Jammer

De bel gaat hard en nadrukkelijk. Drie agenten. „Huiszoeking wegens verboden wapenbezit”, zegt een van hen, kijkend op een vel papier. Twee maken aanstalten binnen te komen. Ik ben een verse weduwe op leeftijd, dus een beetje reuring is welkom. Ik zeg dat ze hun gang kunnen gaan. Hij vergelijkt naambordje en huisnummer met de gegevens op papier en wil weten hoe deze straat heet. „Maasstraat”, zeg ik. Ik zie hem schrikken, hij krijgt een rooie kop. „We moeten in de Waalstraat zijn”. Ik heb nog nooit drie agenten zo snel zien weglopen. Jammer, ik had ze graag een kop thee gegeven.