Chequeboekstrafrechtspraak?

Deze week lekten details uit van de deal die het Openbaar Ministerie sloot met een kroongetuige in een grote strafzaak. In ruil voor belastende verklaringen wordt de getuige, zelf verdacht van moord, na zijn (verminderde) straf met een nieuwe identiteit verborgen in het programma ‘getuigenbescherming’. Daarvoor trekt de Staat 1,4 miljoen euro uit. In de vorm van een renteloze lening met een looptijd van 25 jaar van 6 ton, bestemd voor de aankoop van een woning en een bedrijf. De resterende 8 ton is bedoeld voor de ‘kosten ten behoeve van veiligheid’ en ‘het verwerven van een garantie-inkomen’.

Nu is het volgens de wet niet toegestaan om een financiële beloning te geven voor het afleggen van verklaringen. Gekochte verklaringen zouden immers onbetrouwbaar kunnen zijn. Bovendien zou geld het criminele gedrag belonen.

Het Openbaar Ministerie zegt dan ook dat er níét is betaald voor een verklaring in deze zaak, die gaat over liquidaties in het criminele milieu. De afspraken met de zaaksofficier en met het team ‘Getuigenbescherming’ van de politie moeten gescheiden worden beoordeeld. Financiële afspraken met getuigen kunnen (alleen) worden gemaakt „voor zover die in relatie staan tot veiligheid”.

De rechtsvraag van de week is derhalve hoe juridisch flexibel het begrip ‘veiligheid’ is. En wat ‘beloning’ precies betekent. Het antwoord is van algemeen belang, omdat de integriteit van het strafproces op het spel staat. Hier dreigt, eenvoudig gezegd, een vorm van chequeboekrechtspraak. En wel als reactie op de grote publieke druk om een aantal afschuwelijke moorden te kunnen bestraffen.

Maar is dat deze prijs waard? Tegenover ‘veiligheid’ voor anonieme ex-kroongetuigen staat de veiligheid van zijn toekomstige buren. Een criminele doorstart met belastinggeld is ondenkbaar, of zou dat moeten zijn. Ook bij ‘garantie-inkomen’ passen vraagtekens. Als dit betekent dat betrokkene nooit meer hoeft te werken, dan lijkt het beloningsverbod toch geschonden. Ook is het de vraag hoe serieus de afspraak is dat het bedrag over 25 jaar „in één keer” moet worden terugbetaald. Die termijn omvat de rest van het natuurlijke leven van de getuige, die nu 47 is. Hooguit realiseert de Staat hier een vordering op zijn nalatenschap. Feitelijk komt de deal neer op een stevige vermogensoverdracht.

Nu is het niet eenvoudig om de veiligheidseisen voor deze specifieke getuige extern te beoordelen. Maar dat hier na de al verminderde straf een zacht bedje wordt gespreid, lijkt toch duidelijk. De rechter mag nu zeggen wat ‘beloning’ volgens de letter betekent. En waar een gekochte verklaring begint. Maar dat dit vlak zeer gevaarlijk helt, is evident.