Kijken met oren en neus

Zorgcentrum Het Schild vroeg om toneel voor blinde en slechtziende ouderen. De voorstelling is er nu. Ze doet een beroep op alle zintuigen, behalve de ogen.

Het decor van Ongezien stelt „geen visuele maar wel akoestische eisen” zoals krakende trappen. Foto Flip Franssen

Ondanks de blinddoek voor mijn ogen probeer ik tóch te kijken. Acteurs spelen, ik hoor stemmen, ze lopen over een houten trap. Uit een hoek klinkt het plók-plók van het tennisspel. Voetstappen knerpen over een grindpad. Er is muziek.

De toneelvoorstelling Ongezien doet een beroep op alle zintuigen, op één na: we horen geluiden, ruiken geuren van hout en zelfs lavendel, de vloer beweegt als we volgens het verhaal in een Deux Cheveaux naar de Provence rijden. Wind waait door onze haren. Maar zien, nee.

Op verzoek van zorgcentrum voor blinde en slechtziende ouderen Het Schild in Wolfheze, dat honderd jaar bestaat, regisseert Jack Nieborg een voorstelling waarin blinden én zienden aan elkaar gelijk zijn. Zienden krijgen een zwart masker voor. Na een busrit brengen begeleiders de blinden en geblinddoekten een speelruimte op een geheime locatie binnen.

Nieborg: „Theater is een visueel medium. Vaak gaan blinden in gezelschap van zienden naar een toneelvoorstelling. Zij krijgen dan uitleg van degene die kan zien. Nu is dat niet nodig.”

Jack Nieborg is als regisseur verbonden aan het Drentse Shakespearetheater in Diever. Bewoners van Het Schild gaan er jaarlijks naar een opvoering, krijgen een rondleiding en luisteren naar de dramatische verzen van Shakespeare.

Om Ongezien te maken, spraken schrijver Gert Fokkens, regisseur en acteurs met bewoners van het zorgcentrum. De voorstelling vertelt het liefdesverhaal van een blinde kroegaccordeonist en een klassiek geschoold celliste. Ze maken een reis met een Lelijk Eendje naar de Provence. Daar, in het zuiden van Frankrijk, wordt hun liefde op de proef gesteld.

Voor vormgever Jaco van Barneveld was het de eerste keer dat zijn decor „geen visuele maar wel akoestische eisen stelt”. Hij ontwierp een houten trap, waarvan de treden flink moeten klinken. Voor acteur Stef Agsteribbe, de accordeonist, is het een bijzondere ervaring tijdens het spelen „uitsluitend slechtzienden of geblinddoekte toeschouwers te zien”. Volgens Agsteribbe moet hij tekst en handeling van elkaar scheiden, want anders krijgt de bezoeker te veel informatie tegelijkertijd. „Als ik de trap oploop of een deur sluit, dan heb ik geen tekst. Die concentratie op het akoestische effect van mijn handelingen is beslissend voor deze voorstelling. Ik plaats de spelmomenten achter elkaar in plaats van tegelijkertijd.”

Van de gesprekken met de slechtzienden leerde de acteur dat zij hun omgeving uit details opbouwen. „Als hier een tafel staat, staan daar dus de stoelen: zo redeneren slechtzienden. Hun ruimtelijk bewustzijn is groter.”

Voor de bewoners van Het Schild is het een verademing „dat de voorstelling het blindzijn niet dramatiseert”, aldus Nieborg. „Het is een gegeven, meer uitleg is overbodig. Het niet kunnen zien, verrijkt het luisteren.”

Volgens de regisseur is het van groot belang dat de ziende toeschouwers zich overgeven aan de regels van dit toneelspel: „Zienden worstelen in het begin met het verlangen de blinddoek even op te lichten. Ze willen stiekem kijken. Dat is jammer, want dan maak je de verbeelding kapot.”

Hij heeft gelijk. Niet kijken, luisteren en de fantasie alle ruimte geven. Een acteursstem zegt: „Nu zijn we in Zuid-Frankrijk.” Het klopt perfect. Geluiden, geuren en beweging brengen de toeschouwer naar het verre zuiden. Zonder één blik op de omgeving.

Ongezien in Het Schild, Wolfheze. Tot en met 7 april. ongezientheater.nl