Marc Jacobs ziet tassen als bonbons

Ontwerper Marc Jacobs maakte tassenbedrijf Louis Vuitton trendsettend. Les Arts Décoratifs in Parijs toont nu hoe hij dat deed.

Marc Jacobs – bijna 49, knap, getatoeëerd – heeft het charisma van een popster. Hij won in 2011 de Lifetime Achievement Award van de Council of Fashion Designers in America, werd in hetzelfde jaar geridderd in Frankrijk, won een jaar eerder de belangrijke Amerikaanse Womenswear Designer of the Year Award. Maar hij is ook ooit ontslagen, failliet gegaan en heeft een verwoestend leven geleid. Die ellende is sinds vier jaar voorbij. Jacobs heeft leren leven met de creatieve druk. Hij beseft dat het in de mode draait om één ding: zaken doen. Hij kan zich meten met de modemastodonten Karl Lagerfeld en Giorgio Armani.

De superster-ontwerper verdeelt zijn tijd tussen New York en Parijs, waar hij sinds 1997 artistiek directeur is van het luxe mode- en accessoirehuis Louis Vuitton, dat voor zijn komst alles behalve trendsettend en mediageniek was. In New York, waar hij opgroeide, bouwde hij vanaf 1993 een mode-imperium op met de dure Marc Jacobs-lijn, met betaalbare straatmode Marc by Marc Jacobs en met een hele reeks sublijnen waaronder het spotgoedkope mannenlabel Stinky Rat, met als logo een onooglijk ratje. Zie het ongedierte als een parodie op labeliconen als de stoere krokodil van Lacoste en de polospeler van Ralph Lauren.

Ironie is de rok dragende Amerikaan niet vreemd. Zijn getatoeëerde lijf leest als een verslag van de Amerikaanse popcultuur met Jacobs favoriete stripfiguur Spongebob Squarepants, de knuffel Clyde Frog van Southparks Eric Cartman en een scène uit de horrorfilm Poltergeist. Een donut bedekt zijn linker elleboog, een kleurrijke sterrenregen zijn schouders en op zijn rechterpols staat in zwarte blokletters ‘perfect’: „Because I am a perfect being in a perfect world where everything that happens must be completely...”. Twee forse diamanten in zijn oren fonkelen: succes!

Een dertig centimeter hoge pop die Jacobs voorstelt, is de afsluiter van Louis Vuitton – Marc Jacobs, een expositie die begin maart opende in het Parijse Les Arts Décoratifs in het Louvre. Commercie is hier verheven tot kunst, op twee verdiepingen glanzende vitrines met bewegend beeld. De etalages van de luxe boutiques in de nabijgelegen Rue du Faubourg-Saint Honoré verbleken erbij.

In het verduisterde Parijse modemuseum is één etage gevuld met vakkundig op maat gemaakte bagage, de kernactiviteit van ambachtsman Louis Vuitton (1821-1892). Koffers, uitgelicht als glimmende juwelen bezaaid met goudkleurig beslag en het mythische LV-logo, staan symbool voor de industrialisatie van luxe sinds de tijd van de Franse keizer Napoleon III. Een etage hoger domineren de ‘it-bags’ van Marc Jacobs. Gepresenteerd als luxe bonbons in een reusachtige bonbondoos vullen zo’n zeventig stuks een museumwand. Ook de modecollecties, die Jacobs sinds vijftien jaar voor Vuitton ontwerpt, worden tentoongesteld in combinatie met tassen, waaronder een serie ‘beklad’ in fel roze en fluorescerend groen in de hanenpoten van graffiti-kunstenaar Stephen Sprouse uit 2000.

Controversiële grunge-collectie

Marc Jacobs (New York, 1963) studeerde mode aan de Parsons School of Design in New York. Aan zijn eerste vaste baan in 1989 voor het keurige sportswearlabel Perry Ellis kwam na vier jaar een eind toen hij een controversiële grunge-collectie showde, gebaseerd op de slordige stijl van de rockscene in Seattle met Kurt Cobain van Nirvana als inspiratie. Te wild, oordeelde Perry Ellis en hij ontsloeg Jacobs. Die ging in Amerika voor zichzelf verder met hulp van de zakelijk ingestelde Robert Duffy die nog steeds zijn belangrijkste partner is.

Bernard Arnault, baas en oprichter van luxegroep LVMH – nam in 1997 een risico toen hij Jacobs inhuurde, tenzij hij hoopte op een opstootje. Dat bleef uit. In 1999 zal er ongetwijfeld lichte paniek zijn uitgebroken bij het beursgenoteerde bedrijf toen Jacobs, zoals nog eens gebeurde in 2007, zich liet opnemen in een ontwenningskliniek voor drank- en drugsverslavingen. Maar in plaats van onrust zorgde Jacobs voor commercieel succes.

Bij zijn eerste collectie voor Vuitton liet Jacobs nog geen enkele tas te zien, evenmin sierden logo’s de vrij minimalistische kledingontwerpen. Een sportieve witte nylon koerierstas met onzichtbaar ingeweven wit LV-logo (winter 1988/1989, staat in de tassenbonbondoos) bewijst Jacobs aanvankelijke terughoudendheid.

Nadat hij zich had verdiept in de geschiedenis van het tassenmerk kwam hij tot de conclusie dat juist de initialen de reden zijn waarom vrouwen Louis Vuitton kopen. Sindsdien viert Jacobs het logo.

Zijn grootste tassenkaskrakers komen voort uit samenwerkingen met kunstenaars. Dat is geen marketingopzet geweest, vertelde Jacobs later. Hij benaderde in 2000 Stephen Sprouse en later Richard Prince omdat hij houdt van hun werk. De Japanse stripstijl van Takahashi Murakami ontdekte hij in het museum Fondation Cartier, dat in 2002 een overzichtstentoonstelling aan de Japanse popartkunstenaar wijdde. Dit voorjaar verschijnt een serie producten van de Japanse Yayoi Kusama, op wier gestippelde oeuvre Jacobs verliefd is. Op de wenslijst staat nog Jeff Koons.

Het bagagebedrijf Louis Vuitton heeft duidelijk een gouden greep gedaan met Marc Jacobs. Hij is erin geslaagd in vijftien jaar tijd het merk een inmiddels vanzelfsprekende plaats op de Parijse modeweek te bezorgen, een feit dat terecht gevierd wordt met een expositie in het Louvre. Jacobs hoort tot de top van de modemakers, maar is zeker niet onomstreden. Je zou kunnen zeggen dat zijn werk voor Louis Vuitton een eigen identiteit ontbeert: de enige lijn bij Louis Vuitton is dat er geen lijn is. Jacobs borduurt nooit voort op een handschrift, simpelweg omdat hij voor Vuitton anders dan een terugkerend reiselement geen uitgesproken stijl of thema heeft. In maart 2011 stuurde hij zijn favoriete model Kate Moss rokend in een agressieve meesteressenlook de catwalk op. Zes maanden later is de sfeer 180 graden gedraaid en stapt Moss gekleed in maagdelijk wit kant uit een draaiende carrousel.

Kees van Dongen

Ongemakkelijk voelt Jacobs zich niet bij die willekeur, integendeel: „You’re damned if you do, and you’re damned if you don’t. Als je het steeds bij één look houdt, zeggen mensen ‘oh hij doet elk seizoen hetzelfde, doe je telkens iets anders dan ben je een oppervlakkige bedrieger”, zei hij tegen de International Herald Tribune. De tas is volgens hem wat de Louis Vuitton-vrouw typeert. Van de ongeveer vijftig looks die elk half jaar voorbijkomen op de catwalk, dragen hooguit vijf modellen geen tas.

Jacobs is wel een romanticus te noemen, die nogal eens neigt naar het verleden; de gepolijste jaren vijftig, de disco-eighties maar ook het fin de siècle. Hij bewondert de schilderijen van Kees van Dongen met al die lange elegante vrouwen. Ze inspireren Jacobs vaak tot lange en gelaagde silhouetten en de vele grote hoeden in zijn collecties.

Marc Jacobs houdt met zijn ideeën de gulzige mode-industrie draaiend. „Het juiste ding op het verkeerde tijdstip is het verkeerde ding”, valt te lezen op de expositie in Parijs. Succesvol is hij ook door de manier waarop hij zijn inspiratie uit kunst en muziek omzet in mode. Maar misschien wel het belangrijkst, Marc Jacobs staat voor cool. Wie van hem houdt die volgt hem.

Louis Vuitton-Marc Jacobs. T/m 15 sept. Les Arts Décoratifs, 107 rue de Rivoli. Inl. lesartsdecoratifs.fr. Catalogus: Louis Vuitton/Marc Jacobs. € 55,-.