet glom onderaan de regenboog.

Eind 2011 nam ik een besluit: ik meldde me aan bij de nieuwe vakbeweging, bij het illustere gezelschap van kwartiermakers. Ooit was ik voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond en heb ik vurig overtuigd ‘een rondje Malieveld’ gelopen en onderhandeld met onderwijsbobo’s en toenmalig minister Ritzen, maar toen ik ging werken, voelde ik weinig behoefte om me aan te sluiten bij een vakbond. Waarom? De thema’s – pensioenleeftijd, paar procentpunten meer loon – spraken me niet zo aan en voor mijn geestesoog zag ik steeds de grijze duiven met petjes en fluitjes opdoemen. Wellicht een te gemakkelijk vooroordeel, maar ik kon me er maar niet toe zetten lid te worden, en met mij vele generatiegenoten. Je weet dat het belangrijk is om je te organiseren, je hóórt dat ook te vinden, maar je doet het niet. Misschien als de vakbond net zo’n mooie, innovatieve uitstraling had als Apple, dat we er dan wel voor zouden vallen, merkgerichte consumenten als we zijn.

Nu, in deze onzekere economische tijden met een oplopende jeugdwerkloosheid en vele ontslagen, vind ik dat het tijd is geworden voor de werkende twintigers en dertigers om onze veilige zijlijn te verlaten. Om ons aan te sluiten bij de nieuwe vakbeweging, omdat zij het lef hebben om zichzelf opnieuw te willen uitvinden. Omdat het belangrijk is dat wij gaan meepraten over onze issues, hoe divers we als groep ook zijn.

Om eens een goed gesprek aan te gaan met de kwartiermakers over het ontslagrecht, waar wij met onze jaarcontracten en eenmansbedrijfjes niet bepaald van profiteren, maar wat voor de oude vakbeweging en de vele leden met hun langdurige arbeidsverleden en vaste contracten heilig is. We moeten nadenken over hoe we onze positie kunnen verbeteren, want de kloof tussen de werknemers met een vast contract en die met een tijdelijk dienstverband wordt steeds groter: de grote groep zonder vast contract is de dupe van het aloude last in-first out-principe, ze vallen onder versoberde regelingen van allerlei eerdere voordeeltjes (winstuitkering, ADV-dagen, vergoeding mobiele telefoon etc.), ze hoeven niet herplaatst te worden en krijgen geen vergoeding mee na beëindiging van het contract. En zonder vast contract is een hypotheek krijgen een onmogelijke klus.

Een ander punt waar we onze gedachten over moeten laten gaan is de hedendaagse arbeidsmoraal. Het werk is tenslotte onverbiddelijk in ons privéleven gekropen door fenomenen als de iPhone en de Blackberry van de zaak, het nieuwe werken en de druk om 24/7 bereikbaar te zijn. Dat is niet eng of bedreigend en kan ook veel vrijheid opleveren, maar we moeten wel antwoorden vinden op levensthema’s zoals: hoe zorg je dat het nieuwe werken ook voor de werknemer voordelen oplevert en hoe houd je de balans tussen werk en privé gezond? Wat voor effect hebben de bezuinigingen op de kinderopvang op de arbeidsmarktkeuzes die werkende ouders maken?

Door de recessie wordt de arbeidsmarkt harder en grilliger, het zet de arbeidsverhoudingen op scherp. Economische malaise kan het excuus zijn om grootscheepse bezuinigingen door te voeren of om te goochelen met contracten. Denk aan de trend om de ‘weggestuurde’ werknemer een paar maanden later terug te nemen als freelancer. Of om een stagiairsbaan te upgraden naar een echte baan, omdat afgestudeerden in arren moede reageren op stagiairsvacatures, met bijbehorende vergoeding.

Wat is ons antwoord hierop? Sorry, wordt saai: lid worden van de nieuwe vakbeweging! We moeten gaan meedoen, onze ervaringen delen en goede antwoorden vinden op relevante vragen. Het is best veel gevraagd van individualistische twintigers en dertigers om lid te worden. Maar hebben we eigenlijk wel een keus? Want als we niet oppassen, delven we als jonge werkenden het onderspit op een arbeidsmarkt waar we in de minderheid zijn en waar met onze belangen nog niet erg veel rekening wordt gehouden.

We moeten dus wel. Zoals kranten dat doen met proefabonnementen en weekendabonnementen om nieuwe lezers te trekken, zou de nieuwe vakbeweging jonge werkenden ook een proeflidmaatschap moeten aanbieden, een experiment waar FNV Jong en Bondgenoten al mee begonnen zijn voor nieuwe leden. Eerst uitproberen en je er daarna misschien aan verbinden.

Wat is eigenlijk het excuus om níet lid te worden? Dat het je geld kost, dat het je concreet niks oplevert? Om iets te kunnen veranderen, zul je je toch moeten organiseren. Uiteindelijk is het fijn om ook een huis te kunnen kopen, om wat meer inkomenszekerheid te hebben en om niet op je zestigste nog te hoeven jobhoppen van de ene naar de andere freelanceklus. Toch?

Om met Apple te spreken: think different!

Larissa Pans (1976) is historicus en journalist.