De zorgverlener: wat doe ik mijn personeel aan?

Op de spoedeisende hulp in het Westeinde Ziekenhuis ziet het personeel op tegen de weekenddiensten, zegt het hoofd. „Je wilt niet steeds worden uitgescholden.”

Soms gaat het een tijdje goed, vertelt Frans de Voeght. Dan is er niemand van zijn personeel bedreigd en verslapt de aandacht. Vergeten ze er op te letten dat beide sluisdeuren dichtgaan of laten ze na elf uur ’s avonds meer dan één vriend van de patiënt binnen. Terwijl dát de afspraken zijn op zijn spoedeisende hulp. En dan gaat het weer fout. Staat een verpleegkundige ’s avonds de wond te verzorgen van een dronken patiënt van wie de vrienden om haar heen komen staan. Het duurt ze te lang. Ze noemen haar „kuthoer”.

Als hij ’s maandags hoort wat zijn personeel in het weekeinde allemaal weer heeft meegemaakt aan scheldpartijen, agressie en bedreigingen, dan denkt De Voeght: „Wat doe ik ze aan?” Natuurlijk, het Westeinde Ziekenhuis staat in het centrum van Den Haag, vlakbij de Schilderswijk en het uitgaanscentrum. Dus enige reuring kan de verpleging ’s avonds en in het weekend wel verwachten. „Maar wij komen gewoon ons werk doen. Dan wil je niet voortdurend uitgescholden worden.”

De Voeght is voorzitter van de beroepsvereniging van spoedeisende-hulpverpleegkundigen en heeft het onderwerp agressie onlangs onder de aandacht gebracht van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD), die op bezoek was.

Het personeel ziet op tegen de weekenddiensten, hoort hij geregeld. „Om die reden moet iedereen die diensten draaien. Dan verdelen we de last eerlijk onder een zo groot mogelijke groep.” Overigens staat er van donderdagavond tot zondagavond ook steevast een beveiliger op de spoedeisende hulp.

Aangifte doen ze zelden, vertelt De Voeght. „De verpleegkundige moet dan de volgende dag naar het politiebureau en aangifte doen onder eigen naam. Dat vinden ze soms eng.” Bovendien, zegt hij: zo’n situatie waarbij een groep dronken mannen om je heen staat en ‘kuthoer’ zegt, is niet ernstig genoeg voor aangifte. Die drempel zou lager moeten, zegt De Voeght, en zijn personeel zou beroepshalve aangifte moeten kunnen doen, niet op persoonlijke titel.

De vraag is: wanneer gedraagt een patiënt zich zó slecht dat je hem beter naar huis kunt sturen, zoals de minister bepleit? „Als iemand heel vervelend doet en alleen een snee in zijn hand heeft, dan vind ik het prima als de verpleegkundige hem wegstuurt. Maar als hij een hoofdwond heeft omdat hij bijvoorbeeld hard is gevallen of geslagen, dan kán er letsel in het hoofd zijn dat ernstige gevolgen heeft. Zo iemand kún je niet naar buiten sturen, ook al schreeuwt hij en slaat hij om zich heen. Die moet een aantal uren geobserveerd worden.” Soms ‘fixeren’ ze samen de patiënt.

En dan heb je de dronkelappen of pillenslikkers die bewusteloos worden binnengebracht door vrienden of de ambulance. „Ook zij moeten wachten als het druk is, en dat is het vaak in het weekend. Soms loopt de spanning op omdat de vrienden vinden dat het te lang duurt.”

Dat mensen in het weekeinde dronken worden is toch niets nieuws? „Nee. Maar de aantallen groeien. En er wordt veel gecombineerd: alcohol én pillen. Die mensen zijn niet te corrigeren.”