Fiat wacht af in Italië en lonkt naar Amerika

Fiat heeft het moeilijk op de Europese automarkt. Het Italiaanse concern vestigt zijn hoop op hervormingen door de regering-Monti, maar richt zich steeds meer op de Verenigde Staten.

Italie, Rome, 16-10-11 Het colosseum in Rome. © Foto Merlin Daleman/Niet gratis te gebruiken voor internet.

Fiatarbeider Giuseppe Vallarelli staat verslagen voor poort 2 van het historische Fiat-complex Mirafiori in Turijn. De parkeerplaatsen zijn zo goed als leeg. De fabriek ligt stil, zoals deze dag alle vijf de Fiatvestigingen in Italië niet draaien. Deels omdat er geen werk is. Deels omdat stakingen in het transport het onmogelijk maken om de geproduceerde auto’s af te voeren.

Vallarelli is somber: „Ik werk al 25 jaar voor dit bedrijf. We hebben wel vaker crises meegemaakt. Maar zo uitzichtloos als het nu is, was het niet eerder. In de afgelopen negen maanden heb ik zeventien dagen kunnen werken.”

Ooit maakte Fiat hier 600.000 auto’s per jaar, vijf modellen tegelijk. Nu is het de vraag of het er dit jaar 50.000 zullen worden. De productie van de Fiat Idea stopt deze zomer. De Lancia Musa en de Alfa Mito worden alleen gemaakt als er vraag naar is. En dat geldt ook voor de Fiat Multipla. Van zijn productiecapaciteit in Turijn gebruikt Fiat momenteel maar 20 procent.

Vallarelli en de ruim 5.000 andere werknemers van deze fabriek wachten thuis af, evenals de vele medewerkers van toeleverende bedrijven in Turijn en omstreken. Ze hopen dat het bedrijf snel in nieuwe modellen zal investeren.

Het grote probleem, zo vertelt vakbondsman Giorgio Airaudo, is dat de Europese verkoop van Fiat grotendeels plaatsvindt op de Italiaanse markt. Die is door de crisis erg zwaar getroffen. Hierdoor viel de Europese verkoop in de eerste twee maanden van dit jaar met 16,4 procent terug in vergelijking met een jaar eerder, tegen 8,3 procent gemiddeld voor de andere automerken.

De internationaal geroemde Fiat-topman Sergio Marchionne [zie inzet] heeft zijn hoop voor wat Italië betreft gevestigd op de nieuwe premier, Mario Monti. Die moet het land hervormen, opdat er weer concurrerend kan worden geproduceerd en het consumentenvertrouwen zich herstelt.

In afwachting daarvan concentreert Marchionne zich op andere markten, zo lijkt het. De laatste twee jaar redde hij Chrysler, de bijna failliete Amerikaanse autoproducent die Fiat met steun van de Amerikaanse staat heeft hergelanceerd. Verder opent Fiat in joint ventures ook fabrieken in China en in Rusland. Begin deze maand is op de autoshow van Genève de Fiat 500 L(arge) gepresenteerd, die in Servië zal worden gemaakt. Daarnaast is Fiat actief in Brazilië, Mexico en India.

Veel Turijnse werknemers wachten thuis af. Deze week is deze cassaintegrazione voor Mirafiori in Turijn met anderhalf jaar verlengd. Het akkoord tussen Fiat en bonden regelt dat werknemers met de helft van hun loon thuis blijven tot er weer werk is.

Het vertrouwen in Marchionne, die aanvankelijk werd geprezen, neemt af. Twee jaar geleden presenteerde hij nog ‘Fabbrica Italia’, een plan om 20 miljard euro te investeren in Italiaanse autofabrieken en nieuwe modellen. Maar hij gebruikte maar 1,5 miljard van dat bedrag. Dit gebeurde hoofdzakelijk in de fabriek van Pomigliano d’Arco, waar de nieuwe Panda nu net van de lopende band rolt.

Investeringen in Turijn zijn keer op keer uitgesteld. Het zal nog tot 2014 duren eer Fiat in Mirafiori, de historische zetel, twee nieuwe modellen zal maken: twee kleine SUV’s, een Jeep en een Fiat die vooral bedoeld zijn voor de Amerikaanse markt. Fiat zegt er 1 miljard euro in te investeren. Arbeider Vallarelli moet het nog zien.

„We hebben de lancering van nieuwe modellen afgeremd vanwege de beperkte vraag naar auto’s in Europa”, zei Marchionne eind vorige maand tegen dagblad Corriere della Sera. Volgens de Fiat-topman – tevens voorzitter van ACEA, de vereniging van Europese autofabrikanten – is er in Europa een overcapaciteit van 20 procent. Op termijn moeten 10 van de 250 productielocaties in Europa sluiten, zo schat Marchionne.

In Italië zijn ze als de dood dat met name Fiat tot sluiting zal overgaan, nu het concern met de overname van Chrysler in Amerika steeds meer op de Amerikaanse markt gokt en de uitlatingen van Marchionne over Italië alsmaar negatiever worden.

Afgelopen vrijdag werd Marcionne een ongeruste premier Mario Monti ontboden. Directe aanleiding was de suggestie van Marchionne dat hij twee Fiat-fabrieken in Italië zou moeten sluiten als hun modellen niet aanslaan op de Amerikaanse markt. Ook speculeerde de topman al verschillende malen op overplaatsing van het hoofdkantoor van Turijn naar Detroit, waar Chrysler zetelt.

In de aanloop naar het gesprek met Monti zei Marchionne laconiek niets te eisen van de Italiaanse regering. „Ik wil geen subsidies die autoverkopen stimuleren. Ik wens alleen in vrede met de sociale partners en concurrerend in Italië te kunnen produceren.”

Marchionne klaagde in het verleden over de bureaucratie, de corruptie in Italië, maar vooral over de inflexibiliteit van de vakbonden en van de arbeidswetten. Hij wil dat fabrikanten in staat worden gesteld om hun personeel flexibeler in te zetten. Om die reden dwong hij zijn werknemers ruim een jaar geleden in een referendum in te stemmen met een nieuw contract, waarin de pauzes korter werden, de shifts desgewenst langer, en waarin ze moesten accepteren dat ze ook op zaterdag extra konden worden ingezet als dat nodig mocht zijn.

In het klein had Marchionne een jaar eerder al een dergelijk referendum succesvol doorstaan in de fabriek van Pomigliano d’Arco. Hij stelde, tot grote verontwaardiging van de bonden, de werknemers voor het blok: of jullie stemmen in, of we gaan de nieuwe Fiat Panda in Polen produceren.

Marchionne ontmoette Monti vrijdag op een cruciaal moment. Juist nu de premier de laatste hand legt aan een ingrijpende hervorming van de arbeidsmarkt, die de kroon op zijn werk tot nu toe moet worden. Ook Monti wil meer flexibiliteit. Hij wil ontslag makkelijker maken, opvang van werklozen verbeteren en inschakeling van nieuwe werknemers vereenvoudigen.

De Fiat-topman reed in een nieuwe rode Fiat Panda de binnenplaats van de residentie van Monti op. Werknemer Vallarelli volgde het vol wantrouwen op tv in Turijn. Hij zag hoe Monti na afloop het autootje bewonderde en er in ging zitten. Marchionne sprak van een „prima” overleg, maar liet verder niets los over de inhoud. Vallarelli hoefde het niet te weten: „Ik heb geen enkel vertrouwen in Monti. Hij is de premier van de banken.”

Een dag later zei premier Monti tijdens een congres van de werkgeversbond Confindustria dat Fiat jarenlang op oneigenlijke wijze is gesteund door de regering. Lange tijd werden deelbelangen belangrijker gevonden dan het algemeen belang, aldus de premier. „Mijn taak is het de Italiaanse burgers te beschermen tegen dit soort maatregelen die de lasten afwentelen op toekomstige generaties.”

De premier vervolgde dat hij er bij Marchionne op had aangedrongen in Italië te investeren, omdat Fiat veel te danken heeft aan Italië. „Maar wie Fiat leidt”, zo zei hij ook, „heeft de plicht te investeringen op de plekken die de beste rendementen opleveren. Hij is niet verplicht alleen aan Italië te denken.”

Drie dingen, zo zei Monti, zijn belangrijk voor een bedrijf dat in een land wil investeren. „Productiviteit, flexibiliteit en respect. Een land mag veel eisen, maar kan niet alleen op basis van het verleden blijven vragen. Het moet keer op keer zelfonderzoek doen om na te gaan of de industriepolitiek nog wel deugt.” Het was een direct signaal aan de Italianen die hij voorbereid op hervormingen.

Marchionne reageerde dinsdag vanaf een congres van de vereniging van Europese autofabrikanten, die hij voorzit. „Ik heb Monti vrijdag en zondag gezien. Eerlijk, ik moet zeggen dat hij een fantastisch karwei verricht. Als hij er niet was geweest, weet ik niet of we nog in Mirafiori in Turijn zouden hebben geïnvesteerd.”

Beide mannen trekken alles uit de kast om het land te disciplineren en te hervormen. Marchionne citeerde deze week ook de Italiaanse president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, die stelt dat de huidige verzorgingsstaat niet te handhaven is.

Monti hoopt vandaag zijn arbeidsmarkthervormingen af te ronden. Op een na alle werknemersorganisaties lijken ermee te willen instemmen. Alleen de grootste vakcentrale CGIL vindt dat Monti en Marchionne de werknemers rechten willen ontnemen. Ze kondigde gisteren een landelijke staking aan. De metaalbond van de CGIL is bij twintig rechtbanken processen tegen Fiat begonnen omdat het concern de activistische bond uit fabrieken zou weren.

De komende twee jaar moet blijken of Monti en Marchionne Italië daadwerkelijk in de conditie krijgen om succesvol de crisis te bestrijden en de concurrentie aan te gaan.

Vallarelli en zijn eveneens werkloze vrouw Maria hebben op de vijfde etage van hun flatje in Turijn hun bedenkingen: „We mogen dan Jozef (Giuseppe) en Maria heten, maar we zijn blij dat we geen kinderen hebben. Collega’s die wel in die omstandigheden verkeren, weten niet hoe ze met 900 euro per maand het einde van de maand moeten halen.”

Om rond te komen bakt Giuseppe Vallarelli nu zelf zijn brood en maakt hij zelf jam. Van lege jampotjes weet de werkloze elektricien weer lampen te fabriceren.

Bas Mesters

Dit is het eerste van drie artikelen over arbeidsmarkt, corruptie en maffia, die de nieuwe Italiaanse regering wil aanpakken om de economische crisis te bestrijden.