Column

Illegalenjacht

Een kennis, illegaal, haalde eens zijn hand open aan een snijmachine in een vleeswerkingsbedrijf. Toen hij twee dagen na het ongeluk weer aan de slag wilde, bleek hij vervangen te zijn door een andere illegaal. Hij mokte niet. Kon gebeuren. Hij had wat spaargeld om het een tijdje uit te zingen en vond anderhalf maand later een net zo slecht betaald baantje.

Een neef, illegaal, werkte een jaar voor een schoonmaakbedrijf. De eigenaar van het bedrijf vertelde hem het laatste half jaar dat hij daar werkzaam was dat hij hem geen loon kon uitkeren vanwege allerlei onduidelijke bedrijfsproblemen. Maar als mijn neef geduld had, dan zou hij al het achterstallige loon in een keer uitgekeerd krijgen. De betaling zou via een uitzendbureau verlopen. Toen mijn neef een paar keer vergeefs om zijn loon ging bedelen bij het uitzendbureau, liet de eigenaar van het uitzendbureau hem subtiel weten dat zijn gezeur om zijn geld hem wel eens in akelige problemen kon brengen.

Een oom, illegaal, leefde jarenlang in de angst dat hij elk moment opgepakt kon worden en naar Marokko uitgezet. Hij was bang voor iedereen met een uniform aan. Liep ik met hem over straat en kwamen we een stadswacht tegen, dan verkrampte hij en zei niets totdat we de straat uit waren. Op een gegeven moment kwam hij alleen nog maar de deur uit om te werken. Hij werd opgehaald en teruggebracht met een busje. Zijn vrije weekenden bracht hij door met tv-kijken.

Een hele bundel illegalen, twintigers nog, woonde met een man of vijftien in een tweekamerappartement in oud-West. Privacy was onmogelijk. Spanningen onvermijdelijk. En altijd was er de vrees dat een van de buren bij de politie of bij de woningbouwvereniging zou klikken. Als je net iets te luid sprak dan riepen ze: „Ssssst! Denk aan de buren!”

Nog lager in aanzien dan de allochtoon staat de illegaal. ‘Illie’ – de afkorting van illegaal – was en is het scheldwoord dat mensen naar het hoofd geslingerd krijgen die slecht Nederlands spreken of anderszins blijk geven van onaangepastheid. Het stak al die neven, ooms, kennissen zonder legale verblijfsstatus enorm dat ze eerst illegaal waren voordat iemand de moeite nam ze als mens aan te merken.

„De wereld is in bezit van god, niet in het bezit van landen”, zei mijn neef Lahcen altijd. „Er is niets illegaals aan mijn verblijf hier.”

Hulde dus voor burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam die gisteren duidelijk maakte niet te zullen meedoen aan de illegalenjacht van dit kabinet.

Er moeten dit jaar minstens 4.800 illegalen gearresteerd worden en het land uitgegooid. Daar vallen ook illegalen onder die zich niet met criminaliteit inlaten en hier in alle anonimiteit slechtbetaalde klusjes opknappen.

„Amsterdam heeft een zeer humaan politiekorps dat niet zal gaan jagen op illegalen”, zei Van der Laan.

Als ze al ergens op moeten jagen, dan op de uitbuiters die deze rechtenlozen tot op de laatste cent proberen uit te knijpen.