De zon schijnt, het spoor valt stil

Nog voor de dienstregeling begon, om half vijf vanmorgen, kreeg de NS de eerste melding over seinstoringen rond Amsterdam. De storing zou uren duren, pas vanaf een uur of tien begonnen de eerste treinen weer te rijden. De hoofdstad was tot die tijd niet per trein te bereiken. En de stad uitgaan kon ook niet. Vele tienduizenden forenzen kwamen daardoor vandaag niet op hun werk. Want de trein is met 1,2 miljoen treinreizen per dag een belangrijk vervoermiddel, vooral in de Randstad, en vooral in de spits. Wat de storing precies veroorzaakte, was aan het einde van de ochtend nog niet duidelijk.

Stralend lenteweer vanmorgen, maar toch liep het treinverkeer in de ochtendspits opnieuw in het honderd.

Om half vijf vanmorgen – voor aanvang van de dienstregeling – kreeg de NS de eerste melding van spoorbeheerder ProRail over seinstoringen rond Amsterdam. Toen om zes uur de eerste treinen moesten gaan rijden, bleek zowel Amsterdam Centraal als Schiphol niet bereikbaar. Pas om kwart voor tien bleek de storing verholpen. Gevolg: gedurende de hele ochtendspits konden treinen niet verder dan Amsterdam Amstel, Muiderpoort of Slotervaart. Vele tienduizenden forenzen kwamen vanochtend niet op hun werk. „De storing”, zo zei een woordvoerder van de NS vanmorgen, „kwam op het meest ongelukkige moment.”

Wat de storing rond Amsterdam precies heeft veroorzaakt, was in de loop van de ochtend nog niet opgehelderd door de crisisstaf in het landelijk controlecentrum (OCCR) in Utrecht. Duidelijk is dat er sprake was van problemen in de verkeersleidingspost Amsterdam, waardoor het onmogelijk was om de seinen en wissels te bedienen. Of het ging om uitgevallen computers of om defecten aan de fysieke infrastructuur (zoals elektriciteitskasten) kon een woordvoerder vanmorgen nog niet zeggen: „De exacte technische details weet ik nog niet. Onze eerste prioriteit is nu om de treinen weer te laten rijden.”

De problemen van vanochtend roepen herinneringen op aan het eerste weekend van februari. Toen zorgden sneeuw en vorst voor een compleet treininfarct, dat meer dan anderhalve dag aanhield. Om problemen te voorkomen reed de NS nog weken daarna met een ‘aangepaste’ (dat wil zeggen: uitgedunde) dienstregeling.

Toch gaat de vergelijking niet op. In februari waren er overal in het land defecten aan wissels en bovenleidingen. De ingewikkelde dienstregeling van de NS bleek niet opgewassen tegen de opeenstapeling van problemen: in de loop van vrijdag 3 februari raakte de afdeling ‘bijsturing’ het overzicht kwijt en liep de treinloop in grote delen van het land vast.

Vanmorgen viel er weinig bij te sturen: Amsterdam Centraal en Schiphol lagen gewoon ‘plat’. De treinuitval van vanmorgen laat zich daarom beter vergelijken met de problemen van november 2010, toen er brand uitbrak in het verkeersleidingscentrum in Utrecht. Het treinverkeer van en naar Utrecht kwam toen ruim een etmaal stil te liggen. Het uitvallen van het belangrijkste knooppunt van het Nederlandse spoor leidde toen in het hele land tot ontregeling van het spoor.

Sinds 2010 heeft ProRail maatregelen genomen om het uitvallen van de verkeersleiding te voorkomen. Inmiddels is er naast het OCCR in Utrecht een ‘uitwijkcentrum’ actief, van waaruit het treinverkeer kan worden aangestuurd. Het centrum moet op termijn ook gaan dienen als alternatief voor één van de twaalf verkeersleidingsposten in het land. Volgens een woordvoerder van ProRail is er onlangs een proef geweest, waarbij personeel van de post in Groningen zo snel mogelijk naar Utrecht kwam en vanaf daar de controle over de wissels en seinen in het noorden overnam. Of dat een scenario had kunnen zijn voor de verkeersleidingspost in Amsterdam, kon de woordvoerder vanmorgen niet vertellen. „Ik weet niet of Amsterdam inmiddels al is aangesloten.”

De reacties van de portefeuillehouders in de Tweede Kamer waren vanmorgen opvallend genoeg gemengd. GroenLinks-woordvoerder Ineke van Gent eiste onmiddellijk opheldering. Haar VVD-collega Charlie Aptroot – normaal gesproken niet vies van felle spoorkritiek – stelde zich echter terughoudend op en zei nadere informatie af te wachten. „Ik vind dat we de directe betrokkenen nu even niet moeten lastigvallen met dit soort vragen.”

Hoe dan ook, de spoorproblemen doen verder afbreuk aan het toch al niet zo florissante imago van spoorbeheerder ProRail. Dit voorjaar bespreekt de Kamer het rapport van de Commissie Spoor. De parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van PvdA-Kamerlid Attje Kuiken constateerde vorige maand dat in de afgelopen jaren zeker 1,4 miljard euro die was bedoeld voor investeringen aan het spoor, is opgegaan aan andere zaken – zoals snelwegen en het dekken van de enorme tekorten op de hogesnelheidslijn. Zowel minister Schultz van Haegen (Verkeer, VVD) als ProRail weerspreekt die conclusie met klem. Toch zal de technische staat van het Nederlandse spoor één van de belangrijkste onderwerpen zijn in het debat. Na afloop van het winterdebacle van begin februari schoof NS openlijk de schuld af naar de spoorbeheerder. Wij waren goed voorbereid, zo zei directeur Reizigers Ingrid Thijssen in een radio-interview, „Alleen het spoor waarover we moesten rijden werkte niet.”

Vanochtend probeerde NS de problemen in de ochtendspits enigszins te nuanceren. „We moeten nu ook weer niet doen alsof Amsterdam de navel van de wereld is”, zegt een woordvoerder. De intercity van Den Haag naar Groningen en Leeuwarden kon bijvoorbeeld gewoon volgens dienstregeling rijden. De intercity uit Eindhoven richting Amsterdam reed in ieder geval tot Utrecht. „Heel vervelend voor de mensen die door moesten naar Amsterdam”, aldus de NS-woordvoerder. „Maar in het grootste deel van het land is er vrijwel normaal gereden.”