Asschers idee

Lodewijk Asscher wil voorlopig geen leider van de PvdA worden, en Diederik Samsom moet zeker een faire kans krijgen, maar toch blijf je benieuwd naar De Man Die Altijd Genoemd Wordt. Is hij wel zo goed?

Misschien was het gisteravond ook daarom zo vol in De Balie in Amsterdam, waar een eerste bijeenkomst was belegd over het thema ‘Mijn idee voor Nederland’. De bedoeling van deze serie is dat ‘bijzondere denkers en doeners’ een oplossing bieden voor een van de grote problemen van Nederland.

Asscher ontpopte zich voor mij als een begaafd spreker. Hij maakt onder het voorlezen veel oogcontact met de zaal en doet regelmatig een deel uit zijn hoofd, alsof het een improvisatie is. Zijn dictie was helder, zijn toon ontspannen. De rede duurde veertig minuten, maar was geen moment vervelend.

Tot zover de vorm. Had hij ook nog wat te zéggen?

Hij bleek zich als onderwijswethouder een concreet doel te hebben gesteld: de huidige generatie kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst moet de laatste generatie zijn met een taalachterstand. „Te veel kinderen beginnen aan de basisschool met een woordenschat van nog geen honderd woorden. Ook op een goede school is dat een dramatische handicap.”

De standaard Haagse reactie noemde hij voorspelbaar. „De een komt met zijn kapottegrammofoontirade tegen de islam. (…) Op Mark Rutte hoeven deze kinderen ook niet te rekenen. Hij wil de geluksmachine uitzetten, maar zijn beleid valt het best te typeren als een ellendegenerator.” Maar hij waarschuwde tegelijkertijd voor de linkse reflex: projectje hier, subsidiestroompje daar.

In Amsterdam was het roer omgegaan, vertelde hij. Er worden meer eisen gesteld aan de scholen en de ouders. „Het is hoogmoed te denken dat de overheid deze immense klus alleen kan klaren. De belangrijkste rol is weggelegd voor ouders.” Hij riep ook de burgers op tot meer betrokkenheid. „Geef u op voor De VoorleesExpress”, maande hij de zaal. Dat is een dienst die vrijwilligers laat voorlezen in gezinnen met een taalachterstand.

Het was een belangwekkend betoog, dat dan ook beloond werd met een royaal applaus. Daarmee was de avond nog niet afgelopen. Deze serie bijeenkomsten wordt door De Balie georganiseerd in samenwerking met de Volkskrant. Vroeger was deze krant van progressieve signatuur, maar er woedt, zichtbaar in de kolommen, al geruime tijd een richtingenstrijd: progressief contra neoconservatief.

Bij deze bijeenkomst bleek de krant alleen door de laatste vleugel vertegenwoordigd in de persoon van Chris Rutenfrans, redacteur opinie, en hoogleraar Meindert Fennema, veelgevraagd auteur op de opiniepagina. Zij wilden de rede van Asscher wel ‘indrukwekkend’ (Fennema) en ‘sympathiek’ (Rutenfrans) noemen, maar daarmee hield het ook op.

Fennema verweet Asscher heftig dat hij Rutte en Wilders behandelde als minderwaardige mensen. Asscher repliceerde dat hij die woorden niet gebruikt had, maar dat hij inderdaad teleurgesteld was in Rutte. „Hij zal wel een liberaal zijn, maar ik zie het niet.”

Rutenfrans geloofde niet dat Asscher iets kon bereiken met zijn ‘idee voor Nederland’. Hij had een andere oplossing: geen islamieten uit Turkije en Marokko meer toelaten tot Nederland, alleen nog Chinezen en Japanners, want die wilden wél presteren. Zo bleef van deze avond vooral dit beeld over: een inspirerende politicus tegenover twee fatalistische sceptici.